Johannesburg - Lehututu. Dag 2: A Ride to Remember


  1. http://www.basvlugt.nl/images/private/Bo30.jpg

    16 maart 2008, door Bas Vlugt. Slecht geslapen. Misschien is mijn suite gewoon te groot. Vandaag mijn vuurdoop als chauffeur alleen in Afrika. Tien jaar terug heb ik samen met twee vrienden met een terreinwagen door Kenia en Tanzania gereden. Een beetje assistentie van twee paar extra ogen kwam toen heel goed uit, zeker als je een miljoenenstad als Nairobi wilt verlaten en je geen idee hebt waar je heen moet.

    Vandaag voor het eerst in mijn alleentje per auto Afrika in. Vanuit Johannesburg. Ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik het niet knetter spannend vind.
    Snel wat ontbijt naar binnen proppen en met de shuttle terug naar de luchthaven. Het is een half uur bakkelijen bij Avis - eerst is mijn betaling niet binnen, dan gaan ze compleet op tilt als ze horen dat ik met de auto naar Botswana ga, vervolgens moeten ze een auto zoeken die over de juiste papieren beschikt om de grens over te gaan.

    Maar daar staat ie dan, mijn eigen Hyundai Atos, een boodschappenautootje waar ik met mijn lange lijf nauwelijks in pas maar ik kan op weg. Afrika ik kom eraan!

    Nu komt een spannend moment. Ik moet alles tegelijk doen en ook alles goed. Spiegels goed, links rijden, denk erom: links rijden! Met links schakelen, nou goed, we gaan maar gewoon. Ja hoor, we gaan, voorzichtig de parkeergarage uit, nu echt de weg op, de stromende regen in. Hier de ruitenwissers, verder maar.

    Kijk naar die borden, rij in godsnaam niet Johannesburg in. Godzijdank, daar staat het, Pretoria, links af. Nu richting aangeven - kolere, gaan de ruitenwissers uit, ik zie niets! Ruitenwissers weer aan, andere kant zit de richtingwijzer, ik krijg hem niet in zijn drie. Als je links moet rijden, heeft links dan ook voorrang?
    Ja, in de juiste baan. Wat zit er achter me, een brandweerwagen met zwaailichten? Nou, de brand moet maar even wachten, ik ga echt niet de vluchtstrook op voor een brand. En hoe hard kan het nu helemaal branden in de gietende regen?

    Zo, de snelweg. Nou braaf zijn, rustig ademhalen. Wat is dat? Wat doen al die politiewagens daar op de middelste baan met zwaailichten aan? Godzamme, ligt daar gewoon een lijk midden op de snelweg. Een zwarte jongen met een aluminium folie over zich heen, niet erg discreet, zijn hoofd steekt er half uit.
    Wat doen al die auto's achter me, die allemaal mijn achterbak proberen binnen te rijden? Ja natuurlijk, ga nou maar op die linker baan rijden.

    De hemel loopt leeg op mijn autootje. Het is het eind van de regentijd en daarnaast heeft Mozambique net een orkaan te verwerken gehad. Dit zal daar wel de nasleep van zijn.
    Johannesburg ligt op 1753 meter hoogte, geen wonder dat het daar stortregent. Gaborone ligt op de rand van de Kalahari, op 1006 meter hoogte, die regen zijn we zo kwijt.
    Ik zie mijn eerste vogel, een schildraaf en niet veel later een hadada-ibis. Nu al kramp in mijn rechterbeen.

    Aansluiting op de N1, ten noorden van Pretoria de afslag naar Rustenburg. Met veel plezier stuur ik mijn autootje westwaarts, de North West Province in, de zon tegemoet. Na Brits is er de afslag naar Pilanusberg en houdt ook de snelweg op.
    Even kijken naar de Zuid-Afrikaanse rijcultuur op tweebaanswegen. Het duurt een minuut of 20 voordat ik die in de smiezen heb.

    Autorijden in Zuid-Afrika is niet voor watjes. Op tweebaanswegen in Zuid-Afrika mag je 120 kilometer per uur rijden, dus rijdt men met de terreinwagens 140 kilometer per uur door de stromende regen. Vrachtwagens, kreupele minibusjes en mensen die in een Hyundai Atos rijden, kunnen niet veel harder dan 100 kilometer per uur en houden het verkeer dus op maar daar is een oplossing voor.

    De tweebaansweg wordt gewoon als vierbaanssnelweg gebruikt. Als iemand wil inhalen, wijkt de in te halen auto uit naar de vluchtstrook. De inhaler gaat dan met zijn alarmlichten aan voorbij. Die alarmlichten zijn niet alleen een signaal voor de in te halen auto maar ook voor tegenliggers. Want het past meestal niet helemaal op de ene weghelft, dus moeten ook tegenliggers even meewerken door wat op te schuiven richting de vluchtstrook. Het wordt natuurlijk pas echt uitdagend als je tijdens het inhalen op tegenliggers stuit die ook aan het inhalen zijn.

