Senegal heeft zich een ambitieus doel gesteld: in tien jaar tijd 500.000 sociale woningen bouwen om een structureel tekort aan fatsoenlijke huisvesting terug te dringen en de toegang tot een waardige woning te verbeteren. Gezien de omvang van de uitdaging lijken publiek-private samenwerkingen (PPS) een strategische hefboom om financieringen te mobiliseren, de uitvoering van projecten te versnellen en duurzaamheidseisen te integreren.
« Reflectie over de PPS in de sector van duurzame woningbouw », zo luidt de titel van de bijdrage die werd gepubliceerd door Al Hassane Diop, expert op het gebied van PPS en duurzame overheidsaankopen bij ARCOP. Hij legt uit dat het gaat om een beeld van hoe het publiek-private samenwerking-model (PPS) kan bijdragen aan het bevorderen van huisvesting en het ondersteunen van de inspanning voor menselijke ontwikkeling. Zo herinnert de heer Diop eraan dat in Senegal verschillende structuren door de staat zijn opgezet, zoals SN HLM en SICAP SA, om de toegang tot een degelijke woning te faciliteren, mede dankzij een aanzienlijke capaciteit voor grondaanschaf.
Voortzettend meldt hij dat de regering, via haar nationale transformatie-agenda « Senegal 2050 », het structurele tekort wil bestrijden door de productie van degelijke en betaalbare woningen. Niet zonder te melden dat een productie van 500.000 sociale woningen gepland is over tien jaar om het huidige tekort aan te vullen tot 2 miljoen woningen tegen 2050, waarvan 1,2 miljoen tegen betaalbare prijzen. Volgens hem kiest men met dit beleid voor het formuleren van een echte nationale woningstrategie die gericht is op grondsafe- stelling, de invoering van adequate regelgeving, duurzame financiering en sociale en territoriale rechtvaardigheid bij de toegang tot huisvesting.
Voor Al Hassane Diop kan het instrument ‘akkoord-programma’, een nieuw middel dat is ingevoerd door de nieuwe wet uit 2021 over publiek-private samenwerking (PPS), de uitvoering vereenvoudigen en versnellen in een enkel programma met meerdere PPS-contracten die gemeenschappelijke kenmerken delen over meerdere regio’s van Senegal. Hij stelt bovendien dat een van de verdiensten van PPS de aandacht voor groene technologische ontwikkelingen gedurende de hele levenscyclus van projecten of programma’s omvat, met een betere betrokkenheid van de nationale privé-sector. “Dit punt sluit aan bij de vele initiatieven die ons aansporen om onze bouw- en woningmethoden te heroverwegen in overeenstemming met de planetaire grenzen”, aldus hij.
PPP EN GROENE TECHNOLOGIEËN
Volgens hem is een van de meest urgente uitdagingen van onze tijd het bouwkader te laten fungeren als motor voor milieuduurzaamheid door holistische benaderingen die veerkracht en sociaal-economische factoren harmonieus integreren. “Door de bouwnormen te herzien om te kiezen voor de totale koolstofbalans, veerkracht en waarde in plaats van de laagste initiële prijs, kunnen overheids- en private kopers de markt stimuleren door de vraag naar koolstofarme materialen, energiezuinige ontwerpen en moderne, innovatieve bouwwijzen. Het is de behoefte die de markt creëert”, aldus Diop. Hij zegt dat het zaak is te beoordelen hoe ambitieuze duurzaamheidscriteria duidelijke signalen naar andere actoren binnen PPS kunnen sturen, de ambitie kunnen versterken en de transitie naar koolstofarme en veerkrachtige gebouwen in de hele sector kunnen versnellen.
Trouwens, volgens de heer Diop, kan het Systeem voor Beoordeling en Notering van PPS en infrastructuren (PIERS), gepromoot door de Commissie voor Europa van de Verenigde Naties, helpen om projecten beter te structureren voor PPS die veerkrachtig zijn ten opzichte van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen in de bouwsector in het algemeen en in de woningbouw in het bijzonder. Zo benadrukt hij dat de vereisten en het toepassingsgebied die specifiek zijn voor bouwwerkprojecten in het algemeen en voor woningbouw in het bijzonder nauwkeurig zullen worden afgestemd om klimaatoverwegingen weer te geven, en kunnen ze worden gebruikt om geschikte prestatie-indicatoren te ontwikkelen om klimaatgerelateerde risico’s en veerkracht aan te pakken.