Zij zijn er klaar voor


  1. De laatste fase van ons HIV onderzoek onder Ethiopische jongeren is aangebroken. Meestal niet het leukste onderdeel: veel kantoorwerk, weinig afwisseling en systematisch werk is gewenst. Maar het is ook de periode van oogsten: nu kunnen de echte conclusies getrokken worden.

    De verleiding is groot wanneer je midden in de praktijk je onderzoek uitvoert: langzaam rijzen er vermoedens over hoe het echt in elkaar zit. En die laat je niet meer los. Maar heb je er ook bewijs voor? En ís het wel echt zo?

    Natuurlijk is de schets die ik in eerdere blogs maakte grotendeels een weergave van de werkelijkheid – voor zover als dat mogelijk is voor een buitenstaander die net komt kijken. Maar de afgelopen weken hebben bewezen dat een closer look wel degelijk verschil kan maken.

    Model

    We verwerkten al onze interviews tot analyseerbare brokken. Een heel karwei, aangezien de meest geavanceerde sociaal-wetenschappelijke software hier (logischerwijs) niet aanwezig is.
    Deze informatie goten we in een model: het ASE model.

    ASE (een Engelstalige term) staat voor houding, sociale invloed en zelfvertrouwen. Wat dit model in principe doet, is gedrag opknippen in kleine brokjes. Al die brokjes hebben invloed op de intentie om iets te doen, en tenslotte op het daadwerkelijke gedrag. Pas wanneer je al deze verschillende brokjes nauwkeurig omschreven hebt, kun je het gedrag min of meer verklaren. De volgende stap is vanzelfsprekend: door dit inzicht kun je het gedrag specifiek beïnvloeden.

    Society

    Toen we inzoomden op onze resultaten raakten we meer en meer onder de indruk van de invloed die de ‘society’ hier heeft in het dagelijks leven van mensen. Zowel de Islam als het Orthodox Christendom geeft maar één optie voor ongetrouwde jongeren: onthouding. Deze invloed klinkt door tot in klaslokalen, gezinssituaties en geroddel op straat. Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat ABC-programma’s, voorlichtingsprogramma’s over abstinence (onthouding) being faithful (trouw blijven aan één partner) en condoomgebruik alleen effectief zijn als de drie alternatieven als gelijkwaardige opties worden gepresenteerd. Iets wat wij op geen enkele middelbare school aantroffen.

    Maar er is meer. Jongeren zijn niet alleen bang om condooms te kopen, maar ook om ze te gebruiken. De houdbaarheidsdatum zou verlopen kunnen zijn, ze zouden kunnen scheuren tijdens gebruik of ze weten zelf niet hoe te werk te gaan als puntje bij paaltje komt. Boven-dien zijn ze bang dat het de plezier vermindert.
    Je kunt dus op je Hollandse klompen aanvoelen dat jongeren niet erg gemotiveerd zijn om condooms te gebruiken.

    Met de kennis onder highrisk jongeren zit het wel goed. Iets te goed misschien zelfs: ze zijn de constante herhaling van dezelfde basale informatie zat. Toen we hen vroegen wat zíj in radioboodschappen over HIV/Aids zouden stoppen, kwamen veelal interactieve vormen naar voren, die vrijwel zonder uitzondering gebaseerd waren op een open discussie. Zij zijn er klaar voor, nu de rest van de maatschappij nog.

    Goede bedoelingen

    Voor we vertrekken naar Nederland, willen we ons onderzoek verwerken tot een praktisch communicatieplan; een soort handleiding om effectieve radioboodschappen te kunnen maken over maatschappelijke onderwerpen. HIV/Aids gebruiken we hierbij als voorbeeld, maar strakskan dit format ook toegepast worden voor andere gezondheidsperikelen of bijvoorbeeld milieuproblemen. Met ons voorbeeld hebben we in elk geval laten zien dat het zeker zin heeft om de situatie eerst goed in kaart te brengen, voor je met je goede bedoelingen aan de slag gaat.

    Zij zijn er klaar voor