In een beleidsnota met de titel “Voor een nationaal pact voor financiële stabiliteit, verantwoording en soevereiniteit” schetst de ontwikkelingshistoricus Papa Ogo Seck een kader voor overleg tussen de Nationale Vergadering en de regering over het programma dat is overeengekomen met het Internationaal Monetair Fonds (IMF). De nota begint met de constatering dat Senegal zich bevindt in een beslissend moment in zijn economische, financiële en institutionele traject, gekenmerkt door de staat van de publieke schuld en de vereisten om het vertrouwen van de financiële partners te herstellen.
L’auteur identificeert een risico op een botsing tussen drie uiteenlopende legitimiteiten, die van de regering die de financiële continuïteit van de staat moet waarborgen, die van het parlement dat democratische controle uitoefent over de overheidsfinanciën, en de noodzaak om de engagements tegenover het IMF na te komen. Hij meent dat deze vereisten niet tegenstrijdig zijn maar wel gearticuleerd moeten worden rondom een derde imperatief, de nationale soevereiniteit, gedefinieerd niet als een weigering tot internationale samenwerking maar als het vermogen van het land om “zijn verplichtingen te kennen” en “zijn schuld onder controle te krijgen.”
De nota stelt voor om de financiële stabilisatie los te koppelen van verantwoording, door twee gelijktijdig lopende processen. Het eerste omvat het IMF-programma, de herprofilering van de schuld, het begrotingsherstel en de mobilisatie van inkomsten. Het tweede omvat het parlementair toezicht, de werkzaamheden van de Algemene Rekenkamer, de administratieve controles en, indien nodig, juridische procedures. Voor de auteur mag verantwoording niet dienen om de financiële continuïteit van de staat te blokkeren, net zoals stabilisatie de controleprocedures over het verleden beheer van de financiën niet mag opschorten.
De tekst pleit ook voor de oprichting van een speciale Commissie voor de opvolging van de schuld, het IMF-programma en de financiële soevereiniteit, waarbij de verschillende stromingen in de Nationale Vergadering worden meegenomen, met een toezichtsrecht op de staatschuld, de nieuwe leningen, staatsgaranties, achterstanden en het gebruik van de middelen uit het IMF. Deze instantie zou « noch aan de regering, noch aan de Algemene Rekenkamer, noch aan de rechtspraak » vervangen, aldus de nota.
Het document bepleit bovendien de invoering van een kwartaalrapport over de financiële soevereiniteit dat aan de Nationale Vergadering wordt voorgelegd, evenals de organisatie van een institutionele conferentie waarin het presidentschap, de regering, het parlement, de Algemene Rekenkamer en, indien nodig, de BCEAO samenkomen. Ten slotte stelt het een gezamenlijk declaratiedossier tussen de twee instellingen voor, waarin wordt gesteld dat de financiële stabilisatie “geen kwijtschelding vormt voor het verleden beheer van de publieke financiën noch een obstakel voor verantwoording.”