En als Afrika de ontwikkeling afwijst? Axelle Kabou of de poging om het Afrikaanse project te verduidelijken

Afrika weigert ontwikkeling: Axelle Kabou en de poging om het Afrikaanse project te verduidelijken

7 september 2026

Ons literaire erfgoed is een dichte ruimte vol creativiteit en schoonheid. Literatuur is een kunst die haar weg vindt in een tijdperk, een historische context en een culturele ruimte, terwijl ze tevens verborgen waarheden van de realiteit onthult. Literatuur is een alchemie tussen esthetiek en ideeën. Het is via de literatuur dat we ons verhaal bouwen, een verhaal dat in het geheugen gegrift staat.

Zo bestaat Afrikaanse literatuur door haar singulariteit, haar geschiedenis en haar bijzondere vertelwijze. De prachtige bladzijden van onze literatuur hebben als doel ons een ontmoeting te bieden met de scheppers van het woord en met hun werken die samensmelten met onze talenten en onze intelligenties.

Niets ontstaat plotseling in de sociale en culturele geschiedenis van mensen. Lange voorbereidingsperiodes zijn altijd noodzakelijk. – Théophile Obenga, La dissertation historique en Afrique, Dakar-Paris, Les Nouvelles Editions Africaines / Présence africaine, 1980

De term essai, afkomstig uit het Bas-Latijn, XIIe eeuw, exagium, van exigere, betekent “oordelen, onderzoeken, wegen”, en in bredere zin komt het van het werkwoord essayer in de betekenis van “proberen, experimenteren, op de proef stellen”. In de literatuur is een essay een werk van reflectie dat uiteenlopende onderwerpen behandelt en door de auteur wordt gepresenteerd. Het essay is een genre op zich, met zijn eigen regels (of eerder de afwezigheid van regels die het claimt), met eigen meesters en een traditie die teruggaat tot de zestiende eeuw. Het essay is een persoonlijk document, want de auteur beweert geen wetenschappelijke objectiviteit noch journalistieke neutraliteit. Hij schrijft in zijn eigen naam, uit eigen ervaring, uit eigen lectuur, uit eigen intuïties en uit eigen argumentatie.

Het essay zoekt er niet naar om al het onderwerp uit te boren. Het pretendeert niet het laatste woord te hebben. Het biedt een invalshoek, een gezichtspunt, een interpretatie — wetende dat een andere essayist hetzelfde onderwerp op een heel andere manier kan benaderen. Het essay kan kritisch zijn, maar het is niet louter een aanval. Het denkt na en is zó goed geschreven dat de stelling begrijpelijk blijft.

De taal is verzorgend, nauwgezet en doordacht om complexe ideeën over te brengen, die elkaar kunnen raken maar altijd op een toegankelijke manier. De vorm van het essay heeft een beweeglijk en heterogeen karakter, met sporen van zowel subjectiviteit als argumentaties. Het essay neigt eerder naar denken in beweging dan naar een vaste, gevestigde waarheid.

Door een synthese van argumenten en tegenargumenten zoekt de auteur zijn eigen denken en dat van de lezer te verhelderen. Door opiniestukken tegenover elkaar te plaatsen, wordt het essay een dialoogruimte waar intellectuele nieuwsgierigheid het wint van certitude.

In zijn oorspronkelijke betekenis betekent développement “het verruimen” en kan het ook worden opgevat als een “actie die ontvouwt wat eerder opgerold was”. Het duidt tevens op een multidimensionaal verbeteringsproces (economisch, sociaal, milieuvriendelijk, persoonlijk en politiek) dat erop gericht is de levensomstandigheden van individuen en samenlevingen te verbeteren, inclusief indicatoren zoals het Bruto Binnenlands Product, de Human Development Index of de toegang tot basisdiensten.

Het werk van Axelle Kabou, gepubliceerd in 1990, Et si l’Afrique refusait le développement ?, onderzocht de problematiek van stagnatie op het continent op economisch, ideologisch, politiek, cultureel en sociaal vlak. De auteur limiteert haar onderwerp om te verduidelijken waarom deze weigering tot ontwikkeling misschien niet duidelijk zichtbaar is, en om te laten zien hoe Afrikaanse bewustheden na de onafhankelijkheid proberen een ongeloofwaardig verhaal te produceren dat moderniteit en traditie tegenover elkaar zet, en uiteindelijk de mechanismen van het conceptuele proces ontmantelt waardoor Afrika de vooruitgang afwijst.

De door Axelle Kabou voorgestelde visie, die voorafgaand misschien controversieel lijkt, is in werkelijkheid een reflectie die erop gericht is bepaalde waarheden te herstellen over de Afrikaanse houding die ogenschijnlijk niet uit het maatschappelijke moeras wil treden waarin zij verankerd is, wat inertie veroorzaakt die uit meerdere tegenstrijdige concepten voortkomt.

