Ons literaire erfgoed is een dicht opeengepakte ruimte van creativiteit en schoonheid. De literatuur is een kunst die haar plek vindt in een tijdperk, een historische context, een cultureel kader, terwijl ze tegelijk verborgen waarheden van de realiteit onthult. Literatuur is een alchemie tussen esthetiek en ideeën. Door de literatuur bouwen we ons verhaal dat in het geheugen is gegrift.
Zo bestaat de Afrikaanse literatuur dankzij haar singulariteit, haar geschiedenis en haar bijzondere vertelling. De fraaie bladzijdes van onze literatuur hebben de bestemming ons een ontmoeting te bieden met de scheppers van het woord en met hun werken die in fusie raken met onze talenten en onze intelligenties.
Niets ontstaat abrupt in de sociale en culturele geschiedenis van de mensheid. Lange voorbereidingsperiodes zijn altijd noodzakelijk. – Theophile Obenga, De historische verhandeling in Afrika, Dakar-Paris, Les Nouvelles Editions Africaines / Présence africaine, 1980
De term essai, afkomstig uit het laat-Latijn, XIIe eeuw, exagium, van exigere, betekent « oordelen, onderzoeken, wegen », en in uitbreiding komt het van het werkwoord essayer in de zin van « proberen, experimenteren, op de proef stellen ». In de literatuur is een essay een reflecterende werk over uiteenlopende onderwerpen en door de auteur gepresenteerd. Het essay is een op zichzelf staand genre, met zijn eigen regels (of liever gezegd zijn afwezigheid van regels), met zijn eigen meesters en een traditie die teruggaat tot de zestiende eeuw. Het essay is een persoonlijk tekst omdat de auteur niet pretendeert objectieve wetenschappelijke neutraliteit of journalistieke onpartijdigheid. Het schrijft in zijn eigen naam, op basis van zijn ervaring, zijn lectuur, zijn intuïties en zijn argumentatie.
Het essay tracht het onderwerp niet uitputtend te behandelen. Het pretendeert ook niet het laatste woord te leveren. Het biedt een invalshoek, een gezichtspunt, een interpretatie — wetend dat een andere essayist hetzelfde onderwerp op een totaal andere manier zou kunnen benaderen. Het essay kan kritisch zijn, maar het wordt niet beperkt tot een aanval. Het denkt na en is tegelijk goed geschreven, zodat de boodschap begrijpelijk blijft.
De taal is verzorgd, nauwkeurig en doordacht om complexe ideeën over te brengen, die mogelijk met elkaar in strijd komen maar altijd op een toegankelijke manier. De vorm van het essay heeft een bewegend en heterogeen karakter, met sporen van zowel subjectiviteit als argumentaties. Het essay bevindt zich eerder aan de zijde van denken in beweging dan van gevestigde waarheid.
Door middel van een synthese van argumenten en tegenargumenten zoekt de auteur zijn eigen denken en dat van de lezer te verhelderen. Door meningen tegen elkaar af te zetten, wordt het essay een dialoogruimte waar intellectuele nieuwsgierigheid het wint van zekerheden.
In zijn eerste betekenis betekent het woord ontwikkeling « eruit halen wat samengetrokken was » of « uitbreiden ». Het wijst ook op een multidimensionaal verbeteringsproces (economisch, sociaal, milieu, persoonlijk en politiek) gericht op het optimaliseren van de levensomstandigheden van individuen en samenlevingen, inclusief indicatoren zoals het Bruto Binnenlands Product, de Humane Ontwikkelingsindex of de toegang tot basisdiensten.
Het werk van Axelle Kabou, gepubliceerd in 1990, Et si l’Afrique refusait le développement ?, vroeg naar de problematiek van de stagnatie van het Afrikaanse continent op economisch, ideologisch, politiek, cultureel en sociaal gebied. De auteur beperkt haar onderwerp om uit te leggen waarom deze afwijzing van ontwikkeling mogelijk niet duidelijk zichtbaar zou zijn, en om aan te tonen hoe Afrikaanse bewustheden na onafhankelijkheid proberen een ongeloofwaardig verhaal te fabriceren dat moderniteit en traditie tegenover elkaar stelt en ten slotte om de mechanismen van het conceptuele proces te ontmantelen waardoor Afrika de vooruitgang afwijst.
