Ons literaire erfgoed is een dicht opeengepakte ruimte van creativiteit en schoonheid. De literatuur is een kunst die haar plaats vindt in een tijdperk, een historisch kader, een cultureel veld, terwijl ze tegelijkertijd verborgen waarheden van de realiteit onthult. De literatuur is een alchemie tussen esthetiek en ideeën. Het is door de literatuur dat we ons verhaal bouwen dat zich in het geheugen heeft gegrift.
Zo bestaat de Afrikaanse literatuur door haar singulariteit, haar geschiedenis en haar specifieke verteltraditie. De prachtige bladzijden van onze literatuur hebben als doel ons een ontmoeting te bieden met de scheppers van het woord en met hun werken die samenvloeien met onze talenten en onze inzichten.
In oorsprong van de mensheid was het verhaal een mondelinge traditie en maakte het mogelijk om op een directe manier een vertelling te vertellen die lijkt op het patroon van literaire esthetiek. Op deze manier was het vertellen van verhalen een dagelijkse gewoonte van geheugenoverdracht nog vóór de opkomst van het schrift.
Door een specifiek proces van memorisatie en door zijn interpretatie behoort het sprookje, op universele wijze, tot de vorm van een vertelling die informatie geeft over de culturele en sociale geschiedenis, terwijl het tegelijk tot nadenken stemt over een menselijke problematiek die rijk is aan lessen. Deze orale en metaforische aard wordt de constructie van een gedachte, of preciezer een redenering, terwijl men leunt op de dynamiek van het verhaal uit de werkelijkheid en het imaginaire. Zo is het sprookje dankzij deze literaire combinatie een onderdeel van historisch en cultureel geheugen. Als men even stilstaat bij de didactiek van het sprookje, blijkt dat de dramatisering versterkt is en daarmee, naast de didactische inhoud, “een sluwheid van de mondelinge rede” wordt, zoals Mamoussé Diagne onderstreept.
Voor de verteller kan de interpretatie soms zo groot zijn dat analisten het sprookje een profane aard toeschrijven. Via het sprookje wil men een kennis overdragen, maar het narratieve principe, soms extreem verdraaid, geeft juist geldigheid aan het verhaal.
In die zin laat het sprookje de spreker een ruime uitdrukkingsvrijheid toe die een beslissende plaats inneemt. Men kan stellen dat het sprookje ook de “transpositie” is van een sociaal fenomeen door middel van een spelmechanisme dat erop gericht is te onderwijzen, te amuseren, bepaalde situaties of personages te ridiculiseren en tot nadenken aan te zetten.
Het is deze combinatie van het reële en het imaginaire, die een ruimte van het mogelijke opent, die het sprookje kenmerkt. Vaak wordt het sprookje vergeleken met een “kleine theatertekst” omdat dramatisering en de verkleding van personages een hoofdrol spelen in de uiting van het verhaal. De taalkundige uiting die het verhaal inleidt (Er was eens, enz.) en de aansporingen tot de ontvanger vormen samen de elementen van het narratieve ritueel. Net zoals de locaties, de tijd, de sociale en culturele gebeurtenissen waarin het sprookje zich afspeelt, heeft elk daarvan zijn volle betekenis. Bijvoorbeeld: de avond leent zich vaak tot de vertelling van het sprookje.
De introductie tot het sprookje, of de luisterconditie ervan, is uiterst belangrijk en wordt vaak formeel geplaatst. Hetzelfde geldt voor de “finale” van het verhaal. De ontknoping van het sprookje is het resultaat van het door het verhaal opgezongen paroxisme, en dient ook om de diepliggende elementen van de fabel pedagogisch samen te brengen. Hier besluit de verteller met een waarheid die de les verduidelijkt en boven het verhaal uitgaat.
Maar het epiloog van het sprookje is soms slechts een voorwendsel; het is niet noodzakelijk een verkorting van het verhaal, maar eerder een beslissende openbaring die aanzet tot een vraag. De uiteenzetting aan het einde roept vaak een soort “terugtrekkende” beweging van het verhaal op.