Als waarschuwing benadrukt Kabou bovendien: overtuigd dat er geen politici ex nihilo bestaan en geen samenlevingen zonder mentaliteiten, bieden wij slechts een bijdrage aan het versterken van elk denkraam dat probeert de oorzaken van onderontwikkeling van Afrika uit de particuliere en uit de gangbare geschiedenis te halen.

Het werk is georganiseerd in drie delen en analyseert verschillende mogelijke verklaringen. In het eerste deel verduidelijkt Kabou de redenen achter onderontwikkeling in meerdere hoofdstukken, met name over de schutches van de weigering tot ontwikkeling die schommelen tussen raciale en culturele inferioriteit, de geschiedenis van de slavernij, kolonialisme en een vasthoudendheid om het postkoloniale discours aan de kaak te stellen, zonder afstand te nemen en met moeite een samenlevingsproject te formuleren dat door zijn bevolking in brede zin begrepen wordt. Het Afrikaanse continent lijkt te worden geslingerd tussen lidmaatschap van de derde wereld, internationale hulp en de karikatuur van een liberaal model, niet ontworpen volgens het Afrikaanse kader maar enkel nagemaakt van Europese precedent.

In het tweede deel ontwikkelt Kabou verschillende hypothesen over de intrinsieke oorzaken van dit verzet tegen vooruitgang. Wat het nog ingewikkelder maakt, is dat deze tegenstellingen verscholen zitten achter meerdere ideologieën die de helderheid van elk maatschappelijk project ondermijnen: de transformatie van Afrika tussen traditie, modernisme en postkolonialiteit, het endogene en het exogene, het simplistische en vereenvoudigde koloniale verhaal, de ambivalentie van de gemystificeerde antieke periode en de onafhankelijkheidsbeweging die tussen het recht op particularisme, neo-négrisme en culturele vervreemding balanceert terwijl men probeert uit de maatschappelijke en economische impasse te geraken.

Voor het laatste deel schetst Kabou de voorwaarden voor het realiseren van een onbevangen Afrika, dat ongetwijfeld richting een echte socio-economische revolutie moet bewegen om te kunnen overleven onder aanvaardbare omstandigheden en om de kwestie van Afrikaanse eenheid aan te kaarten via werkelijk gecoördineerde ontwikkelingsprogramma’s die niet beperken tot een politieke fictie. Het zal nodig zijn de bewustzijnsprocessen te blijven prikkelen om het geweven web van leugens en schijnwaarheden waarin denkkaders zich vasthouden door ontwijking te ontrafelen, zodat de Afrikaanse verbeelding, zijn diepgaande historiciteit, zijn kosmogene anders-zijn en de wetenschappelijke aard van zijn ervaring eindelijk kunnen opstaan. Het is ook aan ons om onszelf toe te rusten met de capaciteiten om vanuit onszelf en voor onszelf een nieuw opkomend gebied te scheppen dat een nieuw model van vooruitgang en menswording draagt, om zo de Afro-pessimistische clichés te fnuiken en de stigmatisering van een eenzijdig universum dat leidt tot onderwerping, destructieve kapitalisme en overmatige consumptie tegen te gaan. En als Afrika alienatie weigert? Wellicht is dit de vraag die we ons vandaag moeten stellen. Het is vanuit deze metamorfose, noodzakelijk voor onze samenlevingen die voortdurend met conflicten te maken hebben, dat we ons moeten vastbijten, om systematische verwachtingen te omzeilen, een ongekende stem te laten horen en de ideologische discoursen die onze menselijkheid niet dienen, te doorbreken.

Axelle Kabou, Et si l’Afrique refusait le développement ?, Éditions de l’Harmattan, Parijs, 1990

  1. Axelle Kabou, Et si l’Afrique refusait le développement ?, Éditions de l’Harmattan, Parijs, 1990, inleiding, p.13
  2. Ibidem, inleiding, p.12
  3. Idem, p.13

