De onderstaande regels hebben niet betrekking op de totale schuld van de publieke administratie van Senegal, maar op het deel dat illegaal is aangegaan in strijd met de geldende wetten en regels.
Sinds de publicatie van het verslag van de Cour des comptes in februari 2025, waarin bleek dat er schuldcontracten waren afgesloten buiten het kader van de organieke wet nr. 2020-07 van 26 februari 2020 inzake de begrotingswetten en het decreet nr. 2020-978 van 23 april 2020 betreffende de algemene regeling voor de overheidsboekhouding, kam Senegal geconfronteerd met een reeks turbulenties, waaronder een daling van zijn soevereine rating, vertraging in de onderhandelingen met het IMF voor een nieuw programma, en aanhoudende moeilijkheden om fondsen aan te trekken op de internationale markten sinds 2024.
Volgens de Tabel van Financiële Operaties van de Staat (TOFE) gepubliceerd in juni 2025 bestaat de tot nu toe als illegaal erkende schuld van de publieke administratie uit binnenlandse bankschuld en buitenlandse schuld, die respectievelijk zijn vastgesteld op 2.242,61 miljard FCFA en 249,5 miljard FCFA.
Deze situatie roept, naast zijn technische kant, een vraag op over economische en financiële soevereiniteit: Moet Senegal zich schikken aan de eisen van het neoliberaal financiële systeem, of de spelregels opnieuw bepalen?
De urgentie ligt niet in het koste wat het kost volgen van de reductie van de terugbetaling, maar in het aangaan van een soevereine dialoog met de betrokken schuldeisers, vooral de lokale banken, om samen tot een gedragen en houdbare oplossing te komen.
Politieke verantwoordelijkheid en soevereine keuzes
Senegal moet vandaag zijn intellectuele omgeving mobiliseren en profiteren van een brede volksmobilisatie om het financiële conformisme van neoliberale krachten te doorbreken. Doorbreken met dit conformisme betekent niet het internationale financiële systeem af te zweren. Het gaat er vooral om de regie terug te nemen over de strategische keuzes van het land, een soevereine houding aan te nemen en de schuld te plaatsen binnen een kader van legaliteit, transparantie en rechtvaardigheid. Het is tijd voor een echte paradigmaverschuiving in de manier waarop financiële beleidsvoering wordt vormgegeven.
De strijd tegen illegale schuld moet ook in de Nationale Vergadering gevoerd worden. Het initiële begrotingsvoorstel voor 2026 (PLFI 2026) voorziet in een terugbetaling van 516 miljard FCFA ten laste van de illegale binnenlandse bankschuld, gebaseerd op een rapport van het adviesbureau Forvis Mazars, een rapport dat, zoals bekend, nog niet openbaar is gemaakt. De parlementariërs hebben dan ook de plicht om deze bedragen uit de begroting te verwijderen, totdat Senegal’s soevereine houding ten aanzien van de illegale schuld voor het volk is gestabiliseerd. Deze middelen kunnen worden herbestemd naar prioritaire sectoren om de leed van kwetsbare bevolkingsgroepen, slachtoffers van deze illegale schuld, verder te verzachten.
Verdiepen van de schuldvraag via een democratisch proces
Om de kwestie van de illegale schuld op te lossen, is het essentieel eerst de aard van het onderwerp beter te begrijpen via een open en participatieve aanpak die breed gesteund wordt door de publieke opinie. Het is noodzakelijk een burgercommissie voor schuldaudit op te zetten, waarin staatsdiensten, maatschappelijke organisaties, vakbonden, parlementariërs en deskundigen samenwerken. Deze commissie zou de oorsprong, legitimiteit en impact van de schuld op een transparante manier onderzoeken en duidelijke en onderbouwde aanbevelingen doen. Deze conclusies stellen de regering in staat om de schuldcontracten die herzien moeten worden te identificeren en om op een soevereine en gecoördineerde manier de volgende fase van dialoog met de schuldeisers voor te bereiden, met respect voor het nationale belang.
Preventieve heronderhandeling om snel terug te keren op de internationale markten
Sommigen vrezen dat een dergelijke aanpak de terugkeer van Senegal naar de internationale financiële markt kan bemoeilijken. Maar sinds 2024 heeft het land daar al geen toegang meer tot en de vooruitzichten verbeteren niet veel, gezien de voorzichtigheid van de ratingbureaus en de uitstelstrategie van het IMF.
