Hoe berecht je genocide?


  1. Roman Baatenburg de Jong in Kigali - Trouw, foto: Dave Proffer
    Rwanda heeft al drie jaar volkstribunalen voor génocidairs. Maar de broodnodige verzoening lijkt nog altijd een paar bruggen te ver.
    rwanda_Dave_Proffer
    Verstopt tussen groene heuvels en maisvelden even buiten de hoofdstad Kigali ligt het gemeentekantoortje van Ndera. Voor het gebouw houdt een cipier Augustin Libakale onder schot. Zijn blik lijkt versteend. Hij wacht al elf jaar in voorarrest om berecht te worden voor genocidemisdrijven. Libakale geeft toe dat hij zich in april van 1994 aansloot bij een moordende militie maar ontkent zelf te hebben gedood: „Ik zag overal om me heen mensen lid worden van zulke groepen dus ik ging er gewoon bij”. Hij hoopt op vrijspraak. „Wat er is gebeurd is slecht, ik vraag vergeving voor wat ik heb gedaan.”

    Tien meter verderop zit André Bizimungu, die vrouw en vijf kinderen verloor tijdens de genocide. Zijn vijf andere kinderen leven nog. „Die man daar was mijn buurman, hij was lid van de groep die mijn dierbaren heeft vermoord”. De gebeurtenissen van weleer spelen almaar in zijn hoofd:  „Zonder God zou ik het niet hebben overleefd. Nu ben ik maar stil”.
     
    Bizimungu en Libakale zijn hier voor een zitting van een volkstribunaal. Over het hele land verspreid zijn veertienduizend van dergelijke gacaca’s actief.  Sinds de start in maart 2005 velden zij in totaal  zo’n honderdduizend vonnissen. Het in Tanzania gevestigde Rwanda Tribunaal en de reguliere Rwandese rechtbanken buigen zich over de planners van de genocide, de leiders die willens en wetens opriepen tot geweld. De gacaca-rechters gaan over die letterlijk honderdduizenden gewone stervelingen die aan het moorden sloegen. Sinds kort mogen zij echter ook misdaden in de zwaarste categorie behandelen.

    Massapsychose
     
    Dertien jaar na dato is nog altijd niet te bevatten hoe het land in een massapsychose geraakte. Drie maanden na het begin van de genocide werd het extremistische Huturegime verjaagd door Tutsirebellen onder leiding van Paul Kagame, de huidige president. Hij staat voor de taak om het ontwrichte land weer op een recht spoor te krijgen.      
     
    „Een van de doelen van gacaca is het naar boven halen van de waarheid tijdens de genocide. Tegelijkertijd is onze missie het uitwissen van de cultuur van straffeloosheid”, zegt Domitilla Mukantaganzwa, die leiding geeft aan het gehele gacacaproces. „Velen hebben spijt van wat ze hebben gedaan, dat zie je. Maar er zijn er ook die hun eigen verantwoordelijkheid onder stoelen en banken schuiven. We hebben mannen in de gevangenis die hun eigen moeder ombrachten. Je mag dan wel m’n moeder zijn maar je bent een slang!”. Een hoge lach ontsnapt haar.   
     
    De kranige Mukantaganzwa denkt niet dat het te vroeg is om te praten over verzoening. „1994 zal voor altijd in ons geheugen blijven gegrift. We kunnen de doden onmogelijk tot leven wekken. Maar gacaca draagt bij aan de basis voor verzoening, omdat het de mensen bij elkaar brengt in één ruimte. Nu is het zaak dat we het sociale fundament van onze samenleving opnieuw opbouwen. Het hele land dient te worden gerehabiliteerd.”
     Vele overlevenden zijn alles kwijtgeraakt, hebben nog altijd geen eigen dak boven hun hoofd of ontberen medische zorg. Het is een belangrijk obstakel richting verzoening. Mukantaganzwa is zich van het probleem bewust: „We willen meer doen om die mensen sociaal en economisch vooruit te helpen”.

    Juridische genoegdoening 

    Dan zijn er nog de mensen die hun hoop op juridische genoegdoening in rook zagen opgaan. Omdat zij die schuld bekenden slechts werkstraffen kregen opgelegd, of omdat verdachten simpelweg werden vrijgesproken. Ook voor die groep is ’verzoening’ een hard gelag. Neem Mkamlizi, een stevig gebouwde vrouw van in de dertig. Zij heeft de gacacarechters niet kunnen overtuigen van haar zaak. Ze is gebroken en zoekt troost bij een meegereisde vriendin. Nadat haar echtgenoot tijdens de genocide was vermoord sloeg ze op de vlucht. In een volle bus bij een grenspost moesten ze halt houden.

    Op straat tussen de moordcommando’s stond een vrouw opzichtig naar haar te wijzen, een vrouw in wie ze een dorpsgenote herkende. „Die vrouw wilde me verraden aan de Interahamwe”, verklaarde ze even tevoren tijdens haar proces, „dat is ze!” De verdachte houdt bedeesd het hoofd omlaag en ontkent kortweg: „Ik heb haar nooit gezien”. Mkamlizi is jaren geleden verhuisd, weg uit het dorp dat zoveel traumatische herinneringen herbergt.     
     
