Teun Hofmeijer: Honger lijden of niet zeiken


  1.  
    Ik houd van supermarkten. En dan bedoel ik de wat goedkopere, slonzige ketens. Aldi, Dirk, een enkele Edah. Als het even kan kom ik er elke dag. De slippers onder, korte broek en het t-shirt van de avond ervoor nog aan. Je ziet er toch altijd beter uit dan het personeel en de klanten. Je vaste ronde. Op de automatische piloot het mandje vullen. Geen plastic glimlach bij de kassa. Daar wordt niet genoeg voor betaald. Ongestoord slenteren tussen de schappen in een goedkope super is als lekker lang douchen of uitgebreid op de wc zitten. De gedachten zijn vrij om te gaan en staan waar ze willen.
    In de Pick and Pay om de hoek hier in Windhoek doe ik nu boodschappen. Ik ga er elke dag even langs. Het is van een paar Namibische Duitsers. Misschien verklaart dat de uitzonderlijke grootte van de vleesafdeling. Hoe dan ook, de desinteresse op de gezichten van het personeel, de onlogische indeling van de winkel en het feit dat de mandjes zich ophopen voor de kassa"s en niet bij de ingang maken deze super tot mijn soort super.
    Helaas is geen enkele slechte super perfect. Dat heeft zijn charme zoals ik al zei en daarom kom ik er graag. Maar soms is het hinderlijk. Zo stoorde ik me in mijn Edah in Nederland wel eens aan de schuine grappen of de uitbundige begroetingingen in mijn richting van loenzende vakkenvullers. Allemaal begrijpelijk en goedbedoeld aangezien ik er dagelijks kwam. Maar ik zat nou eenmaal niet op aanspraak te wachten.
    Ook hier in Windhoek zijn er de kleine ergernissen. Op de afdeling met schreeuwende borden 'Gouda kaas" valt niet meer dan een laf smakende substantie van parmalat te krijgen. Jammer. En niet dat ik zo"n service-fetishist ben, maar als enige klant voor de balie moet ik toch vaak tien minuten wachten voor een halfje bruin. Terwijl er toch veel personeel rond loopt in een Namibische super. Vervelend.
    Ach, eigenlijk houd ik er ook van om te zeiken. Maar wat pas echt een grote schande is, zijn de achtergelaten producten bij de kassa. Een eenzaam pakje boter in een mandje op de grond. Overrijpe bananen in het rek met kauwgom. Laatst zag ik zelfs een kipfilet liggen tussen de tijdschriften. Daar kan natuurlijk niemand meer iets mee, met dat eten. Dat wordt weggegooid. Wat een verspilling.
    En die verspilling vind ik niet moeten kunnen in een continent als Afrika. Waarom zouden Europeanen met het hart op de goede plek -mensen zoals ik- de portemonnaie volgende keer nog trekken voor een jammerende bedelaar met een etterend oog? Ga eerst maar eens de spullen netjes terug leggen in de supermarkt. Nee, mensen moeten hier honger te hebben of ophouden met zeuren.
     
    Klick hier voor het Namibië Weblog van Teun Hofmeijer