Paris – Timbouctou


  1. Een reisverhaal, door Bas Vlugt

    Amsterdam, 9.20 uur. Vanuit mijn stoel aan het raam op de één na laatste rij van de Airbus 320 van Air France heb ik uitstekend zicht op de jonge Tunesiër die schuin achter me zit. Hij zit ingeklemd tussen twee stevige mannen, die net nog quasi non-aanwezig voor zich uit staarden maar nu hij zo hard aan het schreeuwen is, kijken ze ietwat ongelukkig naar de jonge Tunesiër en beschouwen hun opties.

    http://static.lonelyplanet.com/worldguide/images/BN5044_7.jpg


    De jonge Tunesiër springt op en begint zo mogelijk nog harder te schreeuwen. Met de handboeien die hij om heeft, is hij geen partij voor de twee mannen, die hem terugzetten op zijn stoel. Het geschreeuw blijft aanhouden. De vertraging loopt op.
    Een man in uniform, waarvan ik vermoed dat het de piloot is, komt de situatie opnemen. Door het geschreeuw heen probeert hij met de twee mannen te praten. Ze dringen erop aan dat het vliegtuig vertrekt, dan zal het geschreeuw ook wel ophouden.
    Deze mannen hebben duidelijk vaker met dit bijltje gehakt. Zodra het vliegtuig in beweging komt, kalmeert de jonge Tunesiër. De stevige mannen ontspannen wat, leunen naar achter.
    Het vliegtuig draait om de pieren van Schiphol heen, ietwat rusteloos op zoek naar de juiste landingsbaan.
    De jonge Tunesiër zit het ene moment nog onschuldig te spelen met het klepje van het asbakje in zijn stoelleuning, het volgende moment slaat hij met één enorme hengst zijn polsen open. Het bloed spuit alle kanten op.
    De begeleiders springen op alsof ze door een slang worden gebeten maar raken niet in paniek. De ene man grijpt de jonge Tunesiër beet, de ander geeft hem een dreun op zijn gezicht. Nu bloedt ook zijn neus en mond.
    Hier en daar om me heen wordt in Arabisch geschreeuwd. Of het tegen de stevige mannen of de jonge Tunesiër is, is me niet duidelijk. Het vliegtuig stopt met taxiën. Een stewardess komt aanrennen met een keukenrol. De vertraging loopt verder op.

    Parijs, 10.35 uur. Charles de Gaulle is een prachtig, hypermodern vliegveld. De Fransen hebben nu eenmaal gevoel voor stijl en grandeur. Zelfs het design van het Air France logo is eindeloos veel strakker dan dat van bijvoorbeeld KLM met dat debiele kroontje bovenop die lelijke blokletters.
    De Gaulle is een megalomaan project dat als vliegveld weliswaar functioneert maar nog lang niet klaar is. Het verhaal gaat dat de Fransen een metroverbinding bouwen tussen de verschillende terminals. Tot die in gebruik wordt genomen, gaat overstappen nog met een archaïsche busverbinding.
    Het is een vliegveld waarvoor je de tijd moet nemen. De Gaulle is een logistieke ramp, tamelijk ongeschikt voor mensen die hun aansluiting dreigen te missen omdat ze zwaar zijn vertraagd door een medepassagier die zich tot het uiterste verzette tegen zijn uitzetting.
    Het is trappen af, trappen op, draaien en keren. In de rij voor de paspoortcontrole bij het verlaten van de Schengen-zone, trap af, wachten op een bus die een schier eindeloze zoektocht begint naar jouw terminal, die hij na acht tussenstops zowaar weet te bereiken.

    Parijs, 11.10 uur. Er zijn weinig dingen zo bevredigend als toch nog op tijd bij de juiste gate aankomen. Een paar keer diep ademhalen om de ergste stress het lijf uit te jagen.
    Dit is al een andere wereld. Deze gate is het voorportaal van Afrika. Het ruikt er al stiekem een beetje naar rook en kruiden. Veel van de Afrikaanse passagiers dragen dure, kleurige gewaden. De rust die ze uitstralen is aanstekelijk.
    De Airbus 340 is een echt vliegtuig. De Airbus 320 is met zijn 38 meter lengte maar een ukkie in vergelijking met de 340, die 64 meter lang is. Onder de vleugels hangen vier joekels van motoren. Beenruimte, een eigen televisiescherm, het is er allemaal. Dit is een toestel voor de lange afstand.
    Het enige nadeel van dit soort toestellen is dat ze maar met moeite de lucht in komen. De eerste sprong de lucht in gaat nog wel van harte maar blijkt al snel een tikkeltje overmoedig. Na een paar honderd meter klimmen, lijkt de 340 te twijfelen of ie het wel allemaal aankan. Het piept en het kraakt, de motoren lijken opeens wel weg te vallen, verliezen we nu hoogte of lijkt het maar zo? Stalen kabels onder mijn voeten trekken piepend aan de wielen, of aan de vleugelflappen. Zie je wel, het is helemaal mis. En dan gaan die motoren wel weer. Het is natuurlijk allemaal maar drukte om niets.
    De ergste paniek zakt weg met de lunch. Air France is het aan zijn stand verplicht iets fatsoenlijks te serveren en dat doen ze dan ook. De pasta met tomatensaus wordt begeleid door brood en een flink stuk brie. En een flesje merlot. Na een tweede flesje merlot nog een glas Four Roses en dan gaat het wel weer. Daar is de Middellandse Zee. We zijn op reis.