    Nederland is een van de hoofdsponsors van het gacacaproces en fourneerde onder meer radio’s. Rechters kunnen zo via speciale uitzendingen worden geïnformeerd. Het leeuwendeel van het budget gaat op aan trainingen van de gelegenheidsrechters, die rechtstreeks uit de gemeenschap worden geplukt. Het is tegelijk de kracht en de zwakte van gacaca, een woord dat in het Rwandees refereert aan een open plaats waar geschillen worden beslecht. Een groot verschil tussen traditionele en  moderne versie zit hem in de strafmaat. Thans hebben rechters de bevoegdheid stevige gevangenisstraffen op te leggen. 
     
    Partijdig


    En die macht kan corrumperen, weten ook mensenrechtenorganisaties Amnesty International en Human Rights Watch. Zij zeggen dat de gacaca’s niet voldoen aan internationale maatstaven voor een eerlijk proces. Onafhankelijkheid en transparantie ontbreken. Volgens Human Rights Watch worden de vonnissen door vele Rwandezen niet vertrouwd. Veel rechters zouden partijdig zijn. Journalist Eleneus Akanga sluit zich grotendeels aan bij deze kritiek: „Sommige verdachten kregen hoge straffen opgelegd door ongekwalificeerde en gecompromitteerde rechters. Het voedt de haat van diegenen die vinden dat de rechtbanken partijdig zijn”.   
     
    Barbara Oomen, hoofddocente Rechten aan de Roosevelt Academy in Middelburg, volgt de gacaca’s sinds het begin en is ook kritisch: „Er is te weinig aandacht voor het veel grotere probleem van een autocratie onder het mom van een democratie, en de rol van de rechtsgang daarbinnen”. Oomen is ambivalent over de verdienste van gacaca: „De Rwandese regering had weinig opties met zo onnoemelijk veel daders en slachtoffers. Tegelijkertijd zien we dat de processen plaatsvinden in een politiek onvrij klimaat. Mensen participeren niet vrijwillig maar gedwongen, verzoening wordt van bovenaf opgelegd. Gacaca wordt zo een manier om politiek te bedrijven, om andere visies uit te bannen”.    
     
    Officieel bestaan er in Rwanda geen Hutu’s en Tutsi’s meer. Onderscheid maken tussen beide bevolkingsgroepen is zelfs bij wet verboden. „Bepaalde dingen mogen niet worden gezegd. Is die keuze verstandig? Is dat iets wat door de bevolking als rechtvaardig wordt gezien?”, vraagt de juriste zich retorisch af. „Rwanda is een façadestaat. Op papier loopt alles geweldig – vandaar dat het land favoriet is bij ontwikkelingsorganisaties en donoren – maar als je achter de façade kijkt zie je veel verdeeldheid en angst”.   

    Zeven nieuwe rechters

     
    Tijdens een gacacaprocedure op een zondagmiddag in de wijk Nyamirambo in de hoofdstad Kigali is het schoollokaal goed gevuld. De ’president’ van het plaatselijke tribunaal is op zoek naar zeven nieuwe rechters. Hij leest de voorwaarden voor. Je moet een goed mens zijn, ten minste eenentwintig jaar oud en kunnen lezen en schrijven. Je mag geen politicus of militair zijn, noch aan de drank, benadrukt de president. „Als u denkt dat u geschikt bent, komt u maar naar voren”. Het loopt niet  storm.

    Dan begint de voorzitter maar  mensen aan te wijzen. Sommigen staan gedwee op en schuifelen naar voren. Na veel geaarzel, verontschuldigende verklaringen, weigeringen, plotselinge aanmeldingen en even plotselinge terugtredingen staan er drie kwartier later zeven kersverse kandidaten voor het schoolbord: vijf vrouwen en twee mannen. Een kandidaat kan zelf de eed niet voorlezen maar wordt in weerwil van de voorwaarden toch geaccepteerd. Protest is er niet; er zal niet gestemd worden.

    Het slotwoord is aan de president: „Nu zijn jullie rechters!”


    Dit artikel verscheen op 22 september 2007 in De Verdieping van dagblad Trouw
    .



Reacties

  1. Afbeelding van Gionchere


    3 berichten
    Lid sinds juli 2007


    Je kunt het land als buitenstaander ook op een andere manier helpen: ga er heen, gewoon, als toerist. Geld maakt niet gelukkig, dat weet iedereen, maar een zekere vorm van welvaart kan een kleine bijdrage leveren aan de vooruitgang in Rwanda.

    Ik ben er zelf geweest, in augustus. Het is een prachtig land en ondanks alle tekortkomingen op veel vlakken (democratie en zo), is het voor de toerist goed toeven in Rwanda. Mensen willen hun verhaal echter ook met je delen op het moment dat je er wat meer contact mee hebt.

    Ik pleit niet voor massatoerisme - dat is voor elk land rampzalig. Maar de actieve vakantieganger kan een klein steentje bijdrage om dit mooie land met de (voor toeristen) uiterst vriendelijke bevolking verder uit het moeras van het verleden te trekken.