Johannesburg - Lehututu. Dag 4: Trans Kalahari Highway


  1. http://www.basvlugt.nl/images/private/Bo14.jpg

    18 maart 2008, door Bas Vlugt. Tegen beter weten in scheur ik enthousiast de gordijnen van mijn kamer in Hotel Metcourt in Gaborone open en stel vast dat het ook op de vierde dag van mijn korte verblijf in zuidelijk Afrika regent. Tamelijk dodelijk voor iemand met ambities om een paar leuke fotoseries te schieten.

    Zo, en nu is het klaar met de flauwekul! Koffer inpakken, uitchecken, mijn geliefde Hyundai Atos opzoeken die trouw staat te wachten op de parkeerplaats en wegwezen.
    Dat is het rare met die congrestoestanden met volledige verzorging. Dit is mijn derde dag in Botswana en ik heb nog steeds geen pula's. Bij een shopping mall steek ik mijn MasterCard in verschillende pinautomaten maar die werken alleen op Visa. Godzijdank heb ik ook een paar honderd euro cash bij me.
    Met een stapeltje pula's op zak laat ik mijn autootje aftanken, probeer ik tevergeefs een wegenkaart van Botswana te kopen, sla water en eten in en weg ben ik.

    Het gaat westwaarts naar Thamaga. Niet verbuiten Gaborone stop ik bij het bord Livingstone Memorial. Dat is waar ook! Dit is Kolobeng, de plek waar David Livingstone lange tijd woonde. Het is ook de plek waar het hem voor de eerste keer lukte een Afrikaan tot het christendom te bekeren.

    De plaatselijke chief Sechele liet zich door David Livingstone dopen, ook al moest hij daarvoor ophouden met regenmaken, iets waar hij erg goed in was. Hij moest zich ook beperken tot één vrouw, wat de chief in conflict bracht met zijn andere schoonfamilies toen hij daar zijn overtollige vrouwen weer kwam terugbrengen.

    Chief Sechele genoot enkele maanden van zijn christelijke status. Toen hield hij het niet langer uit. Hij haalde zijn vrouwen terug en nam afscheid van monogamie en christendom en hij ging weer regenmaken.

    Tot zo ver het track record van David Livingstone wat betreft het bekeren van Afrikanen tot het christendom. Nooit zou het hem opnieuw lukken een Afrikaan te bekeren.
    Zijn ontdekkingsreizen en de prachtige boeken die hij daarover schreef brachten hem wereldfaam. De geschiedenis zou hem maken tot David Livingstone, Ontdekker van de Afrikaanse Binnenlanden, Strijder tegen Slavernij, Vriend van de Afrikanen en De Man die het Christendom naar Afrika bracht.

    Ik sta voor een dicht hek, dat echter makkelijk open gaat. Het is dan nog een paar honderd meter over de Afrikaanse rode aarde waarin zich door de regen kleine riviertjes hebben gevormd naar een ander hek, waarachter zich het Livingstone Museum bevindt. Nu ik hier toch ben, maak ik dat ook maar open en rij mijn autootje naar een klein huisje, waar zowaar iemand uit komt.

    Het is Piet. Piet runt het museum. In het huisje moet ik me registreren. De laatste bezoeker voor mij, was hier vier dagen geleden. Piet heeft een ontspannen baan.
    Hij neemt me mee naar wat het museum te bieden heeft: de fundering van het huis van David Livingstone. Even laten staan we te kijken naar een rijtje stenen.
    'Hier stond het huis van David Livingstone', zegt Piet plechtig. En dat was het.
    In het boek waaraan ik nu werk, getiteld De 25 meest overbodige toeristische attracties in Afrika, krijgt de Livingstone Memorial in Kolobeng een absolute toppositie.

    We lopen terug naar mijn autootje. Ik vraag wat ik moet betalen.
    'Niets', zegt Piet. 'Het museum is gratis. Maar je mag natuurlijk wel wat geven voor de rondleiding.'
    Ik geef Piet een hand en een paar pula's. Binnen zit zijn vrouw de krant te lezen. Ik geef haar ook een hand en omdat de krant open ligt op een in het oog springende pagina, neem ik een foto van de krant.

    Verder maar weer. Nog even een toepasselijk weetje: de naam van de Botswaanse munt, pula, betekent regen. Regen in Botswana is zo bijzonder, belangrijk en waardevol, dat de Batswana dit de meest toepasselijke naam vonden voor hun geld. Ik ben dan ook de enige die chagrijnig door Botswana rijdt. Alle anderen hier zitten glunderend in hun auto's bij zoveel prachtige regen, het is alsof er geld uit de lucht komt vallen.

