Rassenrellen beheersen leven studenten Jimma


  1. Vlak voor het Ethiopische kerstfeest heerst in Jimma een allesbehalve vredelievende sfeer. Studenten van Amhaarse en Oromo afkomst gaan elkaar te lijf nadat ze lucht kregen van een incident op de nabijgelegen universiteit van Arba Minch.

    “We zijn bang. Hier op de campus ben je nu als student nergens veilig. “Elk moment kunnen ze komen en dan moet je rennen voor je leven.”
    Meron en Gosay wonen op de campus van de universiteit van Jimma. Ze komen uit de hoofdstad Addis Ababa en zijn allebei van Amhaarse oorsprong. Genuanceerd maar verbitterd vertellen ze over de problematiek die hun studentenleven beheerst.

    ”Het is een bijna jaarlijks terugkomend fenomeen,” legt Meron uit. “Ergens vindt een incident plaats tussen de twee rassen, waarna de onrust zich als een olievlek uitbreidt.”
    Eigenlijk moet ze leren voor haar tentamen van overmorgen. Maar daar is ze haar leven niet zeker, zegt ze. “Waarschijnlijk wordt het uitgesteld, voegt ze gelaten toe. “De komende dagen is het waarschijnlijk toch nog niet rustig.”

    Op het eerste gezicht lijkt er niets aan de hand op het universiteitsterrein. Maar als we iets beter kijken zien we de gespannen blikken en waar anders in Jimma nauwelijks politie te bekennen is, zijn de posten nu bemand door met stokken en machinegeweren bewapende mannen. We voelen de spanning en het onbehagen, al verzekeren de studenten ons dat wij als buitenlanders volledig veilig zijn.

    Geïsoleerd
    Gisteren braken de onlusten uit op de campus van Jimma. Studenten hoorden van het incident in Arba Minch en zonnen op wraak. Ze gingen elkaar te lijf met metalen voorwerpen en ruiten werden ingegooid. De politie kan niet veel meer doen dan de situatie onder controle houden. Gewapende agenten posten bij de uitgangen, om te voorkomen dat het conflict zich uitbreidt naar de stad. “Wat hier binnen gebeurt kan ze niks schelen,” zegt Meron, “zolang ze het hier binnen weten te houden, zijn ze al lang tevreden.”
    ’s Avonds worden de hekken gesloten en mag niemand het campusterrein op of af. Studenten moeten zorgen dat ze voor die tijd aan de goede kant zijn, want anders is er voor hen geen mededogen.

    Jimma is één van de grotere steden in de onderdrukte Oromo regio. Dit gebied is met 30 miljoen inwoners het meest dichtbevolkt van het land. Het omsluit de centraal gelegen Amhara regio ten zuidwesten en zuiden.
    Oromo spreken hun eigen taal, Afaan Oromifa, wat in feite een grotere taal is dan de officiële landstaal Amhaars. De regio strijdt al jaren voor afhankelijkheid en de regering probeert haar handen er zo weinig mogelijk aan te branden. Gevolg hiervan is dat overheid hier nauwelijks investeert en de ontwikkeling achterblijft bij veel andere gebieden.
    Studenten aan de universiteit van Jimma hebben allerlei etnische achtergronden, de meerderheid is Amhaars of Oromo.

    Identiteit
    ”Studenten zouden het goede voorbeeld moeten geven, zegt Gosay, “maar ze worden gevormd door hun omgeving en komen met vooroordelen naar de universiteit toe.” Dit probleem lost zich volgens hem dus ook niet op door educatie. “Daar gaat minstens een paar generaties van beter opgeleiden overheen.”
    Deze strijd gaat over identiteit. Vriendschappen lijken ineens geen rol meer te spelen. Bijna alle campusbewoners worden meegesleept in het conflict, want wie niet meedoet kiest impliciet voor de tegenpartij en verloochent zijn afkomst. Begon het gisteren nog met 20 á 30 studenten, in no time is bijna de helft van de 15.000 betrokken, voorspellen de twee. Tijdens de rellen van drie jaar geleden brandden twee studentenflats volledig af. De flats werden hierna op ras gescheiden, maar dat heeft de tegenstellingen alleen maar groter gemaakt. “Vooroordelen blijven zo alleen maar makkelijker bestaan,” ligt Gosay toe.

    Politieke agenda
    Ik probeer de twee studenten voor mijn mobiele camera de situatie uit te laten leggen, maar dat durven ze niet aan. “De regering wil niet dat er over dit soort zaken gepraat wordt. Ze zijn bang dat het probleem verspreidt naar andere universiteiten. Bovendien is ze niet gediend van negatieve publiciteit, aangezien eenheid hoog op de politieke agenda staat.”

    Of er wel eens doden zijn gevallen bij de rellen weten Meron en Gosaye niet. “Dat zou met alle macht verzwegen worden. De overheid is doodsbenauwd dat het probleem dan escaleert en de komende tien jaar de rust niet weer keert.” Zo zal dit probleem voorlopig nog een onzichtbaar maar sluimerend bestaan blijven leiden, voornamelijk in de harten van de bevolking, die worstelt met haar identiteit en bereid is te strijden voor haar bestaansrecht. Het valt de studenten zwaar. “Deze psychologie maakt het leven hier moeilijk,” zegt Meron terwijl ze in de verte staart. “Je voelt je nooit echt op je gemak, hebt het gevoel dat je niemand kunt vertrouwen.”

    ”Hoe laat is het?” vraagt Meron. “Half drie,” antwoord ik.
    Ze wijst naar de studentenlounge. “Ze organiseren zich. Ik zou maar gaan als ik jullie was, anders komen jullie niet meer weg van de campus.”
    We bedanken hen en lopen richting de uitgang. De twee zeggen elkaar gedag en duiken elk een andere kant op. In de hoop zo ver mogelijk weg te blijven van het zinloze, diepgewortelde geweld.