[Recensie] Mystery on the Nile


  1. Adventure and danger on the Everest of rivers, door Richard Bangs en Pasquale Scaturro. Uitgeverij Summersdale, 2006.

    Om te beginnen een bekentenis: actiefilms vind ik eigenlijk best saai. Bij ‘spannende’ schietpartijen en achtervolgingen onderdruk ik een geeuw of druk ik op de fastforward. Ik weet immers al dat na een boel geknal en gierende banden de hoofdpersoon gewoon weer verder gaat met waar hij mee bezig was. Hij gaat zeker niet dood, want de film moet nog een uur verder.

    Zo’n zelfde gevoel had ik regelmatig bij het lezen van de eerste helft van Mystery of the Nile. Je weet van tevoren al dat de hoofdrolspeler, expeditieleider Pasquale Scaturro, het gaat overleven, want hij heeft het boek geschreven. En er was waarschijnlijk een heel ander soort boek gekomen als er iets anders echt helemaal mis was gegaan. Je weet dus eigenlijk al dat het gaat lukken: van de bronnen van de Blauwe Nijl in Ethiopië afzakken tot aan de Middellandse Zee. Zoiets heeft nog nooit iemand gedaan, en dus is het hartstikke ‘spannend’, vooral omdat in Ethiopië delen van de rivier bekend staan om de vele dodelijke slachtoffers die er tijdens het trekken of raften zijn gevallen. De krokodillen en de woeste stroomversnellingen zijn daar de oorzaak van.

    Maar de stukken tekst over de krokodillen en de stroomversnellingen lezen als de schietpartijen en achtervolgingen uit een actiefilm. Sensatie, maar je weet dat het goed af zal lopen. Okee, er zijn wat ‘narrow escapes’, de mannen spelen met hun leven. Maar afgezien van wat materiële schade en een enkel afhankend expeditielid gebeurt er inderdaad niks heel ergs.

    Voor mij wordt het boek pas in de tweede helft interessant. Vanaf de grens met Soedan zijn de bedreigingen en gevaren voor de expeditie heel anders dan krokodillen en stroomversnellingen. Het gaat nu om de burgeroorlog in Soedan, de bureaucratie in Egypte, en de oplopende spanningen tussen de expeditieleden. Niet de natuur, maar de mens zelf, dus, en dat vind ik een stuk spannender.

    Maar ook dit loopt allemaal goed af. Wel blijf ik met een vraag zitten: waarom doen mensen zichzelf dit aan? Het risico dat er echt iets ernstigs zal gebeuren, is steeds aanwezig. In flashbacks haalt Pasquale herinneringen op aan eerdere expedities. Hij heeft daarin triomfantelijke momenten beleefd, zoals die keer dat mede dankzij hem de eerste blinde op de top van de Mount Everest stond. Maar hij heeft ook al expeditieleden zien verongelukken, zowel in de bergen als bij het raften. Wat bezielt iemand om dat soort gevaar elke keer opnieuw op te zoeken?
    Ertegenover staat dat hij de kriebels krijgt als hij langer dan een paar weken thuis is, bij vrouw en kinderen. Zelfs kort nadat zijn zoon bij een ongeluk een dwarslesie opliep, ging hij op expeditie. Voor die zoon kon hij later nog wel wat betekenen. Hij had hem voor het ongeluk beloofd samen de Mount Everest op te gaan. Dat lukt uiteindelijk: de verlamde zoon bereikt het basiskamp.

    En dan denk ik: moet dat nou, dodelijke slachtoffers, constant gevaar, altijd op reis, met een blinde en een verlamde de Mount Everest op? Maar ook: hemel en aarde bewegen, zelfs met inmenging van de diplomatieke dienst van vaderland Amerika, om met je eigen bootje over het Nasser-meer te mogen varen… het heeft iets decadents, zeker in Afrika. Als je zo ver gaat om je plannen en avonturen te realiseren, vind je jezelf wel heel erg belangrijk.

    En dat terwijl je als leden van zo’n expeditie enorm op elkaar bent aangewezen: onbelemmerd egocentrisme is onmogelijk. Door het contact met zijn naaste teamgenoot komt Pasquale erachter dat hij wel erg op eigen houtje heeft geopereerd. Hij neemt op de grens tussen Soedan en Egypte de beslissing om Gordon meer bij de besluitvorming te betrekken. Als Gordon dan op zijn beurt iets opener wordt over wat hem bezighoudt, leidt dat uiteindelijk tot een verdieping en verbetering van het contact tussen die twee mannen. En dat is wellicht het mooiste wat de expeditie oplevert.