De wevers van Daboya, Ghana


  1. In het dorpje Daboya in Noord-Ghana kun je van begin tot eind zien hoe een fugu, een smockkleed wordt gemaakt. Leuk voor toeristen, dachten ontwikkelingsorganisaties SNV en NCRC. Samen werken zij er aan een toerismeprogramma waarbij de hele gemeenschap profiteert van de inkomsten. Ondanks de toerismeplannen, is Daboya moeilijk te bereiken. Je komt er alleen door met een kano de Volta rivier over te steken. Grote juten zakken worden in de smalle kano geladen, dan fietsen en kippen en uiteindelijk mensen. Aan de overkant van de rivier is er geen teken van wat dan ook voor toeristische faciliteiten. De toegang tot het dorp ziet er niet erg aantrekkelijk uit, met hopen vuilnis aan de kant van de onverharde weg. Als ik wat rondvraag, word ik naar een jonge man gebracht. Hij is in dienst van het toerismeprogramma en kan ons rondleiden in het dorp. Maar vóórdat we dat mogen doen, zullen we eerst permissie moeten vragen aan de chief.

    We lopen door het dorp naar een laag, geelgekleurd stenen gebouwtje, trekken onze schoenen uit en stappen binnen in een ruimte bedekt met dierenhuiden. Overal zitten mannen, en op een verhoging ligt als een Romeinse keizer meneer de chief. Het is de bedoeling dat ik hem een klein presentje overhandig, maar laat ik dat nou niet bij me hebben. Een klein geldbedrag blijkt ook te voldoen. Een tussenpersoon neemt het briefje aan en richt zich tot de chief. Ik hoef er alleen maar bij te zitten en af te wachten, totdat de goedkeurende knik komt. Dan mag ik weer gaan. Zou ik een foto mogen maken van de chief? vraag ik me af. Maar bang om de beste man daarmee te beledigen, vraag ik het maar niet hardop. Jammer, want achteraf vertelt de tussenpersoon dat dat best had gemogen. Na toestemming van de chief zijn we er echter nog niet. We moeten ook nog toestemming krijgen van het hoofd van de ververs. En ook daar wordt natuurlijk een klein geldbedrag gewaardeerd.

    Eindelijk kan ik beginnen met mijn rondleiding door het dorp. Als eerste mag ik binnenkijken in het huis van een oude vrouw, die van grove plukken katoen een strakke draad draait. “Dit is typisch vrouwenwerk”, vertelt de gids. “Wanneer een vrouw trouwt, laat haar man haar niet meer het huis uit gaan. Dit werk kan ze mooi binnenshuis doen.” Dan lopen we door naar de wevers. “In Daboya ben je of wever, of verver. Kinderen leren al op vroege leeftijd om te gaan met een weefgetouw, en zelfs de chief was vroeger gewoon een wever.” Overal lopen lange draden door het dorp. Jonge mannen zitten geconcentreerd achter het weefgetouw. Verderop wordt het katoen geverfd in diepe putten. Daar volgt een uitgebreide uitleg op de kleuren die alleen in Daboya worden gebruikt.

    Omdat het vrijdag is, moeten we de toer al snel afbreken. De wevers en ververs laten het werk liggen voor het vrijdaggebed. De gids vertelt me nog dat het dorp wacht op een brug, zodat veel meer toeristen Daboya kunnen bereiken. De brug wordt al jaren beloofd door de politiek, maar al jaren gebeurt er niets. Misschien helpt het dat nu ook ontwikkelingsorganisaties plannen hebben het toerisme te ontwikkelen, maar het blijft afwachten. Hij brengt me terug naar de kano die me weer naar de overkant van de rivier zal varen. “De legende gaat dat wanneer je iets steelt uit het dorp, je de overkant niet levend zult bereiken. De rivier neemt dan wraak op je”, vertelt hij nog. Op deze kano bevindt zich gelukkig geen gestolen waar. Veilig bereiken we de overkant.



Reageren?

Wilt u reageren? Daarvoor moet u eerst inloggen rechtsbovenaan het scherm. Heeft u nog geen account? Registreer dan eerst hier.