Voetbal en ontwikkeling gaan hand in hand


  1. Sport en goede doelen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. FC Barcelona speelt met UNICEF op de shirts zonder er geld voor te vragen. Het ondersteunen van minder bedeelden is een vast onderdeel geworden in het leven van iedere gerespecteerde sporter. In ruil voor hun inzet krijgen de spelers er een goed imago voor terug. Dat is geen overbodige luxe in een tijd dat voetballers wel erg bovengemiddeld worden beloond.

    Niet zelden zijn geslaagde voetballers uit Afrika zelf opgegroeid in een omgeving waar het niet makkelijk is om te overleven. Alleen de allersterksten slagen daar uiteindelijk in. Zij zijn het levende bewijs dat dromen écht uit kunnen komen. Stephen Appiah, de aanvoerder van het Ghanese nationale team the Black Stars, komt uit Chorkor, één van de armste wijken van de hoofdstad Accra. Na tien jaar in Italië en Turkije spelen is hij in staat om iets terug te doen voor zijn vaderland. In 2007 heeft hij de stichting StepApp opgezet om de armoede in Ghana te helpen bestrijden. Als eerste daad heeft de stichting voor honderd armlastige mensen uit Chorkor de basis gezondheidsverzekering betaald.

    Steeds meer voetballers uit Afrika horen bij de absolute wereldtop. De Ghanees Essien en de Ivorianen Drogba en Kalou spelen voor de Londense club Chelsea in de finale van de Europese Champions League. Tijdens de afgelopen Afrikaanse kampioenschappen in Januari klaagden de Europese topclubs steen en been omdat ze de Afrikaanse voetballers eigenlijk niet goed meer kunnen missen. Tegelijkertijd stuurden ze massaal scouts om meer Afrikaanse voetballers vast te leggen.

    De astronomische bedragen die voor goede voetballers worden betaald zijn in het arme Afrika natuurlijk helemaal buiten iedere proportie. Niet alleen de voetballers dromen er van, maar de mensen om hen heen, het hele dorp of wijk hopen mee te profiteren met het goudhaantje dat een transfer weet af te dwingen. Met dat doel voor ogen zette Feyenoord negen jaar geleden in Ghana een voetbalacademie op. Als een of twee van de opgeleide voetballers worden verkocht zijn alle kosten van de school in een keer terug verdiend. Maar tot op heden heeft de school nog geen talent voortgebracht dat internationaal is doorgebroken. Volgens directeur Karel Brokken heeft dat te maken met de aanlooptijd van zo een project en moet Feyenoord nog een of twee jaar geduld hebben. Dat sommigen het gaan maken staat voor hem vast.

    Overal waar je in Afrika naartoe gaat worden toernooien georganiseerd waar men hoopt dat spelers ontdekt worden. De organisatie probeert daarmee jonge talenten te helpen, maar tegelijkertijd zouden ze het niet erg vinden er zelf ook beter van te worden. Eigenlijk iedereen die in Afrika iets met voetbal doet is ernaast ook spelersmakelaar. Handel in voetballers is een business die te goed is om niet aan mee te doen.

    Op een veld in Mamprobi in west Accra wordt een wedstrijd gespeeld. Naast het veld is een Duitse jonge man met lange vette haren gaan zitten met een kladblok in zijn hand. Hij is scout van een club in Duitsland. In enkele dagen in Ghana heeft hij meer dan honderd voetballers bekeken. De lachende man achter hem heeft de wedstrijden voor hem georganiseerd. Hij is zelf ook scout, maar nu faciliteert hij alleen. Samenwerken met Europese collega’s levert gemakkelijker geld op. En Europeanen komen steeds vaker naar landen als Ghana. De Duitser laat een lijst zien met alle geboortedata van de voetballers op het veld. De jongens lijken duidelijk ouder dan uit het papier blijkt, maar niemand die er tegen hem iets van zegt. Het sjoemelen met leeftijden van Afrikaanse voetballers is een bekende verkooptruc. Het is ook noodgedwongen, want waar bij jongens van zeventien in Europa het lichaam meestal vrijwel volgroeid is gebeurt dit, door slechte voeding en andere omstandigheden, in Afrika vaak pas enkele jaren later. Om de concurrentie met westerse jongens aan te kunnen wordt de leeftijd naar beneden bijgesteld en papieren vervalst. Niemand die het merkt, want voetballers uit Afrika zijn op die leeftijd gewoon veel kleiner. Maar uiteindelijk pakt het toch vaak in het nadeel van de voetballers uit. Na enkele jaren als een belofte te hebben gegolden, kunnen de meesten de verwachtingen niet waarmaken. Deze wijdverbreide praktijk zal waarschijnlijk pas verdwijnen als door gelijke welvaart kinderen in Afrika echt gelijke kansen krijgen.