    Bamako, 18.25 uur. Urenlang heeft de Sahara hevig tegenstand geboden maar de zandzee heeft uiteindelijk plaats moeten maken voor eerst Sahel, het dorstland van rode, gescheurde aarde, waar Peul rondtrekken op zoek naar wijden voor hun koeien, daarna voor de savanne. Landen in de bloedhitte van de ondergaande zon. Op de landingstrap opnieuw voor de eerste keer de warmte van het continent naar binnen zuigen.
    Een verwaaid type in een smoezelige doktersjas, die doet vermoeden dat hij een koffer vol roestige naalden onder handbereik heeft, controleert de vaccinatieboekjes op gele koorts. Hij is zichtbaar teleurgesteld als ik blijk te beschikken over de benodigde stempel. Hartgrondig vloeken dat even later achter me klinkt, verraadt dat hij alsnog beet heeft.
    Aan het plafond van de bagagehal draaien ventilatoren met tegenzin hun rondjes, waarmee ze een vleugje warme lucht in beweging zetten. Het is goed zweten in Mali.
    Er is hier een ijzeren bagageband die piepend en krakend in beweging komt om ons van onze spulletjes te voorzien. Veel grote kartonnen dozen, enorme koffers, weekendtassen – er komt van alles voorbij. Hoe vaak ben ik al niet bang geweest dat mijn bagage niet aan zou komen en hoe groot was de opluchting als mijn koffer zich dan toch nog materialiseerde. Een heerlijk moment, dat niet komt en ook niet even later en ook niet nadat de bagagehal zo goed als leeg is en het gepiep en gekraak van de bagageband is verstomd. Klote De Gaulle.

    Bamako, 22.15 uur. De muren van de kamer in hotel Naboun zijn turquoise, er hangt een schilderijtje van een bos bloemen aan. De airo is stuk, de wc-bril is gebarsten, er lekt lauw water uit de boiler van het merk Moldavia. Bij de pharmacy, even verderop in de straat, koop ik tandpasta, borstel, flosdraad, paludrine, nivaquine.
    Hotels in West-Afrika zijn vaak eenzaam. In de eetzaal ben ik de enige. Het koude Malinese bier, Castel, stroomt langs mijn slapen meteen weer naar buiten. Ik slik mijn pillen. Op mijn bord een stuk vlees met rijst en aardappels. Op televisie staan twee Afrikanen elkaar dood te trappen.
    ‘C’est ou?’, vraag ik aan de hotelier, als ie een nieuwe fles bier komt brengen.
    ‘Côte d’Ivoir’.

    Bamako, 02.50 uur. Ik schiet in paniek wakker. Mijn kussen is zompig van mijn zweet. De paludrine en nivaquine gieren door mijn lijf. In mijn mond nog steeds de abjecte chemische smaak van de Malinese tandpasta die volgens de tube echt in Frankrijk is gemaakt. Geen mens gelooft dat. Mijn hand steekt onder de klamboe uit en is veranderd in een brandende, door de muggen lek gestoken klomp vlees.

