Konso Museum doet de deuren open


  1. Op 14 december 2009 zal in het zuid Ethiopische plaatsje Karat-Konso het langverwachte Konso Museum ingehuldigd worden. Dit museum, dat in eerste instantie een thuis zal worden voor de honderden door de politie geconfisqueerde houten totems, die voor ze gestolen werden, de graven van helden en chefs sierden, is een samenwerkingsproject van de lokale administratie en de Franse ambassade in Addis Abeba.

    Het Konso volk uit zuid Ethiopië staat in de belangstelling tegenwoordig. Enkele jaren geleden kon het voor het eerst van wereldwijde erkenning proeven toen een miljoenen jaren oude paleo-antropologische site in hun leefgebied – waar wetenschappers onder andere fossiele overblijfselen van een homo erectus vonden – door UNESCO tot werelderfgoed werd uitgeroepen. Minstens even lang zijn academische bewonderaars van de Konso cultuur bezig om ook het met landbouwterrassen uitgehouwen berglandschap en de hierin verborgen sprookjesachtige dorpen – waarvan er vele vijfhonderd jaar en ouder zijn – een plaatsje op die lijst te verzekeren. De kans is groot dat op 20 november aanstaande de knoop hierover doorgehakt wordt, als het eerder vernoemde internationaal instituut een deskundige stuurt om de zaak een laatste maal te evalueren.

    Naast deze culturele pareltjes staat het Konso volk ook bekend om haar uit goed hout gesneden doodsbeelden, die het op de graven van clanhoofden en helden plaatst. Deze traditie – die minstens een half millennium teruggaat – staat echter op het punt uit te sterven. Enkele redenen hiervoor zijn de integratie in de moderne Ethiopische staat die het doden van wilde dieren en vijanden verbiedt – waardoor er geen helden meer zijn in de oorspronkelijke betekenis van het woord – en het uitsterven van de families die traditioneel de clanhoofden leveren. Hierbij komt, dat er aan het einde van de vorige eeuw, bij verzamelaars in het westen een grote vraag naar deze houten grafsculpturen van het Konso volk ontstond. De wet van vraag en aanbod zorgde derhalve voor een diefstal op grote schaal van deze totems, die de Konso, waka’s noemen.

    Gelukkig werd een groot deel van de buit tijdig onderschept door de lokale autoriteiten en riep een wereldwijde verontwaardigdheid een bijna halt toe aan deze praktijken. Konso traditie liet echter geen herplaatsing van de totems toe, waardoor deze eeuwenoude kunstwerken in het lekkende bezemhok van het lokale politiekantoor terechtkwamen. Pogingen van een Italiaanse kunsthistoricus en de Duitse ambassade om fondsen te verzamelen voor een waardig onderdak, draaiden op niets uit, en de waka’s bleven staan en langzaam vergaan. Tot vier jaar geleden, de toenmalige Franse ambassadeur, onderweg naar een Frans archeologisch project bij het Turkana meer, zich genoodzaakt zag in Konso te overnachten. Tijdens die gelegenheid werd hij door de alarmerende mensen van de dienst voor informatie en cultuur van het Konso district, tot bij de houten standbeelden achterin het politiekantoor geleid. De in Afrikaanse cultuur geïnteresseerde diplomaat twijfelde niet en schakelde Le Centre Français des Etudes Ethiopiennes (CFEE) in, een dienst die onder zijn administratie ressorteert.

    In eerste instantie zorgde deze dienst voor een degelijke inventaris van alle geconfisqueerde beelden alsook van diegene die nooit gestolen waren. Ze kregen een label en de oorspronkelijke locaties van de onderschepte buit werden te boek gesteld. Enige tijd later vond het Centre een sponsor voor de bouw van een heus waka museum bij de directie van het recent geopende Musée du quai Branly in Parijs. Dit etnografische museum zag een samenwerking in het veld wel zitten en stelde prompt geld en expertise ter beschikking. De lokale overheid kon niet achterblijven en deed eenzelfde hoeveelheid centen in het zakje. Een samenwerkingsakkoord tussen de Konso administratie en CFEE om de houten totems achterin het politiekantoortje te redden was geboren.

    Ik sprak met Geresu Kawso, hoofd van informatie en cultuur van het Konso district, enkele minuten nadat hij in de hoofdstedelijke kantoren van CFEE, de laatste meeting inzake de opening van het museum bijwoonde. Hij glunderde. “We gaan open,” riep hij. “Vertel me eerst wat over het museum?” vroeg ik hem even later bij een koud St. George biertje. “Het Konso Museum zal een meervoudig doel kennen,” vertelde Geresu, “bepaalde tradities zullen onvermijdelijk uitsterven omdat ze niet meer worden beoefend, denk maar aan de waka’s. Het museum zal dit erfgoed bewaren voor de volgende generaties. Op de terreinen van het museum zullen we in de toekomst hutten, graanschuren en gemeenschapshuizen bouwen in elke architectuurstijl die de Konso traditie kent. Daarnaast zal het museum de toerisme mogelijkheden in de regio promoten en tevens fungeren als een studiecentrum voor de paleo-antropologische site,” voegde hij er aan toe.

    “Het museum zal geïnaugureerd worden op 14 december 2009,” meldde Geresu. “Deze datum is niet toevallig,” verduidelijkte hij, “het is een dag na het jaarlijkse Festival of a Thousand Stars in het nabijgelegen Arba Minch, waar sowieso vele prominenten naartoe komen. We verwachten onder andere afvaardigingen van het presidentieel kantoor en het ministerie van cultuur, de regionale president en de voormalige en huidige Franse ambassadeur, dit alles gecoverd door de internationale media!” aldus een trots hoofd van informatie en cultuur van het Konso district.

    Meer Afrika in woord en beeld op http://www.frankfocus.com.