De voorstel van Axelle Kabou die op het eerste gezicht controversieel kan lijken, is in werkelijkheid een reflectie die erop gericht is bepaalde waarheden te herstellen over de Afrikaanse houding die schijnbaar niet uit het maatschappelijke moeras wil komen waarin ze verankerd is, wat een inertie veroorzaakt geworteld in verschillende tegenstrijdige concepten.
Als waarschuwing maakt Axelle Kabou bovendien duidelijk: Geloofwaardig dat er geen politici ex nihilo bestaan, geen samenlevingen zonder mentaliteit, voegen wij ons eenvoudig bij het versterken van elk denkwerk dat erop gericht is om de oorzaken van onderontwikkeling van Afrika uit de particuliere sfeer en de gehoord geschiedenis te halen.
Het werk is verdeeld in drie delen. In het eerste deel verduidelijkt Axelle Kabou de redenen van onderontwikkeling via verschillende hoofdstukken die onder meer gewijd zijn aan de afweerkaders van het verzet tegen ontwikkeling die schommelend tussen raciale en culturele inferioriteit, de geschiedenis van de slavenhandel, slavernij, kolonisatie en een vasthoudendheid om het postkoloniale discours te bestrijden, zonder naar een hoger plan te streven en moeite doend om een samenleving die voor haar bevolkingsgroep in brede zin duidelijk begrepen wordt uit te werken. Het Afrikaanse continent lijkt te wankelen tussen een Derde-wereld-identiteit, internationale bijstand en de karikatuur van een liberaal model, niet bedacht volgens het Afrikaanse schema maar slechts nagebootst uit de Europese tegenreactie.
In het tweede deel ontwikkelt Axelle Kabou verschillende hypothesen over de intrinsieke redenen van deze afwijzing van evolutie. Wat de zaak nog complexer maakt, is dat deze tegenstellingen zich verbergen achter meerdere ideologieën die de helderheid van elk maatschappelijk project verhinderen: de transformatie van Afrika tussen traditie, modernisme en post-kolonialiteit; het endogene en het exogene; het simplistische en vereenvoudigde koloniale verhaal; de dubbelzinnigheid van de prekoloniale periode die gemystificeerd is en de onafhankelijksbeweging die tussen de krachten van het recht op particularisme, neo-negriëring en culturele alienatie gevangen zit terwijl men probeert uit de impasse sociaal en economisch te geraken.
Voor het laatste deel schetst Axelle Kabou de voorwaarden voor het succes van een ontworstelde Afrika die ongetwijfeld op weg moet naar een echte socio-economische revolutie om onder aanvaardbare omstandigheden te kunnen voortbestaan en de kwestie van de Afrika-unie oproept door echte gezamenlijke ontwikkelingsprogramma’s die niet beperkt blijven tot een politiek fict. Het zal nodig zijn om de bewustzijnen verder te wekken om het web van leugens en schijnwaarheden, waarin de mentaliteiten zich hebben vastgelopen door ontwijking, te ontrafelen.
De schrijfstijl is hier perfect beheerst en vermijdt wollige eufemismen. Het betoog van Axelle Kabou blijkt didactisch maar met een lerende helderheid omdat de auteur naar meerdere denkrichtingen verwijst zonder de reflectie op te sluiten.
