Na “Het alfabet van Sidy Diop” keert de auteur terug met een eerbetoonwerk dat het traject van een man in kaart brengt, wiens bijnaam “Dabakh” op zichzelf al zijn menselijke kwaliteiten samenvat. Negenentwintig jaar na het overlijden van El Hadj Abdou Aziz Sy blijven zijn woorden en nalatenschap inspireren. Éditions du Soleil kondigt aan dat op 14 september aanstaande het boek Dabakh, De pedagogiek van goedheid, van Sidy Diop zal verschijnen, gewijd aan de voormalige algemene kalief van de Tidiane-stroming. De verschijningsdatum heeft een symbolische betekenis: zij valt samen met de 29e herdenking van zijn heengaan, en hij blijft in de collectieve herinnering een belangrijke figuur in het morele en religieuze bewustzijn van het land.
Met dit boek van 244 pagina’s gaat de auteur niet enkel de levensloop van El Hadj Abdou Aziz Sy Dabakh na. Hij zoekt naar wat de uniciteit van deze man maakte, wiens gezag eerder berustte op vriendelijkheid, luisteren en dienstbaarheid dan op macht. “Hij had de macht om te verenigen zonder ooit te proberen te domineren, de autoriteit om te corrigeren zonder iemand te vernederen, de kracht om te vergeven zonder zwakte”, benadrukt de journalist.
Sidy Diop baseert zich onder meer op getuigenissen, verhalen en anekdotes om een Dabakh te laten zien die “diep menselijk” is. Vriendelijkheid bij hem werd niet gezien als een eenvoudige persoonlijke eigenschap, maar als “een ware levensdiscipline”.
Deze filosofie wordt samengevat in drie uitspraken die de opzet van het boek structureren: “Hij regeerde niet. Hij diende. Hij verdeelde niet. Hij bracht samen. Hij zocht niet naar grootheid. Hij belichaamde die.”
Naast de plicht tot herinnering beoogt “Dabakh, De pedagogiek van goedheid” zo ook het heden te bevragen. “Wat blijft er over van goedheid wanneer lawaai, woede en verdeeldheid alle ruimte innemen?”, vraagt de auteur zich af in de inleiding van zijn werk. Het boek wil een uitnodiging zijn om zijn denkwijze en zijn verhouding tot de ander opnieuw te ontdekken, samengevat in deze spreuk die aan hem wordt toegeschreven: “De mens dienen, is God dienen.”