    Bamako, 6.20 uur. Nog voor de ochtendschermer wakker met zeldzaam zware hoofdpijn. Met mijn hand is het niet veel beter. Het lauwe water in de douche brengt heel even een gevoel van comfort, dat meteen weer verdwijnt als ik mijn kleren aantrek.
    Bamako komt langzaam tot leven. Langs de weg zit een vrouw een soort van kleine oliebolletjes te bakken, wat ik als ontbijt neem.
    Een bezoek aan de vertrekhal is vanzelfsprekend te vergeefs. Het is nog rennen om op tijd een ticket te kunnen kopen voor Timboektoe.
    Het vliegtuig voor deze vlucht is een Fokker 27 van Air Mali, onder expats beter bekend als Air Maybe, dit vanwege de betrouwbaarheid van het dienstschema, de beschikbaarheid van toestellen en bemanning en steeds wisselende staat waarin de maatschappij verkeert. Dan weer eens operationeel, dan weer eens failliet.
    Het vliegtuig is helemaal wit, met als enige opdruk de Russische vlag op de staart. Van binnenuit lijkt het toestel nog het meest op een treinwagon met vleugels. De stoelen zijn lichtblauw en de bordjes niet roken en riemen vast zijn in Russich gesteld. Het geeft meteen een kneuterig gevoel van Oost-Europese gezelligheid.
    Natuurlijk zijn de piloten ook Russisch. De steward is wel Malinees. Hij heet me van harte welkom. Mijn medepassagiers zijn Malinese zakenlieden, ambtenaren en een enkele Europese ontwikkelingswerker die met vermoeide blik maar het einde van zijn contract staart.
    De propellers draaien, een enorme steekvlam die uit de motor slaat, doet het voor een moment nog warmer worden, we bewegen. Vanuit het plafond drijven flarden damp de cabine binnen, die voor wat koelte zorgen. Het toestel schudt, de propellers gieren, de wielen dreunen over de landingsbaan, we maken vaart, gaan zelfs erg hard en los zijn we.
    Mali is het grootste land van West-Afrika. Het zuiden ligt in de savanne, het noordelijk deel ligt in de Sahara, het middendeel in de Sahel. Door de Shahel stroomt van west naar oost de Niger. Wat de Nijl is voor Egypte, is de Niger voor Mali, de levensader van het land, zonder welke geen leven mogelijk zou zijn.
    Navigatie kan met gemak op zicht. De piloten hoeven alleen maar de rivier in stroomafwaartse richting te volgen om op hun bestemming te komen. De schaduw van het vliegtuig glijdt over de noordoever, over dorpen en velden met katoen en gierst, over kleine jochies met hun kuddes geiten, over enorme baobabs, over de West-Afrikaanse brousse, eindeloze vlakten met niets anders dan droge leegte met struiken en bomen, die zich met moeite weerstand tegen het oogverblindende geweld van de zon. Over de Ségou, met zijn kade waar enorme potten van rood aardewerk worden verkocht.

    Mopti, 12.40 uur. Mopti ligt in het hart van Mali. Vanuit Mopti leidt een grote weg naar Gao in het oosten, het beginpunt van de grote trans-Sahara route naar Oran, in Algerije. In het zuiden ligt Pays Dogon, een gebied waarvan de inwoners geen enkele vorm van moderniteit hebben geaccepteerd. Zelfs van islam en christendom willen deze mensen niets weten. Een bezoek aan dit gebied, brengt je honderden jaren terug in de tijd.
    In het westen ligt het legendarische Djenné. De prachtige Grand Mosquée van Djenné is de beroemdste van heel west Afrika en het grootste lemen gebouw ter wereld.
    In het noorden ligt de enorme binnendelta van de Niger, die zich hier vertakt in honderden stromen en stroompjes. Aan de andere kant van de delta, op twee dagen varen afstand, ligt Timboektoe. Je kunt er ook naartoe vliegen, als je een toestel hebt dat het doet.
    De Russische piloten besluiten vandaag niet verder te vliegen, zegt de steward, die voor de piloten vertaalt. Zelf spreken ze geen Frans. Er is iets met de linker propeller. Ze pakken de tas met sleutels en tangen en gaan aan de slag.
    Ik pak een taxi naar de markt. Daar koop ik eerst een weekendtas en vul die daarna met een muskietennet, onderbroeken, sokken en twee T-shirts - XXL is er alleen met een opdruk van Osama Bin Laden.

    Mopti, 17.05 uur. Bar Bozo ligt op stuk kade met aan de ene kant uitzicht over de Niger, die hier minimaal een kilometer breed is, en aan de andere kant de haven van Mopti, waar pinasses en piroques worden opgeladen voor Ségou en Timboektoe.
    De Russische piloten zijn inmiddels aangeschoven. De wind waait vanaf het water een vleugje verkoeling. De zon kleurt wel al geel en oranje maar weigert vooralsnog hardnekkig om onder te gaan. De flessen Castel verplaatsen zich in een gestage stroom naar en van onze tafel.
    De piloten spreken dan wel geen Frans maar Engels, met af en toe een paar woorden Duits, gaat ze redelijk af.
    Op mijn vraag waarom ze ervoor hebben gekozen om te werken in één van de armste landen ter wereld, reageren ze verbaasd: ‘Wat is er mis met werken in een land waar het altijd lekker weer is, waar de vrouwen mooi zijn en waar vliegen veel veiliger is dan in Rusland, waar toestellen aan de lopende band neerstorten.’
    Alles in het leven is een kwestie van perspectief.
    Moord en brand schreeuwend verdrinkt de zon dan eindelijk in het water van de Niger. We roepen hem eerst nog wat verwensingen na en daarna om meer bier. Veel meer bier.