    Op zaterdagochtend spelen in Mamprobi elke week de oud spelers van the Black Stars. Adokay Addo deelt enkele karakteristieke tackles uit. De vader van Eric Addo, die momenteel bij de Ghanese selectie zit en in de hoofdmacht van PSV speelt, werkt nog iedere dag als magazijnbeheerder. Oud international Mamah Keita heeft als junior nog met hem gespeeld. Hij vertelt dat die generatie nauwelijks iets heeft verdiend aan hun voetbalcarrière. In zijn topdagen heeft Mamah Keita zelf in Nigeria gevoetbald. Hij is ook nooit rijk geworden, maar hij werd tenminste betaald. In Accra heeft hij wat land gekocht waar hij huizen voor zijn familie heeft gebouwd. Een generatie later zijn voetballers van het zelfde kaliber steenrijk geworden. De spelers die nu bij Europese topclubs spelen weten waarschijnlijk niet eens wat ze met al hun geld aan moeten.

    Zoals dat in Afrika gebruikelijk is werd Mamah Keita meer geld door enthousiaste fans toegestopt dan door de club waar hij voor speelde. Als hij terugkwam uit de stad zaten zijn zakken vol. Vergeleken bij jongens van nu heeft hij misschien niet veel geld verdiend, maar hij heeft er wel iets anders aan overgehouden. Zijn naamsbekendheid noemt hij zijn grootste kapitaal. Overal waar hij komt gaan er deuren voor hem open. Op het hoofdkantoor van de Ghanese voetbalfederatie, in hotels en winkels, op straat: mensen herkennen hem en zijn blij hem ergens mee te helpen.

    Die naamsbekendheid speelt ook een grote rol bij voetballers die samen werken met ontwikkelingsorganisaties. De van oorsprong Ghanese Marcel Dessaily heeft met Frankrijk de Wereldcup en de Europacup gewonnen. In zijn villa in een van de buitenwijken van Accra geeft hij een galadiner om fondsen te werven voor een kleine niet-gouvernementele organisatie die in Ghana ontwikkelingswerk doet. Belangrijker nog dan het geldbedrag is de aandacht die Dessaily weet te genereren. Het glamoureuze diner wordt onmiddellijk opgepikt door het nieuws en de voorheen onbekende organisatie is opeens ´hot´.

    Dat is óók de magie van voetbal. Net als dat iedere jongen op het voetbalveld een held kan worden, kan vrijwel elk idealistisch doel gerealiseerd worden met de steun van voetbalsterren die tegenwoordig tussen de allergrootsten op aarde verkeren.

    Voor kinderen op de afgetrapte voetbalveldjes in Afrika is voetballen een van de weinig mogelijkheden om uit de armoede te ontsnappen. De droom van een onnavolgbaar doelpunt scoren gaat hand in hand met de droom op een betere toekomst.

    voetbal en ontwikkeling gaan hand in hand
    zie ook dinsdagavond 20 mei, ned 2: Paul Rosenmuller en De kracht van Afrika


Reacties

  1. Afbeelding van Peter Vlam

    Peter Vlam
    92 berichten
    Lid sinds april 2007
    Amsterdam


    Mooi stuk Jasja!
    Zie ook het zojuist verschenen stuk van Frederick Mugira uit Oeganda op africanews.com.
    'African football is dying slowly"

    Over de invloed van Engels voetbal op het Afrikaanse voetbal.


  2. Afbeelding van Centro de Encontro

    R.W. Boezaard
    10 berichten
    Lid sinds juli 2007


    Leuk stukje. Vooral het gedeelte over het vervalsen van leeftijden is maar al te waar. Voor wetenswaardigheden over het voetbal in Mozambique zie www.centrodeencontro.web-log.nl

    Rene



Reageren?

Wilt u reageren? Daarvoor moet u eerst inloggen rechtsbovenaan het scherm. Heeft u nog geen account? Registreer dan eerst hier.