DE GEHEIMTE VAN DE TOTEM OF DE RESTITUTIE VAN DE AFRICAANSE ESTHETIEK

CHEIKH HAMIDOU KANE OF DE BOUWER VAN DE TEMPELS VAN ONS GEHEUGEN

DE GOEDE RESENTIMENTEN VAN ELGAS OF DE BEVRIJDENDE GOLVEN VAN DE DECOLONISATIE

EEN LITERAIR VERDRAAGT DIE DE AFRIKANSE LETTERKUNST DIENS

KLAP, KLAP Het TAM-TAM VAN LICHT, Het TAM-TAM VAN ONZE GEDACHTE

AFRIKAANSE SLAAPVERLEDENEN VAN N’DEYE ASTOU NDIAYE OF DE KUNST VAN HET INITIATIEF VERHAAL

VROUWENJAREN VAN RABY SEYDOU DIALLO OF DE AFRIKANSE MATRIARCALE ERFGOED

ANNEKE MBAYE D’ERNEVILLE, EEN KONINGIN DIE GRAAG STICHT

DE VERZET VAN VROUWEN IN MAROUBA FALLS PLEIDT

LANDING SAVANE OF DE POËZIE IN REVOLUTIEËLE LETTERS

MARIAMA BÂ, HET BELANGRIJKSTE WERK

MURAMBI, HET LIJVEN VAN DE BEENDEREN OF DE HISTORISCHE VERTELLING VAN EEN MASSAMOK

AFROTOPIA OF DE POËTISCHE BEWONDERING VAN AFRIKAANS CIVILISATIE

AMINATA SOW FALL, DE VILJA EN DE HOOP

ROOD GESTE SILENCE VAN FATIMATA DIALLO BA OF DE INTENSITEIT VAN MAGISCH REALISME

Van DEDECOLONISATIE VAN DE CRITISCHE DENKING NAAR HET AFRIKANSE VERHAAL

ABDOULAYE ELIMANE KANE OF HET DENSE MEMOIRE VAN BEAUTY

TANGANA OP TEFES, EEN LITERAIRE BLADELTOCHT TUSSEN NOSTALGIE EN FANTASIE

ISSA SAMB DIT JOE OUAKAM, EEN IKOON VAN DE SENEGAALSE KUNSTWERELD

DE WACHTERS VAN SANGOMAR VAN FATOU DIOME OF DE VERDEDIGING VAN EEN VERBEELDING GEÏNED AAN DE CULTUUR EN DE GESCHIEDENIS

DE LEEGTE VAN MALICK FALL OU DE VERHALEN-CRETEN VANHet MASKER

ABDOULAYE SADJI, MULTIPLE ALLIANCE EN WIEDERGEBOORTE

SABARU JINNE, DE TAM-TAMS VAN DE DUVEL OF DE UITING VAN EEN CINEMATOGRAFISCHE LITERATUUR

DE LAATSTE KUNSTEN VAN FARY NDAO OF DE VEROVERING VAN DE DROOMEN

DE HALSSIER VAN HAZENKETTING KHADI HANE OF DE TAM-TAM VAN ROMANTIE

LEOPOLD SÉDAR SENGHOR OF DE MEERTALIGE GELUID VAN AFRIKAANSE ZANG

UNIVERSALISERD DOOR SOULEYMANE BACHIR DIAGNE OF HOE DE MENSELIJKHEID IN ZIJN VERSCHILLENHEID TE DELEN

LEOPOLD SÉDAR SENGHOR OF DE POËTISCHE GESTE, DOOR ABOU BAKR MOREAU

SOKHNA BENGA, EEN DELICAATE EN SCHONE POËZIE

NAFISSATOU DIA DIOUF, EEN POËZIE GEVOELIG VOOR ZACHTHEID EN RECHTHEID

FATOUMATA BERNADETTE SONKO OF DE WEIGERING VAN HET GELIJK

BABACAR SALL OF DE INCARNATIE VAN EEN ALZIJNDE POËZIE

MANKEUR NDIAYE OF DE DIPLOMATIE IN HET HART

MAHAMADOU LAMINE SAGNA ONTHULT DE EPISTEMOLOGISCHE KLANK VAN CORNEL WEST’ VERZAMELING

CÉSAIRE: FONDATION D’UNE POÉTIQUE, DE MAMADOU SOULEY BA

AMY NIANG OF DE POËZIE VAN EEN WERELD

FADEL DIA OF DE VIGILIE VAN HET LAND VAN DE KINDERJAREN

CRITIQUE DE LA RAISON ORALE VAN MAMOUSSÉ DIAGNE, EEN FUNDAMENTEEL WERK VOOR DE AFRIKAANSE NARRATIEVE CONSTRUCTIE

ABDOULAYE RACINE SENGHOR OF DE GEZICHTSDEL VAN EEN STRALENDE ESTHETIEK

BAABA MAAL, EEN REIZENDE ARTIST OP DE AFRIKAANSE AARDEN

MAKHILY GASSAMA OF EEN VOLGENDE STEM VAN DE AFRIKANSE LETTERKUNST

EEN KLEIN HERCULES VAN DE WEST-EPISTEMOLOGIE omgekeerd

DE ANDERE VISIE OP EEN DRAAGZAME ILLUSIE

DE GROOT VERDRIET VAN HET LEVEN, EEN ROMAN DENS MET ESTHETIEK

DE VLOEK VAN RAABI VAN MOUMAR GUÈYE OF HET VERHAAL VAN EEN WOLVENFIET

BAL VAN AFRIKA VAN MAMADOU DIALLO OF EEN LITERAIRTEK VAN DE KUNST

DE DRAAD VAN VERHALEN OF HET ROMANSE INSCHRIJVING VAN DE REALITEIT

DE PROBE EINDIGEN DE CONFLICT DOOR DIALOOG

Herinneringen van een kind uit het geboortedorp van SALIOU MBAYE OF DE SCIENTIFIEKE, GESCHIEDKUNDE EN INTIEME UITEENZETTING