    Goundam, 10.45 uur. De hete wind die de tent inwaait, bijt rauw in mijn neustussenschot en verschroeit mijn voorhoofdsholte. De Russische piloten hebben een half uur aan de linker propeller gesleuteld en hebben het toen tegen de zon moeten afleggen.
    Goundam is niet veel meer dan een verzameling lemen huizen in het gebied ten noorden van de Niger, waar de Sahel overgaat in woestijn. Een paar honderd meter van het vliegveld, staat in dit almachtige niets een Toeareg-tent waar de piloten, de steward en ik te gast zijn. Als je een vliegtuig vliegt, heb je in Mali overal vrienden, had een van Russen gezegd.
    Het eten wordt opgediend. Een schaal spaghetti met geitenvlees. Het is oppassen met de hompen vlees, waar vlijmscherpe botsplinters uitsteken. Goed kijken wat voor stuk geit je pakt, orgaanvlees is geen traktatie.
    Ik word gegrild, gebraad en geroosterd. Voorzichtig inademen. Niet te veel tegelijkertijd. Ik heb geen honger maar ik moet eten. Brood, water, zout. Ik besprenkel mijn vlees met zout. Het knispert tussen mijn vingers. Nog meer zout.
    Een van de Toeareg zet thee. Uit zijn mouw haalt hij een zakje suiker tevoorschijn. Het hele zakje. Ja, doe het hele zakje. Wellustig zakken de witte kristallen weg in de borrelende thee in het blauwe, emaillen potje. Vocht lekt uit het tuitje en doet de kooltjes onder het potje sissen.
    Met een grote boog in het glas en dan weer terug in het theepotje. In het glas en terug. In het glas en weer terug in het potje. Proeven. En opnieuw. Proeven en opnieuw.
    Daar is het. Gepresenteerd op een zilveren blaadje. De thee van de dood. Het hete glaasje in mijn handen. Zwarte thee als vloeibaar goud. Het bitterzoet doet mij over het hele lijf rillen. En verricht het wonder. Mijn haperende lichaam slaat aan als een motor. Het begint weer zweet naar buiten te pompen. Het leeft. Ik leef.

    Goundam, 15.50 uur. De ergste hitte is geweken. Ik kan weer normaal adem halen. Als ik opsta, voel ik de naden in mijn nieuwe Malinese onderbroek knappen. We lopen terug naar het vliegtuig, dat werkeloos in de oneindige leegte staat te nietsen. Op de landingsbaan knabbelt een geit aan een uitgedroogde graspol.
    De piloten gaan aan het werk. Ik loop een stuk de woestijn in en probeer me Cairo voor te stellen.
    Het is in het jaar 1324. Begin van de avond. De zon trekt lange schaduwen en zet de stad in een betoverend oranje licht. Vanuit de woestijn komt een grote stofwolk langzaam dichterbij. Het is de karavaan van Mansa Mussa, heerser over Mali. Een rijk aan de andere kant van de Sahara waarvan in Europa nog nooit iemand zelfs maar had gehoord.
    Het gevolg van Mansa Musa is 60.000 man groot, gekleed in prachtige gewaden. De karavaan telt tachtig kamelen. Ieder dier draagt 150 kilo goud. Mansa Mussa is op pelgrimage naar Mekka. In Cairo brengt hij een hoeveelheid goud op de makt die de mondiale goudprijs in elkaar doet storten.
    Het bezoek van Mansa Musa aan Cairo was in de islamitische wereld de meest spraakmakende gebeurtenis van de veertiende eeuw. Ook in Europa maakt het bezoek van Mansa Mussa aan Caïro grote indruk. Een Andalusische kaartenmaker tekent op de wereldkaart van dat moment – Europa, Azië en Noord-Afrika – midden in de Sahara de koning van Mali, gezeten op een troon met een klomp goud in de hand. De naam van de noordelijkste handelsstad van Mali, Timboektoe, wordt tot in de verste uithoeken van de wereld door mensen in de mond genomen en is synoniem voor een ongekende rijkdom, gevoed door de enorme hoeveelheid goud die in de stad wordt verhandeld. Timboektoe zou zijn magische klank nooit verliezen.
    Daar moet het liggen, daar in het noordoosten, achter de horizon.
    Ik blijf nog een tijd lang over de woestijn uit kijken, voordat ik terugloop naar mijn Russische vrienden.

    www.basvlugt.nl



Reageren?

Wilt u reageren? Daarvoor moet u eerst inloggen rechtsbovenaan het scherm. Heeft u nog geen account? Registreer dan eerst hier.