Mooie avond


  1. De schemer valt. De avond onderweg. Vaders en moeders terug van werk. Ze druppelen het dorp binnen.

    Kinderen lopen kwetterend langs. Een voetbal in de hand. Het laatste doelpunt is nog niet beslecht.

    Voor het huis zijn vier gezichten. Er wordt gezeten. Er wordt gekeken. Er wordt gewacht. Op niks. Op zomaar.

    Zachtjes begint het nu te waaien. Vier gezichten kijken naar de lucht. De avondzon schijnt de wolken geel. Flarden grijs zoeven op de wind voorbij. Een zwarte vogel zweeft langzaam door het beeld.

    Een vrouw loopt langs. Er wordt gegroet. Er wordt gezwaaid. Vier gezichten lachen breed.

    De wind geeft het op. De stilte daalt weer neer. Het schemert nog wat harder dan daarnet. En vier gezichten staren in de verte.

    Een klein liedje wordt gezongen, nee, geneuriet. Meer dan vijf woorden kent hij niet.

    Het schemert nu behoorlijk. Lui worden muggen doodgeslagen. Lome gedachten in het duister.

    Vier gezichten zitten in het donker. Veel gebeurt er niet. Dat is goed.

    Vanavond is een mooie avond.