Zo zou men kunnen zeggen dat de conclusie van het sprookje het begin is van een waarheid, van kennis, van een sociologisch of historisch feit. Deze dramatisering van de uitspraak geeft het sprookje twee functies: een illustratieve waarde en een waarde van archivering of geheugen. Zo bezit het sprookje een educatieve rol, omdat het web van het verhaal dat zo wordt uitgevonden, een verbeelding van morele en sociale waarden mogelijk maakt, en een reflectie op een nieuw of oud vraagstuk uitlokt. Het fictieve karakter van het verhaal maakt het mogelijk om de menselijke betrokkenheid die ieder mens voelt op afstand te plaatsen. Het gebruik van dieren uit de fauna, een onwerkelijke representatie van de menselijke aard, is daarvan een perfect voorbeeld. Personificatie, een belangrijke stijlfiguur van het sprookje en van de poëzie, biedt een nieuw zicht dat het onverwachte, de emotie, het lachen en het herkennen van een situatie die geloofwaardig is, oproept terwijl men gebruikmaakt van literaire middelen.
Met De Verhalen van Amadou Koumba, wordt Birago Diop, schrijver en dichter, de stem van de verteltraditie van het sprookje die pedagogische en culturele waarde heeft, terwijl hij een nieuwe literaire sfeer heruitvindt. In zijn inleiding herinnert Birago Diop zich de leeromstandigheden van verhalen uit zijn jeugd. Opgeleid door zijn grootmoeder kent hij op dat ogenblik verschillende vertellers in zijn omgeving. Maar het is bij Amadou Koumba, de griot van zijn familie, dat hij zijn kennis van verhalen ontwikkelt.
Deze ritus die verrijkt wordt met nieuwe vertellingen vormt de boog van een proverbiale, hybride en bewegende literaire vorm. Het apparaat van het sprookje zet zelf de elementen in scène om een verhaal over te dragen. Inderdaad is het ’s avonds wanneer het officiële ritueel begint. Deze opstelling schept een nerveuze verwachting, een intense onzekerheid, of zelfs komische situaties die opluchten en eindes die verklaren en geruststellen. Birago Diop lijkt ons te willen zeggen dat onze ogen als kinderen nooit afstand doen van het geheugen aan de avonden in de hut verlicht door verhalen. Door zijn persoonlijke verbeelding en zijn literaire stijl betreedt Birago Diop het pad van het sprookje via metamorfosen, metaforen en een voortdurend hercomponeren van mythische vertellingen, als een onhandige wever.
Toch verwijzen alle hier vertelde verhalen naar andere vormen. En door dit proces van herkenning, als een narratief systeem van het reële en de gemoedelijkheid, aanvaarden wij het pact van Birago Diop dat de woorden van Amadou Koumba herinterpreteert.
Zo implementeert hij alle specerijen van de fabel: exposé, prikkel tot verandering, intrige, wendingen en de uiteindelijke oplossing. Door zijn narratieve samenstelling bezit de structuur van het sprookje een initiatie-achtig karakter dat de lezer aanzet tot analyse van de gegevens om bijvoorbeeld een menselijk stereotype te overstijgen. Om deze culturele continuïteit te waarborgen wordt Birago Diop de stem van beroemde personages uit het Afrikaanse sprookje: de dieren uit de wildernis, de Geesten en de Kabouters, de Kouss met lange haren, talloze verwijzingen in het collectieve verbeelding. Het is met genoegen en speelsheid dat men de springende Leuk-de-haas, de knorrige Bouki-de-hyène, Golo de aap, Gayndé de leeuw, Kouss de kabouter, Niéye-de olifant terugvindt. Hier bevindt men zich op bekend terrein en ieder neemt zijn tekenende kleding en rol in de sociale orde van het sprookje weer op om zo onze literaire instemming te verkrijgen.
