Het Hof van Justitie van de West-Afrikaanse Economische en Monetaire Unie (UEMOA) heeft in zijn Arrest Nr. 01/2026 van 28 januari 2026 de sancties die in januari 2022 tegen Mali waren opgelegd, vernietigd wegens gebrek aan wettelijke basis. Een symbolische maar betekenisvolle beslissing die de overgangsregering van Mali sterkt in haar confrontatie met de West-Afrikaanse leiders, op de dag na Mali’s classificatie als de eerste militaire macht in het gebied van de UEMOA.
Er heeft zich een ware wending voorgedaan binnen de ruimte van de West-Afrikaanse Economische en Monetaire Unie (UEMOA). Vierentwintig uur na de publicatie van de 2026-ranglijst van Global Firepower, waarin Mali als de eerste militaire macht in dit geïntegreerde West-Afrikaanse economische gebied wordt genoemd, registreren de overgangsautoriteiten van Mali een nieuwe institutionele overwinning. Het Hof van Justitie van de UEMOA, gevraagd om in te grijpen tegen de “besluit tot sancties genomen tegen de Staat Mali door de Conferentie van Staatshoofden en van Regeringsleiders van de West-Afrikaanse Economische en Monetaire Unie (UEMOA) op 9 januari 2022 te Accra (Ghana)”, heeft in hun voordeel beslist.
Verzameld in openbare zitting op 28 januari 2026 te Ouagadougou, onder het voorzitterschap van Mahawa Sémou Diouf, voormalig decaan van de onderzoeksrechters van het Regionaal Tribunaal buiten de gewone orde van Dakar (2008-2015), bijgestaan door Abdourahamane Gayakoye Sbi en Jules Chabi Mouka, stond het Hof van Justitie van de UEMOA onmiskenbaar duidelijk. Het oordeelde dat de sanctiebeslissing tegen Mali, genomen door de Conferentie van Staats- en Regeringsleiders van de UEMOA op 9 januari 2022 te Accra (Ghana), “zonder wettelijke basis” was, zoals beschreven in Arrest Nr. 01/2026 van 28 januari 2026, uitgevaardigd door het gemeenschapsrechtbankshoofd.
Concreet heeft het Hof zijn volstrekte en eenvoudige nietigverklaring uitgesproken, met de toevoeging dat deze nietigheid ingaand op de datum van dit arrest van kracht wordt. Voorts vervolgde het Hof met haar redenering, die reeds op 24 maart 2022 had gelast de economische sancties tegen Mali op te schorten, en bovendien de Conferentie van Staats- en Regeringsleiders van de UEMOA veroordeelde tot kosten van de procedure. Het moet wel worden opgemerkt dat deze beslissing vooral een symbolische overwinning betekent voor de overgangsautoriteiten van Mali en voor de staats- en regeringsleiders van de UEMOA, die tijdens hun gewone zitting te Accra op 8 juli 2023 reeds alle sancties tegen Mali hadden opgeheven. Ter herinnering: de Conferentie van Staatshoofden en Regeringsleiders van de UEMOA (CCEG) had op 9 januari 2022 in Accra buitengewone zitting gehouden waarin zij deze sancties jegens Mali hadden aangenomen als reactie op de machtsovername door de junta die thans aan de macht is.
Naast de uitsluiting van Mali uit de organen en instellingen van de UEMOA had de Conferentie ook de opschorting bevolen van de financieringssteun die Bamako ontving van de financieringsinstellingen van de UEMOA. Bovendien had zij alle sancties die eerder door ECOWAS waren genomen vóór 9 januari 2022 gesteund en alle aanvullende sancties bevestigd die waren neergelegd door de beslissing MSC.A/DEC.1/01/22 van de leiders van ECOWAS op 9 januari 2022. In het motiverende deel merkt het Hof van Justitie van de UEMOA op dat er sprake is van een schending van artikel 4 van de Statuten van de BCEAO door de communautaire instellingen en organen, alsook door de regeringen van de lidstaten van de UMOA. Het herinnert eraan dat krachtens dit artikel de centrale bank, haar organen, elk lid van haar organen of personeel geen instructies of bevelen van communautaire instellingen of organen, van de regeringen van de lidstaten van de UMOA, van andere organen of personen mag ontvangen of aanvaarden bij de uitoefening van de bevoegdheden en het vervullen van de taken die hen door het Verdrag van de UMOA zijn toevertrouwd.
Bijgevolg, “overwegende dat de beschuldigden besluiten zonder wettelijke basis en buiten het communautaire normatieve systeem van de UEMOA zijn genomen, moeten zij ongrondwettelijk verklaard en vernietigd worden,” oordeelde het Hof dat “de additionele sancties tot opschorting van Mali uit de organen en instellingen van de UEMOA alsook de opschorting van de financiële steun door de financieringsinstellingen van de UEMOA zijn genomen zonder dat een communautaire norm van de UEMOA dergelijke maatregelen voorziet.”