De tentoonstelling “De draad van het geloof”, gewijd aan de werken van de tachtigjarige Adja Bineta Oumah, ook bekend als “Ndey Mbaay”, getuigt van het parcours van een kunstenares die heeft gekozen haar talent te gebruiken als een taal van geloof, schoonheid en hoop, aldus de directeur van de kunstenafdeling, Hugues Diaz.
Bij het ontdekken van haar creaties kijken we niet alleen naar borduursels of schilderijen. We ontdekken het pad van een vrouw die na een heel leven van arbeid heeft gekozen haar talent om te zetten in een taal van geloof, schoonheid en hoop, zo verklaarde hij.
Tijdens de opening van deze tentoonstelling, die loopt van 28 juli tot 2 augustus, ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van het Regionaal Cultureel Centrum Blaise Senghor in Dakar, in aanwezigheid van Adja Bineta Oumah en verscheidene culturele actoren, sprak de heer Hugues Diaz.
Diaz benadrukt dat door elk werk van Ndey Mbaay “het draad geheugen wordt, het materiaal tot creatie en de kunst tot verheffing”.
Volgens hem herinnert deze tentoonstelling eraan dat het Senegalese cultureel erfgoed niet beperkt is tot monumenten of oude voorwerpen, het leeft in de handen van ambachtslieden, de gebaren die van generatie op generatie worden doorgegeven, of het vakmanschap dat onze identiteit vertelt.
“Deze tentoonstelling herinnert ons eraan dat cultuur ook een school is van geduld, veerkracht, spiritualiteit en creativiteit”, zo stelde hij.
De tentoonstellingscurator, Serigne Ndiaye, benadrukt dat deze tentoonstelling in verband staat met de “spirituele en mystieke” praktijk van de kunstenares als aanhanger van de Tidjaniya, met “als leermeester en gids, Cheikh Ibrahima Niass”.
Ze weet dat de Namen van God rondom haar werken “attributen zijn, waarmee een moslim zich pas met zijn Schepper kan verzoenen zolang hij niet de incarnatie van deze menselijke eigenschappen in zichzelf heeft opgenomen”, aldus de curator.
De directeur van het Regionaal Cultureel Centrum Blaise Senghor in Dakar, Fatou Sène Dogue, benadrukt dat “de draad van het geloof” niet alleen een gebaar van erfgoed en een brug tussen generaties is, maar ook een uitnodiging om een bedreigde vakkennis op een andere manier te bekijken.
Adja Bineta Oumah ontleent de kiemen van haar kunst aan haar verblijf op het College Moderne des Jeunes Filles Ameth Fall in Saint‑Louis, Senegal, waar ze in de jaren vijftig werd ingewijd in de naaitechnieken.
Ze laat teksten tot bloei komen die tot meditatie aanzetten op de Namen van God, lofzangen op het zegel van de profeten Mohammed, koranische smeekbeden, en citaten van heiligen zoals Cheikh Ibrahima Niass, bijgenaamd “Baye”.