Na de censuur door het constitutioneel hof veranderen de leden van het parlement van strategie. Het Bureau van de Nationale Vergadering heeft een nieuw voorstel voor een organische wet ontvankelijk verklaard dat gericht is op het kaderen van de speciale fondsen. Een initiatief dat de controversiële kwestie van de speciale kredieten opnieuw in het hart van het debat plaatst en ditmaal beoogt zich te situeren binnen het bereik van de organische wet betreffende de wetten van financiën.
De Nationale Vergadering gaat opnieuw aan de slag. Bijna een week nadat het constitutioneel hof het wetsvoorstel nr. 36/26 betreffende het juridische regime van de speciale kredieten ongeldig had verklaard, via zijn uitspraak nr. 7/C/2026 van 25 augustus jongstleden, heeft het Bureau van de Nationale Vergadering gisteren, woensdag 2 september, de ontvankelijkheid van twee wetsvoorstellen onderzocht en goedgekeurd. Het gaat om, respectievelijk, het organische wetsvoorstel dat de organische wet nr. 2020-07 van 26 februari 2020 betreffende de begrotingswetten wijzigt en het wetsvoorstel inzake gezondheid in detentie. In een gisteren openbaar gemaakte communiqué verduidelijkt de Dienst Communicatie van de vertegenwoordiging van het volk dat het eerste organische wetsvoorstel, gericht op de wijziging van de organische wet nr. 2020-07 van 26 februari 2020 met betrekking tot de begrotingswetten, het kaderen van de speciale fondsen betreft.
Pursuant aan de bepalingen van artikel 69 van het Reglement van de Nationale Vergadering en om de procedure te volgen, meldt hetzelfde orgaan bovendien dat het president van de Republiek om advies zal worden gevraagd. Oorspronkelijk ingediend door de parlementsleden Guy Marius Sagna, Mame Diarra Bèye en Alphonse Mané Sambou, het wetsvoorstel nr. 36/26 betreffende het regime voor de kredieten, dat de besteding van deze kredieten beperkt tot missies van defensie, binnenlandse en buitenlandse veiligheid en inlichtingenactiviteiten, was door de meerderheid in het parlement aangenomen na de afwijzing van alle amendementen voorgesteld door de regering.
Aangesteld bij decreet van de president van de Republiek om zijn collega van Financiën tijdens de werkzaamheden in commissie te vertegenwoordigen, had de Minister van Justitie, Garde des Sceaux, Me Moussa Sarr, zes amendementen ingediend, die door de parlementsleden van Pastef allen werden verworpen. Deze laatstgenoemden meenden dat de president van de Republiek in zijn programma had toegezegd de zogenaamde “politieke” fondsen te verwijderen en te vervangen door gereguleerde speciale fondsen. In reactie op het verzuim van de parlementaire meerderheid om de amendementen van de regering op te nemen, had de Premierminister Ahmadou Al Aminou Mohamed Lô op 18 augustus, op de vooravond van de geplande plenaire bespreking van deze omstreden hervorming van de kredieten, het constitutioneel hof geraadpleegd.
Na beraadslaging over dit beroep op 25 augustus jongstleden, had het constitutioneel hof, via zijn beslissing nr. 7/C/2026, het wetsvoorstel niet-ontvankelijk verklaard. Als één van de gebruikte middelen om deze beslissing te rechtvaardigen, herinnert het constitutioneel hof in overweging 15 eraan dat de organische wet nr. 2020-07 van 26 februari 2020 betreffende de begrotingswetten, zoals gewijzigd, de regels bepaalt met name over aard, presentatie, opening, specialisatie, uitvoering en controle van de begrotingskredieten.
Voortzetting van de redenering door het Hof leert verder in overweging 16 dat uit wat hierboven is gesteld volgt dat “de gewone wetgever noch een autonome categorie publieke kredieten kan invoeren, noch het juridische regime ervan kan bepalen” en dat een dergelijke operatie, naar aard, behoort tot het domein van de organische wet met betrekking tot de begrotingswetten. Met andere woorden: voor de Wijzen van de Raad vereist elke hervorming die erop gericht is een specifieke categorie publieke kredieten juridisch te vestigen of te kaderen, noodzakelijkerwijs het kader van de organische wet met betrekking tot de begrotingswetten, met name de organische wet nr. 2020-07 van 26 februari 2020. Het is precies op dit terrein dat de Nationale Vergadering nu weer de zaak oppakt, met dit nieuwe organische wetsvoorstel inzake het kaderen van de speciale fondsen.