Het essay van Axelle Kabou, dat in zijn toespraak mogelijk controversieel lijkt, is toch een werk dat ons in staat stelt diep na te denken over de toekomst van het continent Afrika in het post-independence tijdperk dat zich uitstrekt over dertig jaar. Men zou het verhaal verder kunnen zetten van de jaren negentig tot heden om te analyseren wat er veranderd is, wat is blijven bestaan of wat is toegenomen. Als sommige waarheden moeilijk te horen zijn, verdienen ze het waarschijnlijk om even stil te staan en te herdefiniëren wat de kracht van Afrika uitmaakt, een Afrika dat het aandurft zijn fundamentele fouten te onderkennen die gerelateerd zijn aan persoonlijke belangen, zijn politieke dwalingen die tot een ramp hebben geleid, waardoor armoede van de bevolking, sociale onzekerheid, elementaire overleving, nationale conflicten ontstaan, wat een migratiestroom veroorzaakt die zonder perspectief sterft en de vlucht van kapitaal die de ongelijkheid blijft vergroten. Dit krachtige boek biedt ook een heropleving van de inheemse kennis van het Afrikaanse continent die kan dienen als hefboom voor een duurzame bloei. Door middel van een solide onderwijs, een culturele verankering via het historische erfgoed, de wetenschap, onderzoek, de oude systemen, menselijke, culturele en sociale vaardigheden die werkelijk de rehabilitatie van het verleden, de constructie van het heden en de schets van een toekomst in overeenstemming met ons eigen verhaal en onze verbeelding van bloei mogelijk maken.
In aanmerking nemend de complexe andersheid van het Afrikaanse continent en zijn geografische grandeur, zijn bewuste Afrikanen perfect in staat om Afrika, en daarmee de mensheid, routes voor ontwikkeling aan te reiken voor de komende generaties.
Volgens Axelle Kabou is het een lange weg vol hindernissen om van Afrika een harmonieuze, uitbreidende land te maken. De noodzakelijke voorwaarde lijkt te zijn het opsporen van alle schijnbaar voorwendsels, alle grafdelvers van vooruitgang, alle maskers van bedrog, de neiging tot eenzijdig denken te doorbreken, zodat eindelijk het Afrikaanse imaginarium, zijn diepe historiciteit, zijn kosmologische alteriteit en de wetenschappelijkheid van zijn ervaring kan opkomen. Het is ook aan ons om onszelf te bewapenen met de vermogens om zelf en voor onszelf een opkomende ruimte te ontwerpen die een nieuw model van vooruitgang en humanisering draagt, om beter de Afro-pessimistische clichés te doorbreken en de stigmatisering van een eenzijdig universum dat leidt tot onderwerping, destructief kapitalisme en de normalisatie van overconsumptie tegen te gaan. En als Afrika al alienatie weigert? Misschien is dit de vraag die we vandaag moeten stellen? Het is van deze metamorfose, noodzakelijk voor onze samenlevingen die voortdurend in conflict zijn, dat we ons moeten meester maken, om systematische verwachtingen te doorbreken, een nieuw geluid te bepleiten en de ideologische discours die onze mensheid nergens dient, aan te vallen.”
Axelle Kabou, Et si l’Afrique refusait le développement ?, éditions de l’Harmattan, Parijs, 1990
