Verkrachting teistert ook Somalische vluchtelingenkampen

Laila Ali – IPS. Niet enkel India kampt met een enorm verkrachtingsprobleem. Ook Somalische vrouwen die hun huizen ontvlucht zijn, blijken in de vluchtelingenkampen niet veilig. Slachtoffers kampen met het taboe, terwijl daders onbestraft blijven.

Na meer dan twee decennia van conflict heerst er nu een sfeer van relatieve rust en veiligheid in Somalië. De anonieme bendes die door de straten patrouilleerden, zijn vervangen door veiligheidsdiensten in uniform. Wegversperringen zijn verdwenen, Somaliërs trekken naar het strand en oude huizen worden gerenoveerd.
Maar niet iedereen geniet mee van dat nieuwe gevoel van veiligheid. Vluchtelingenkampen zijn nog steeds een vertrouwd gezicht in het land, en voor de vrouwen die er leven, blijven geweld en onzekerheid een dagelijkse realiteit.

Doodsbang
Nura Hirsi*, een 27-jarige weduwe, leeft in het Burdubo-kamp in het westen van de hoofdstad Mogadishu. Ze vertelt hoe ze op 29 december werd verkracht door zeven soldaten.
‘Het was 1 uur ‘s nachts’, vertelt ze. ‘Mijn kinderen waren aan het slapen toen ze binnen kwamen. Sommige waren gewapend met een AK47. Ze sloegen me, namen me mee naar buiten en verkrachtten me. Ze deden allerlei dingen met me. Ik kon niet vechten of mezelf verdedigen. Hoe zou ik dat moeten doen tegen zeven gewapende mannen?’. Niemand schoot haar te hulp. ‘Mensen durven ‘s nachts hun huis niet uit te komen. Iedereen is doodsbang.’
Volgens Hirsi neemt de overheid het probleem niet ernstig. ‘Ik ging naar de politie maar daar waren ze niet echt geïnteresseerd. Mensen worden gedood in Mogadishu, en ik leefde nog. Verkrachting is geen ernstig probleem voor hen. Niemand was geïnteresseerd, zelfs de verantwoordelijke van het kamp niet.’

Stigma
Abdalle Muumin, een Somalische journalist, zegt dat ook de lokale media het probleem uit de weg gaan, en dat de slachtoffers opgezadeld worden met een stigma. De vluchtelingen hebben het nog moeilijker, omdat de media al helemaal niet geïnteresseerd zijn in nieuws uit de kampen.
Toch is er stilaan meer aandacht voor het thema, zegt Fartun Abdisalaan Adan van Sister Somalia, een organisatie die enkele jaren geleden het eerste centrum voor slachtoffers opende in Mogadishu. Het onderwerp is niet langer een strikt taboe, maar er moet nog veel meer gebeuren. ‘Toen we met ons werk startten, was veel ontkenning bij de overheid en bij mannen, terwijl vrouwen bang waren om openlijk te spreken. Maar langzaam aan konden we hun vertrouwen winnen. Nu wordt er wel over gesproken, maar er wordt nog te weinig ondernomen.’
Verkrachting blijft een groot probleem in het land; in het centrum van Sister Somalia melden zich per week gemiddeld zeven vrouwen aan. ‘Vooral de vrouwen in de kampen zijn kwetsbaar’, zegt Adan. ‘Het zijn vaak eenzame vrouwen met kinderen, die niet in een echt huis wonen. Een man kan binnenkomen en doen wat hij wil met je, en hij weet dat hij ermee wegkomt.’
Het centrum zorgt momenteel voor vierhonderd slachtoffers, vaak jonge meisjes die weggelopen zijn omdat ze zwanger werden na een verkrachting. ‘Jonge meisjes, vaak zestien of zeventien, durven meestal niet vertellen aan hun ouders dat ze verkracht werden en nu zwanger zijn. Ze vrezen dat die hen niet zullen geloven. De meisjes vrezen ook voor hun kansen op een huwelijk als ze vertellen wat er gebeurd is.’

Geen vrouwenprobleem
Volgens mensenrechtenactivist Hawa Aden Mohammed is ook de cultuur van straffeloosheid een groot probleem. ‘Het is niet makkelijk om een rechtszaak aan te spannen als de wetgeving zo laks is’, zegt hij. ‘Mijn ervaring leert me dat 90 procent van de slachtoffers aarzelen om naar de politie te stappen, omdat ze vrezen dat er toch niets zal gebeuren. Er is dus een noodzaak aan voorlichting: veel van die vrouwen schamen zich, ze zien zichzelf als haram, onrein, en ze willen er niet over praten.’
De overheid moet daarom meer doen om het thema van geweld tegen vrouwen in al zijn vormen aan te pakken. ‘Dat is geen vrouwenprobleem,’ zegt Mohammed, ‘het is een maatschappelijk probleem.’
De regering, die nog maar twee maanden aan de macht is, doet al iets aan dat probleem, zegt Aweis Haddad, directeur-generaal van het ministerie voor Werk, Jeugd en Sport. ‘De overheid doet haar best om dergelijke zaken te vermijden’, zegt hij. ‘Een van de eerste zaken die de president deed toen hij aan de macht kwam, was zich uitspreken tegen verkrachting en elke vorm van gendergeweld.’
Haddad ontkent tegelijk dat overheidssoldaten vaak verantwoordelijk zijn voor de verkrachtingen, zoals in het geval van Nura. ‘Iedereen kan een uniform aantrekken en doen alsof hij politieagent of soldaat is’, zegt hij. ‘We behandelen elk misdrijf op een ernstige manier. Als blijkt dat mensen van de overheid betrokken zijn, dan zal er actie worden ondernomen.’

* Namen van slachtoffers zijn veranderd om hun identiteit te beschermen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>