Ook Senegalese mannen en vrouwen hebben opnieuw de bittere ervaring meegemaakt van een buitenland dat zijn beloftes niet waarmaakt. In Zuid-Afrika heeft xenofobie hen ertoe aangezet hun weg terug te nemen, wat hard terugkaatst dat een vreemd iemand plotseling een plek van uitsluiting en vijandigheid kan worden. Afgelopen vrijdag keerden in Marokko nog eens 120 Senegalese mensen terug naar hun land nadat zij waren gered of aan zee waren onderschept. Twee uiteenlopende trajecten, maar één en dezelfde ontgoocheling.
Beide voorvallen brengen de kwetsbaarheid onder de aandacht van mensen die grenzen oversteken in de hoop de moeilijkheden van hun dagelijkse bestaan te ontlopen. Of ze nu het slachtoffer zijn van xenofobe geweld, in zee worden gered of gedwongen worden hun migratiedromen op te geven, deze Senegalese migranten worden geconfronteerd met een realiteit die afwijkt van het vaak idealiserende beeld van het verre land. Vertrek, ooit gezien als een belofte van emancipatie, kan veranderen in een beproeving, ja zelfs in een vernedering.
Deze terugkeer mag niet worden gezien als louter migratierandgevallen. Het zijn symptomen van een dieper liggend fenomeen: emigratie die, ondanks de tragedieën die ermee gepaard gaan en de campagnes die de gevaren erin aanwakkeren, stevig geworteld blijft in de verbeelding en de aspiraties van een deel van de Senegalese bevolking.
De Senegalese emigratie is dus niet verdwenen. Integendeel, de aantrekkingskracht van vertrek blijft enorm, vooral onder een jeugd die wordt geconfronteerd met werkloosheid, onderbenutting, onzekerheid over de toekomst. Het buitenland blijft plegen als de plek waar de mogelijkheden die hier lijken te ontbreken samenkomen, of het nu gaat om werk, inkomen, stabiliteit, sociale erkenning en vooral het vooruitzicht op een betere toekomst.
Die voorstelling wordt gevoed door de verhalen van emigranten die het gemaakt hebben. Geldtransfers, geboende huizen, investeringen en uiterlijke tekenen van welvaart geven vertrek soms een beeld dat flatterender is dan de werkelijkheid. Verdrinkingen, uitzettingen, geweld, clandestiene reizen en dure levensomstandigheden blijven daarentegen in de schaduw. De migratiedroom groeit uit een selectie van verhalen waarin succes vaker wordt getoond dan mislukking. Dat is de dubbele ziel van emigratie die zich in deze repatriaties openbaart. Vertrekken is niet alleen het toegeven aan een illusie. Voor velen is het ook proberen de regie over een toekomst terug te krijgen die door economische en sociale omstandigheden onzeker is geworden. Migratie wordt zo een overlevingsstrategie of een opstap naar sociale vooruitgang, net zozeer als een zoektocht naar horizon.
Daarom zullen, naast de noodzakelijke voorlichtingscampagnes over de gevaren van irregular migratie, alle inspanningen om het fenomeen te beteugelen niet volstaan. Men stopt niet voorgoed met de drang naar het buitenland zolang het hier slechts beperkte redenen biedt om te blijven. Zolang Senegal zijn jeugd geen solide perspectieven kan bieden, zal emigratie blijven opduiken als een mogelijke uitweg.
De repatriëringen uit Marokko en het terugkeren van Senegalezen die geconfronteerd worden met xenofobie in Zuid-Afrika roepen daarmee dezelfde fundamentele vraag op. Wat blijft er over van het droombeeld van het verre land wanneer dat droombeeld verandert in teleurstelling? Misschien is het dan tijd om verder te kijken dan de veroordeling van vertrek en te onderzoeken wat in het land zelf mensen blijft aanzetten om te vertrekken.
De ware prioriteit ligt bovendien niet uitsluitend bij het voorkomen van vertrekken. Het gaat om het bouwen aan een Senegal waar blijven niet langer wordt gezien als het opgeven van dromen.