- Axelle Kabou, Et si l’Afrique refusait le développement ?, éditions de l’Harmattan, Parijs, 1990, introductie, p.13
- Ibidem, introductie, p.12
- Idem, p.13
DE STILTE VAN DE TOTEM OF DE TERUGGEKEERDE AFRIKAANSE ESTHETIEK
CHEIKH HAMIDOU KANE OF DE BOUWER VAN DE TEMPELS VAN ONZE GEHEUGEN
DE GOEDE VERSCHONINGEN VAN ELGAS OF DE EMANCIPERENDE GOLVEN VAN DE DEKOLONISATIE
EEN LITERAIR VERDRAAIING TEN VOORDE VAN AFRIKAANSE LETTEREN
SLAG, SLAG HET TAM-TAM VAN LICHT, HET TAM-TAM VAN ONZE GESCHIEDENIS
Afrikaanse AVONDEN VAN NDÈYE ASTOU NDIAYE OF DE KUNST VAN INITIËLE VERTELLING
VROUWENSEIZOENEN VAN RABY SEYDOU DIALLO OF HET AFRIKAANSE MATRILINEAIRE ERFGOED
ANNETTE MBAYE D’ERNEVILLE, EEN BOUWER-FARAO
DE VERZET VAN VROUWEN IN HET THEATERWERK VAN MAROUBA FALL
LANDING SAVANE OF DE POËZIE IN REVOLUTIONAIRE LETTERS
MARIAMA BÂ, HET BELANGRIJKSTE WERK
MURAMBI, HET BOEK DER OSSEMENTEN OF DE HISTORISCHE VERTELLING VAN EEN MASSACRE
AFROTOPIA OF DE AFRIKAANSE POËTISCHE CIVILISATIE
AMINATA SOW FALL, DE WILLEN EN DE HOOP
RODE STILTES VAN FATIMATA DIALLO BA OF DE INTENSITEIT VAN MAGISCH REALISME
VAN DE DECOLONISATIE VAN DE GEESTELIJKE VERDWAASDE TOCHT TOT AFRIKAANSE VERTELLING
ABDOULAYE ELIMANE KANE OF DE DENSE HERINNERING VAN BEAUTY
TANGANA OP TEFES, EEN LITERAIRE BALLADE TUSSEN NOSTALGIE EN FANTASIE
ISSAA SAMB DIT JOE OUAKAM, EEN ICONE VAN DE SENEGALASE PERSOONLIJKE ARTS
DE WAAKSERS VAN SANGOMAR VAN FATOU DIOME OF DE VERDEDIGING VAN EEN IMAGINAIR GEWORTELD IN CULTUUR EN GEDACHTE
DE WOND VAN MALICK FALL OF HET EMBLEMATISCHE VERHAAL VAN HET MASKER
ABDOULAYE SADJI, MEERVOUDIG ALLIANCE EN RENAISSANCE
SABARU JINNE, DE TAM-TAMS VAN DE DUVEL OF DE UITDRUKKING VAN EEN CINÉMATOGRAFISCHE LITERATUUR
Het LAATSTE VAN DE KUNSTEN VAN FARY NDAO OF DE VERovering VAN DROOMEN
DE ZORSE KETTING VAN KHADI HANE OF DE TAM-TAM VAN ROMANTIE
LÉOPOLD SÉDAR SENGHOR OF DE MEERVOUDIGE KLANK VAN DE AFRIKANSE ZANG
UNIVERSALISEREN DOOR SOULEYMANE BACHIR DIAGNE OF HOE DE MENSELIJKE CULTUUR TE VERBREIDEN IN ZIJN PLURALITEIT
LÉOPOLD SÉDAR SENGHOR OF DE POËTISCHE GESTE, DOOR ABOU BAKR MOREAU
SOKHNA BENGA, EEN DELICAAT EN SCHITTERENDE POËZIE
NAFISSATOU DIA DIOUF OF DE POËZIE GEHEEL DOCHTER EN RECHT
FATOUMATA BERNADETTE SONKO OF DOOR DE STILTE WEIGEREN
BABACAR SALL OF DE INCARNATIE VAN EEN ALWETENDE POËZIE
MANKEUR NDIAYE OF DE DIPLOMATIE IN HET HART
MAHAMADOU LAMINE SAGNA ONTHULT DE EPSTEMOLOGISCHE BREUK IN HET WERK VAN CORNEL WEST
CÉSAIRE: DE OPRICHTING VAN EEN POËTIEK, DOOR MAMADOU SOULEY BA
AMY NIANG OF DE POËZIE VAN EEN WERELD
FADEL DIA OF DE AVOND VAN HET LAND VAN DE GEBOORTE
KRITIEK VAN DE REDE ORALE VAN MAMOUSSÉ DIAGNE, EEN FUNDAMENTEEL WERK VOOR DE VERVAAIING VON AFRICAANSE VERHALEN
ABDOULAYE RACINE SENGHOR OF HET OOG VAN EEN LUMINIEUZE ESTHETIEK
BAABA MAAL, EEN REIZENDE KUNSTENAAR OP DE AFRIKAANSE AARDERENDER
MAKHILY GASSAMA OF EEN BELANGRIJKE STEM IN DE AFRIKAANSE LITERATUUR
EEN TEGENWERPING VAN DE WESTELIJKE EPISTEMOLOGIE
DE ANDERE VISION VAN EEN DOMINANTE ILLUSIE
DE ONTROOST VAN HET LEVEN, EEN DENSE ROMAN DOOR ESTHETIEKE
DE VERKLARING VAN DE VERDOEMING VAN RAABI DOOR MOUMAR GUÉYE OF HET VERHAAL VAN EEN BRUKE VERHALEN
BAL D’AFRIQUE VAN MAMADOU DIALLO OF EEN LITERAIR ART IN BEWEGING