Ritmisch gevoegd in een vertelling verschijnen de verhalen als een theaterstuk dat ontroert, aan het lachen maakt en ons vult met bevrijdende herinneringen. Het decor blijft altijd vol leven, met gedetailleerde en verrassende beschrijvingen en met een fijne, metaforische schrijfstijl. De stijl van Birago Diop is onmiskenbaar poëtisch en zijn allegorieën resoneren met het Afrikaanse verhaal en zijn symbolen. In die zin benadert de schrijfstijl van het sprookje de poëzie door zijn beelden, zijn taal, zijn klankdynamiek, zijn anaforen en literaire troepen.
Door deze vertellingen verschaft de poëet-verteller informatie over de menselijke organisatie en het culturele tableau dat de waarheid van grootheden koppelt aan sluwheid, verraad en eigenbelang, waardoor diepe beelden ontstaan en universele waarden dragen zoals loyaliteit, delen, trouw en nederigheid.
Door het gebruik van parabel en personificatie van dieren nodigt het sprookje iedereen uit om zich een literaire incarnatie toe te eigenen om er een educatieve betekenis aan te geven, een leerspoor te creëren dat initiatie waarde heeft. In die zin bevat het sprookje kennis die het doorgeeft, zonder dat de ontvangers er bewust van zijn, in een pedagogische dynamiek die amuseert, waarschuwt en herstelt. Uit deze culturele bondgenootschap maakt het publiek er een didactisch materiaal van met herinnerings- en emotionele waarde.
Zo blijft Les Contes d’Amadou Koumba van Birago Diop tijdloos het Afrikaanse culturele verhaal doorgeven, dat zich blijft her incarneren in de symbolen van ons literaire erfgoed, onze verbeelding inspireert en de andersheid van onze culturele identiteit onderstreept.
Amadou Elimane Kane is schrijver, dichter.
Les Contes d’Amadou Koumba, Birago Diop, Présence Africaine, Parijs, 1961.
DE GEHEIMTE VAN DE TOTEM OF DE TERUGGEVEN VAN DE AFRIKANSE ESTHETIEK
CHEIKH HAMIDOU KANE OF DE BOUWER VAN DE TEMPELS VAN ONZE HERINNERING
DE GOEDE WREK VAN ELGAS OF DE EMANCIPATORISCHE GOLVEN VAN DE DECOLONISATIE
EEN LITERAIRE HERPOSITIONERING TEN VOORDELE VAN AFRIKAANSE LETTERKUNST
SLA EN SLA DE TAM-TAM VAN LICHT, HET TAM-TAM VAN ONZE GESCHIEDENIS
Afrikaanse WALSEN VAN NDÈYE ASTOU NDIAYE OF DE KUNST VAN HET INITIËRE VERHAAL
VROUWENSEIZOENEN VAN RABY SEYDOU DIALLO OF HET AFRIKAANSE MATRILINAIRE ERFGOED
ANNETTE MBAYE D’ERNEVILLE, EEN FARAO-BOUWER
DE VERZET VAN VROUWEN IN HET THEATERWERK VAN MAROUBA FALL
LANDING SAVANE OF DE POËZIE IN REVOLUTIONAIRE LETTEREN
MARIAMA BÂ, HET MAJESTUEUZE WERK
MURAMBI, HET BOEK VAN DE OSSEMENTEN OF HET HISTORISCHE VERHAAL VAN EEN MASSACRE
AFROTOPIA OF DE AFRIKAANSE POËTISCHE CIVILISATIE
AMINATA SOW FALL, DE WIL EN HOOP
RODE STILTES VAN FATIMATA DIALLO BA OF DE INTENSITEIT VAN MAGISCH REALISME
VAN DE COLONISATIE VAN DE CRITISCHE GEEST NAAR AFRIKAANSE VERHALEN
