Over kastjes en muren


  1. Telkens als ik de verhalen van mijn Beninese schoonbroertje hoor, neem ik me voor me niet meer zo druk te maken over dat kleine beetje bureaucratie bij ons. Wat natuurlijk niet lukt, maar de intentie is er.

    Na een jaar studeren in Brussel (hij heeft nog steeds zijn diploma niet, de Belgische bureaucratie is stiekem best wel te vergelijken met die in Benin) moest hij terug naar Benin. Zijn studentenvisum was ten einde. Bovendien wilde hij naar Nederland. De inburgeringscursus had hij inmiddels op zak. Dus even zijn geboortebewijs opduikelen en dan bij de Nederlandse ambassade in Cotonou een tijdelijke verblijfsvergunning aanvragen. De optimist had een retourticket op zak. Voor de kerstdagen zou hij terug zijn.

    Dat was het plan.

    Van pure ellende heeft hij zijn oude baan weer opgepakt en de onderhuurder van zijn oude appartement de deur gewezen om er zelf weer te wonen. Zijn ticket heeft inmiddels (tegen veel geld) een open retourdatum. Hij heeft al heel veel kastjes en muren van dichtbij gezien, maar meer dan blauwe plekken hebben die hem niet opgeleverd.

    Mijn zusje mist hem. En hij haar. En zo veel dat ze al bijna op het punt staat om dan maar daar te gaan wonen. Wat ik, egoistisch als ik ben, vreselijk zou vinden. Maar de liefde houd je niet tegen. Daar kan geen leger pennenlikkende ambtenaren tegenop.