DE STERS VAN VERHALEN OF DE ROMANSE INSCRIPTIE VAN DE REALITEIT
PROBEERING HET CONFLICT TE STOPPEN DOOR DIALOGUE
HERINNERINGEN VAN EEN KIND UIT SALIOU MBAYE OF DE WETENSCHAPPELIJKE, HISTORISCHE EN INTIEME BEELDING
In de Hand van God door Annie Coly SANE of het autobiografische pact
De schemering van de ijdelheden door Amadou Tidiane Wone of fictie ten dienste van de werkelijkheid
Het Saint-Louis-achtige imaginaris op de proef van de tijd door Alpha Amadou Sy
De chronique van Maaba Yero door Rassoul Ba of het verhaal van een symbolische en collectieve geschiedenis
Duizend jaar verhalen door Souleymane Mbodj of de allegorieën van Afrikaans verhaal
Khady Fall Faye-Diagne of een poëzie gevoelig voor de zoetheid van het historische land
Het kind van Balacoss door Malick Diarra of de uitdrukking van een historisch en romans verhaal
De liberalisering van de maskers van pseudo-democratie
Het fundamentele werk van de Afrikaanse beschaving
Het zoon van Papa Samba Badji, een verrassingwekkende roman met dramatische intensiteit
El Hadj Hamidou Kassé, poëzie met een uitzonderlijke lyrische dichtheid
Habib Demba Fall of de schatten van een fundamenteel verhaal
Force-Bonté van Bakary Diallo of het unieke verhaal van een autodidact
Anna Ly Ngaye of de uitdrukking van een vrije en moderne poëzie
Mame Ngoné Faye of een poëzie met een zeldzame vrijheid
Aoua Bocar Ly-Tall of het in de schijnwerpers zetten van Afrikaanse vrouwen in de geschiedenis van de mensheid
Fatou Warkha Sambe of rechtvaardigheid op de schouderriem
De vakbonden in de geschiedenis onder het oog van Babacar Diop Buuba
Meïssa Maty Ndiaye of de poëzie die de lichten samenbrengt
Dr Ibra Mamadou Wane of de reis van een zoon van het land, tussen erfenis, cultuur en geheugen
Assaitou Diop of geuren van poëzie
De fabricage van het heden door Felwine Sarr of hoe utopiën van het Afrikaanse continent tot leven te brengen
Karim – Senegalese roman van Ousmane Socé Diop of het romansische tegen de proef van desillusie
De Verhalen van Amadou Koumba van Birago Diop of de overdracht van het Afrikaanse verhaal
Ndongo Mbaye of de incarnatie van een staande poëzie
Nafissatou Niang Diallo of het autobiografische romansverhaal
Abdoulaye Fodé Ndione of de uitdrukking van een intime poëzie en absolue poëzie
Mamadou Bamba Ndiaye of de ontluiking van een vulkanische poëzie
Derde alternantie in Senegal: Mijn dubbele kijk door Mamoudou Ibra Kane of de chronique van een politiek cruciaal moment
Djibril Diallo Falémé of het karakter van een poëzie vol ruptuur
Le Kajoor in de XIXe eeuw door Mamadou Diouf of het historische en poëtische verhaal van het Senegal-Gambia koninkrijk
Hermeneutiek van de droom door Cheikh Oumar Diagne of de uitdrukking van een spirituele en wetenschappelijke visie
Elie-Charles Moreau of de stem van een mooie en rebelse poëzie
Mary Teuw Niane of een poëtische wiskunde van woorden
De fluisteringen van Kiraye door Mamadou Hamath Kane of de adem van innerlijke herinnering
Het Koninkrijk Waalo van Boubacar Barry of de Senegaleese geschiedenis ten dienst van het Afrikaanse verhaal
Amadou Lamine Ba of de uitdrukking van een poëtische exodus