ABDOULAYE ELIMANE KANE OF DE DICHTE HERINNERING VAN BEELD van Schoonheid
TANGANA OVER TEFES, EEN LITERAIR BALLADE TUSSEN NOSTALGIE EN FANTASIE
ISSA SAMB DIT JOE OUAKAM, EEN IKONE VAN DE SENALESE WERELD VAN DE KUNSTEN
DE SANGOMAR-WAKERS VAN FATOU DIOME OF DE VERDEDIGING VAN EEN VERBEELDING GEANKERD IN DE CULTUUR EN DE GESCHIEDENIS
DE WONDE VAN MALICK FALL OF HET SYMBOLISCHE VERHAAL VAN HET MASKER
ABDOULAYE SADJI, MEERVOUDIGE ALLIANTE EN VERNEUWING
SABARU JINNE, DE TAM-TAMS VAN DE DUVEL OF DE UITING VAN EEN CINEMATOGRAFISCHE LETTERKUNST
DE LAATSTE KUNST VAN FARY NDAO OF DE VEROVERING VAN DROMEN
DE HARSEN KETTING VAN KHADI HANE OF HET TAM-TAM VAN ROMANTIE
LEOPOLD SÉDAR SENGHOR OF DE MEERVOUDIGE GELUIDEN VAN HET AFRIKAANSE ZANG
UNIVERSALISEREN DOOR SOULEYMANE BACHIR DIAGNE OF HOE DE MENSELIJKE CULTUUR TE VERSPREIDEN IN ZIJN VELE VORMEN
LEOPOLD SÉDAR SENGHOR OF HET POËTISCHE GESTE, DOOR ABOU BAKR MOREAU
SOKHNA BENGA, EEN ZACHTE EN OOGSTEVEN POËZIE
NAFISSATOU DIA DIOUF, EEN POËZIE DOORDRAAIEND ZACHTHEID EN RECHTVAARDIGHEID
FATOUMATA BERNADETTE SONKO OF HET WEIGEREN VAN DE STILTE
BABACAR SALL OF DE INCARNATIE VAN EEN ALWETENDE POËZIE
MANKEUR NDIAYE OF DE DIPLOMATIE IN HET HART
MAHAMADOU LAMINE SAGNA ONTHULT DE EPSTEMOLOGISCHE DOORBREKING VAN HET WERK VAN CORNEL WEST
CÉSAIRE: VORMING VAN EEN POËTIEK, DOOR MAMADOU SOULEY BA
AMY NIANG OF DE POËZIE VAN EEN WERELD
FADEL DIA OF DE AAVOND VAN HET LAND VAN DE KINDERJAREN
CRITIQUE DE LA RAISON ORALE DE MAMOUSSÉ DIAGNE, UN OUVRAGE FONDAMENTAL DE LA CONSTRUCTION NARRATIVE AFRICAINE
ABDOULAYE RACINE SENGHOR OF DE VISIE VAN EEN HELDER LICHT ESTHETIE
BAABA MAAL, EEN TREKVERRIJDE PERFORMANCE ARTIST OP AFRIKASE GROND
MAKHILY GASSAMA OF EEN VERKEERDE STEM IN DE AFRIKAANSE LITERATUUR
EEN KOLFRIJE VAN DE WEST-EUROPESE EPIGÉTIE
DE ANDERE VISIE OP EEN GLOBAAL-DESALONERDE ILLUSIE
HET LELLEN VAN HET LEVEN, EEN ROMAN DENSE D’ESTHÉTISMEE
DE BEZCH van RAABI VAN MOUMAR GUÈYE OF HET VERHAAL VAN EEN BRUTALE VERHAAL
BAL D’AFRIQUE VAN MAMADOU DIALLO OF EEN LITERAISE KUNST IN BEELD
DE LIGSTOCHTER VAN VERHALEN OF DE ROMANSE INSCRIPTIE VAN DE REALITEIT
DE PROBEERING HET CONFLICT TE STILEN DOOR DIALOOG
HERINNERINGEN VAN EEN KIND VAN HET PLATTELAND SALIOU MBAYE OF DE SCIENTIFISCHE, HISTORISCHE EN INTIEME UITDRUKKING
Dans la main de Dieu d’Annie Coly Sané ou le pacte autobiographique
Het schemeruur van schijnheiligheid van Amadou Tidiane Wone of fictie ten dienste van de realiteit
Het imaginaire Saint-Louisien onder de proef van de tijd door Alpha Amadou Sy
De kronieken van Maaba Yero van Rassoul Ba of het verhaal van een symbolische en collectieve geschiedenis
Duizend jaar aan sprookjes van Souleymane Mbodj of de allegorieën van het Afrikaanse verhaal
Khady Fall Faye-Diagne of een poëzie gevoelig voor de zachtheid van het historische land