    Bij Thamaga is het droog. Kijk mij nu even een glimlach op mijn gezicht krijgen. Het landschap is schitterend. Prachtige kopjes van gigantische rotsblokken, nu in de regentijd weelderig groen begroeid.
    De lucht wordt scherp, de auto's slepen voor een moment zelfs iets van een schaduw over het asfalt maar daar blijft het bij. In Kanya regent het weer.

    Afslaan in westelijke richting. Windhoek 1000 kilometer. Dit is de Kalahari Highway, door mij voor vandaag omgedoopt tot Route du Soleil.
    De kopjes verdwijnen snel en maken plaats voor een uitgestrekte savanne. Het is groen maar aan het landschap van gras en kleine acacia's en doornstruiken zie je dat het hier het grootste deel van het jaar kurkdroog en verzengend heet is.

    In Jwaneng eet ik een bord rijst met kip en strek ik de benen. Na Jwaneng begint het er echt op te lijken. Waarschuwingsbord bij het verlaten van het stadje: de volgende benzine pomp in Kang, over 241 kilometer.
    Na Jwaneng houdt het definitief op met regenen en verdwijnen de hekken langs de weg. Ik rij de grootste open ruimte van zuidelijk Afrika binnen. Kalahari!

    De Kalahari is van noord naar zuid, grofweg van de Okavango Delta in Botswana tot aan Kuruman in Zuid-Afrika, zo'n 1200 kilometer rijden.
    Nu in het regenseizoen is alles groen en lijkt dit gebied bijzonder vruchtbaar. Het venijn schuilt echter in de zandbodem, waar alle regen in wegzakt. Nergens in de Kalahari stroomt een rivier, zelfs geen kleintje. Slechts op een enkele plaats in de woestijn blijft in de regentijd een plas water staan. Wel zijn er in de Kalahari uitgestrekte zoutvlaktes die als er water op staat grote populaties flamingo's en andere zoutminnende vogels aantrekken.

    Op een elektriciteitspaal langs de weg zie ik twee gieren. In de lucht zweven er wat meer. Als ik uitstap leidt een sterke kadaverlucht me naar een dode ezel langs de kant van de weg. De gieren laten zich niet makkelijk benaderen en gaan ervandoor zodra ik dichterbij kom.

    Even later wel een voltreffer. Op het karkas van een paard langs de weg een hele batterij witruggieren en als een heuse trofee zelfs een oorgier - voor de Anglofone vogelaars onder u: de lapped faced vulture, vaak als eerste bij een karkas en voor andere gieren van groot belang want de oorgier beschikt over een joekel van een snavel waarmee hij door de taaie huid kan komen, waarna andere gieren alleen nog maar hoeven te wachten totdat de oorgier klaar is met eten en zij zelf kunnen aanschuiven.

    Alsof dit feestmaal nog niet genoeg is, zie ik aan de horizon in de grijze wolkenbrij één klein stukje blauwe lucht. Ik jaag mijn autootje nu met alles wat ie aan vermogen in zich heeft westwaarts en het stukje blauw wordt groter en er komt nog een stukje blauw bij en daarna een grote blauwe streep aan de horizon, die zich verbreedt tot een zee aan blauw en ja hoor, daar is ie, de zon!

    Ik trap op mijn rem, spring uit mijn wagentje, richt mijn camera naar het oosten, draai de groothoeklens hemelaal open, schuif het polarisatiefilter op de juiste plaats druk af. Zo, daar heb ik dan een eerste foto gemaakt die ermee doorkan.

    Verder gaat het, het licht is nu tegen het eind van de middag tot de categorie fabelachtig mooi aangezwollen en ik bedenk me dan ook geen moment als ik in het gehucht Puduhudu twee prachtige meisjes langs de kant van de weg zie staan.

    Met een opgelucht gemoed rij ik tegen de tijd dat het donker wordt Kang binnen.

    Ga naar Dag 5: Het hart van de Kalahari

    Ga naar Dag 3: Gabs, Bots

    Ga naar Dag 1: A Night at the Airport

    www.basvlugt.nl

    http://www.basvlugt.nl/images/private/Bo9.jpg

    http://www.basvlugt.nl/images/private/Bo10.jpg

    http://www.basvlugt.nl/images/private/Bo33.jpg

    http://www.basvlugt.nl/images/private/Bo12.jpg

    http://www.basvlugt.nl/images/private/Bo15.jpg