In dit kader kan een preventieve heronderhandeling, uitgevoerd in een transparante en gecoördineerde omgeving, juist het vertrouwen in Senegal herstellen. Het Wereldbank-rapport uit 2022 over het beheer van de soevereine schuld wijst erop dat preventieve herstructureringen sneller afgerond worden, leiden tot kortere periodes van marktuitsluiting en minder economische verliezen veroorzaken. Daarom is het essentieel dat Senegal strategisch kiest voor een proactieve aanpak om ruimte in het begrotingsbeleid te creëren en uiteindelijk sterker uit deze situatie te komen.
De haircut als hefboom
Senegal zou een haircut kunnen voorstellen, volgens een vastgestelde korting, op de waarde van de illegale schuld, vergezeld van een uitwisseling van titels met collectieve actieclausules (CAC).
De haalbaarheid van zo’n oplossing kan door sommige specialisten worden betwijfeld, die denken dat het vrijwel onmogelijk is om een schuld te heronderhandelen die in handen is van particuliere schuldeisers, zoals het geval is met de illegale schuld van Senegal. We zullen het voorbeeld van Ecuador aanhalen om aan te tonen dat het wel degelijk mogelijk is om succesvol te heronderhandelen met particuliere schuldeisers.
In 2008 besloot de Ecuadoriaanse president Rafael Correa zich te baseren op de wetenschappelijke conclusies van het burgerauditcomité voor schuld, dat hij had opgericht na de pleitbezorging van maatschappelijke bewegingen tegen illegale en onrechtmatige schulden, om de Eurobonds 2012 en 2030 te heronderhandelen. Aan het eind van de onderhandelingen kreeg Ecuador een akkoord van 90 % van de particuliere schuldeisers voor een terugkoop tegen 35 % van de nominale waarde (een haircut van 65 %). De zo bespaarde bedragen, geschat op 7 miljard dollar, hebben het land in staat gesteld om massaal te investeren in onderwijs en gezondheid. Dit voorbeeld eindigde zonder gerechtelijke procedures bij internationale rechtbanken, in tegenstelling tot de Griekse zaak. Griekenland heeft wel degelijk rechtszaken gekend, maar haar voorbeeld illustreert de overwinning van een staat tegen gerechtelijke procedures die verband houden met de heronderhandeling van staatschulden.
In 2012, via zijn Private Sector Involvement (PSI), legde het land een haircut op van meer dan 50 % met de deelname van 97 % van de particuliere schuldeisers. Vervolgens hebben sommige van hen, met name Duitse schuldeisers, de CJUE (Cour de Justice de l’Union européenne) geraadpleegd om artikel 26 van de Verdrag van Wenen te betrekken, bekend als het beginsel pacta sunt servanda. In zijn uitspraak T-107/17 van 23 mei 2019 heeft de CJUE de eisers verworpen, herinnerend dat het beginsel pacta sunt servanda alleen van toepassing is op verdragen tussen staten op basis van artikel 1 van het Verdrag van Wenen. De Rechtbank riep bovendien het beginsel clausula rebus sic stantibus aan, dat betekent dat een van de partijen de contractuele voorwaarden niet hoeft na te komen als de omstandigheden waaronder een contract is gesloten aanzienlijk zijn gewijzigd. Deze gegevens tonen aan dat een staat erin kan slagen om schulden bij particuliere schuldeisers te heronderhandelen zonder het risico op internationale gerechtelijke sancties.
Kortom is het niet tijd voor terugbetaling, maar voor dialoog met de betrokken partijen. Sinds de komst van het nieuwe regime is de regering bezig met het rechtmatig heronderhandelen van enkele strategische contracten met partners. Daarom moeten we niet minder doen op de kwestie van de illegale schuld die bestaat uit een hele reeks schuldcontracten. Het weigeren van betaling van de illegale schuld is geen daad van ongehoorzaamheid, maar een daad van gerechtigheid en verantwoordelijkheid. Met andere woorden: een staat die betaalt een illegale schuld, verzaakt aan zijn soevereiniteit; een staat die het in vraag stelt, bevestigt zijn toekomst.
Renegotiëren is niet vluchten, maar weer controle krijgen over zijn financiële lot.