Het Kind van Balacoss van Malick Diarra of de uitdrukking van een historische en romaneske vertelling
De liberalisering van de maskers van de pseudo-democratie
Het fundamentele werk van de Afrikaanse beschaving
De zoon van Papa Samba Badji, een verbazingwekkende roman met dramatische intensiteit
El Hadj Hamidou Kassé, een poëzie met een uitzonderlijke liturgische dichtheid
Habib Demba Fall of de schatten van een fundamenteel verhaal
BAABA: L’ARTISTE VOYAGEUR OP TERREINEN VAN AFRIKA
MAKHILY GASSAMA OF EEN VOICE MAJEURE VAN DE AFRICA LITERATURE
EEN Omkering van de Westerse Epistemologie
DE ANDERE ZIEN VAN EEN DORSTIGE ILLUSIE
HET VOORBIJGAAN DOOR HET LEVEN, DE ROMAN DENSE D’ESTHÉTISME
DE BEZITSGLAD VAN RAABI VAN MOUMAR GUÈYE OF HET VERHAAL VAN EEN GENDE VERHAAL
BAL D’AFRIQUE VAN MAMADOU DIALLO OU UNE ART LITTÉRAIRE À L’OEUVRE
DE VERHALEN DRAAD OF DE ROMANSE INSCHRIJVING VAN DE REALITEIT
DE TENTATIVE OM HET CONFLICT TE BEËINDIGEN DOOR DIALOOG
HERINNERINGEN VAN EEN KIND VAN SALIOU MBAYE OF DE SCIENTIFISCHE, HISTORISCHE EN INTIEME UITDRUKKING
In de hand van God van Annie Coly Sane of het autobiografische pact
Het schemeruur der grootheidsverven, Amadou Tidiane Wone of fictie ten dienste van de realiteit
Het Saint-Louis-achtige verbeeldingsvermogen getoetst door de tijd door Alpha Amadou Sy
De kronieken van Maaba Yero van Rassoul Ba of het verhaal van een symbolische en collectieve geschiedenis
Duizend jaar aan sprookjes van Souleymane Mbodj of de allegorieën van het Afrikaanse verhaal
Khady Fall Faye-Diagne of een poëzie die gevoelig is voor de zoetheid van de historische aarde
Het kind van Balacoss van Malick Diarra of de uitdrukking van een historische en romaneske vertelling
De liberalisering van de maskers van de pseudo-democratie
Het fundamentele werk van de Afrikaanse beschaving
De zoon van Papa Samba Badji, een verrassende roman met dramatische intensiteit
El Hadj Hamidou Kassé, een poëzie met uitzonderlijke lyrische densiteit
Habib Demba Fall of de schönten van een fundamenteel verhaal
Bakary Diallo’s Force en Goedheid of het unieke verhaal van een autodidiet
Anna Ly Ngaye of de uitdrukking van een vrije en moderne poëzie
Mame Ngoné Faye of een poëzie met een buitengewone vrijheid
Aoua Bocar Ly-Tall of het belichten van Afrikaanse vrouwen in de geschiedenis van de mensheid
Fatou Warkha Sambe of gerechtigheid op een riem
De vakbonden in de geschiedenis onder het oog van Babacar Diop Buuba
Meïssa Maty Ndiaye of poëzie die lichten bijeenbrengt
Dr Ibra Mamadou Wane of het traject van een zoon van het land, tussen erfgoed, cultuur en geheugen
Assaïtou Diop of geuren van poëzie
De fabrique du présent van Felwine Sarr of hoe utopieën van het Afrikaanse continent tot leven te brengen
Karim – Senegalese roman van Ousmane Socé Diop of het romaneske getoetst aan desillusie