In de hand van God van Annie Coly Sane of het autobiografische pact

Het schemerlicht van de ijdelheden van Amadou Tidiane Wone of fictie ten dienste van het werkelijke

Het Saint-Louisiaanse verbeelding getekend door de tand des tijds door Alpha Amadou Sy

De kronieken van Maaba Yero van Rassoul Ba of het verhaal van een symbolische en collectieve geschiedenis

Duizend jaar volksverhalen van Souleymane Mbodj of de allegorieën van het Afrikaanse verhaal

Khady Fall Faye-Diagne of een poëzie die zacht is zoals de aarde uit historisch land

Het kind van Balacoss van Malick Diarra of de uitdrukking van een historisch en romans verhaal

De liberalisatie van de maskers van de pseudo-democratie

Het fundamentele werk over de Afrikaanse beschaving

De zoon van Papa Samba Badji, een roman met een verbluffende dramatische intensiteit

El Hadj Hamidou Kassé, een poëzie met een uitzonderlijke lyrische dichtheid

Habib Demba Fall of de schatten van een fundamenteel verhaal

Force-Bonté van Bakary Diallo of het bijzondere verhaal van een autodidiet

Anna Ly Ngaye of de uitdrukking van een vrije en moderne poëzie

Mame Ngoné Faye of een poëzie met een buitengewone vrijheid

Aoua Bocar Ly-Tall of het belichten van Afrikaanse vrouwen in de geschiedenis van de mensheid

Fatou Warkha Sambe of gerechtigheid voor iedereen

Vakbonden in de Geschiedenis onder het oog van Babacar Diop Buuba

Meïssa Maty Ndiaye of de poëzie die lichten samenbrengt

Dr Ibra Mamadou Wane of de route van een kind van het land, tussen erfgoed, cultuur en geheugen

Assaïtou Diop of parfums van poëzie

De productie van het heden door Felwine Sarr of hoe utopieën van het Afrikaanse continent tot leven te brengen

Karim – de Senegalezen roman van Ousmane Socé Diop of het romaneske onder de proef van desillusie

De Verhalen van Amadou Koumba van Birago Diop of de overlevering van het Afrikaanse verhaal

Ndongo Mbaye of de belichaming van een staande poëzie

Nafissatou Niang Diallo of het romaneske autobiografische verhaal

Abdoulaye Fodé Ndione of de uitdrukking van een intieme en absolute poëzie     

Mamadou Bamba Ndiaye of de ontluiking van een vulkanische poëzie 

Derde afwisseling in Senegal: Mijn dubbele blik van Mamoudou Ibra Kane of de chronique van een politiek cruciaal moment

Djibril Diallo Falémé of het karakter van een poëzie die volledig breekt

Het Kajoor in de XIXe eeuw van Mamadou Diouf of het historische en poëtische verslag van het Senegambische koninkrijk

Hermeneutiek van de droom van Cheikh Oumar Diagne of de expressie van een spirituele en geleerde visie

Elie-Charles Moreau of de woordvoering van een prachtige en verzetloze poëzie

Mary Teuw Niane of een poëtische wiskunde van de woorden

De fluisteringen van Kiraye van Mamadou Hamath Kane of de adem van innerlijke herinnering

Het koninkrijk Waalo van Boubacar Barry of de geschiedenis van Senegal ten dienste van het Afrikaanse verhaal

Amadou Lamine Ba of de uitdrukking van een poëtische exodus

Nadia Vermeer

Nadia Vermeer

Ik ben Nadia Vermeer, adjunct-hoofdredacteur bij AfrikaNieuws. Mijn passie voor journalistiek is ontstaan uit de drang om verhalen te vertellen die verder gaan dan cijfers en feiten, en de mensen en context achter het nieuws te laten zien. Bij AfrikaNieuws wil ik bijdragen aan een eerlijker, rijker en menselijker beeld van Afrika, in de taal van onze lezers.