    Er zijn eigenlijk maar twee opties: of je rijdt zo hard als je kunt dan doe je relatief weinig vluchtstrook, of je doet het rustig aan en dan rij je zo'n beetje full time op de vluchtstrook. Een strook met gaten in de weg, een strook waar mensen, geiten en koeien lopen, een strook waar rotzooi ligt, waar auto's met pech staan, een strook die er op de raarste momenten gewoon helemaal mee ophoudt. Wel lekker dat naarmate ik verder weg raak van Johannesburg er minder verkeer komt. Ik begin de auto al aardig onder controle te krijgen, slechts één keer rij ik met 120 kilometer per uur over een kruising heen waar ik voorrang had moeten geven.

    North West Provice komt er in de Lonely Planet bekaaid vanaf. De provincie heeft slechts een handjevol toeristische attracties: Sun City en een aantal middelgrote natuurreservaten, waarvan Pilanusberg de belangrijkste is. Voor slechts een handvol randen rij ik binnen.

    Het regent nog steeds onbedaarlijk als ik de paden van de park berijd. Fotograferen is er niet bij. Nou, gewoon genieten dan maar. Die regen houdt echt wel een keer op. Mijn score bestaat uit een kudde verregende impala's, twee verregende bavianen, een verregende giraffe, twee verregende gnoes en twee verregende hartebeesten.

    Tamelijk chagrijnig rij ik het park weer uit. Op het programma staat nu een fotoreportage in Sun City maar dat wordt niets in de regen. Ik verschuif dat naar de terugweg.

    Het drukke verkeer maakt me gek. Ik heb zin in kleine provincieweggetjes waar je niemand tegen komt. Bij Sun City tank ik mijn autootje vol en koop een wegenkaart van Zuid-Afrika. Het wemelt in de North West Proncince van de kleine provincieweggetjes die langs tal van Afrikaner dorpjes voert, met prachtige namen als Dwarsberg, Middelwit, Oostermoed, Dwaalboom en Ganskuil. Het maakt me allemaal niet uit, als ik uiteindelijk maar bij de grensovergang van Derdepoort uitkom.

    Ik ga op pad, en ben inderdaad snel vrijwel alleen op de weg, wat me buitengewoon goed bevalt. Radiozenders geven het 1 voor 1 op, er blijft uiteindelijk alleen een Afrikaner zender op mijn radio over. Ik hou er een stevig tempo in want voor het donker wil ik in Gaborone zijn. Ik reis uit principe in Afrika niet in het donker en in Zuid-Afrika al helemaal niet.

    Na een uur rijden, houdt het asfalt er als een donderslag mee op. Ik zeil zo de dirt road op, die door de aandoudende regen is veranderd in een modderbad. Eerst denk ik nog: het is alleen maar even een kilometer of wat en dan weer asfalt.
    Maar er komt geen asfalt meer. Eerst gaat het best goed, de ondergrond is wit kalksteen, daarna komt rode modder. Er zijn stukken bij die zo glibberig zijn, dan mijn autootje alle kanten opglijdt en ik de controle over het stuur compleet kwijt ben.

    Koortsachtig nadenken. Wat te doen? Zachtjes rijden is dodelijk: vast komen zitten in de modder en ik hang. Dus laat ik de motor gieren en ploeg ik door de modder. Dwars door plassen heen waarvan je niet weet hoe diep ze zijn. Op elk gat in de weg kun je je band leeg rijden of een as breken, je weet gewoon niet hoe diep het is.
    Ik rij een half uur door en nadat ik door een plas over de volle breedte van de weg rij die zo diep is, dat het water over mijn motorkap kolkt, zet ik de auto stil en raadpleeg de kaart.

    Nog zo'n plas en mijn motor slaat gewoon af, of de auto kapseist. Ik begin me langzamerhand iets voor te stellen bij het tumult dat Avis schopte rondom mijn voornemen naar Botswana te rijden.

    Waar ben ik eigenlijk? Hoe ver is het nog naar Ganskuil en daarna nog naar Derdepoort. Het is met deze snelheid nog urenlang rijden. En is de grens eigenlijk wel open? En hoe moet het aan de Botswaanse kant van de grens?
    En hoe lang geleden ben ik voor het laatst een tegenligger tegengekomen? Een half uur geleden? En waarom zijn alle radiozenders verdwenen? Ik wil het best toegeven: ik ben bang. De kans dat ik met deze auto via deze weg vanavond Gabarone zal weten te bereiken, lijkt me eerlijk gezegd nul.

    Ik neem mijn verlies, draai mijn auto om en rij zo hard als ik kan door de modder terug. Het asfalt laat lang op zich wachten, de motor van mijn autootje giert maar alles houdt het en na een half uur is daar het asfalt dat ik met luid geschreeuw verwelkom.

    Zo, dat is drie uur vertraging. Het beste dat ik er nu nog uit kan slepen is voor het donker aan de grens zijn. Het is terug naar Sun City, bij Boshoek afslaan naar Lindleyspoort, dan door de heuvels langs Rusvoorby naar Swartruggens, waar ik op de hoofdweg kom. Ik heb ongenadige pijn in mijn scheenbeen en in mijn knieën van het opgevouwen zitten maar nu even doorzetten.

    Bij Zeerust begint het te schemeren maar nu is het niet ver meer. Zuid-Afrika is een raar land, nog steeds. De blanke steden en dorpjes staan wel zo'n beetje op de kaart maar de zwarte townships niet. Tussen Zeerust en de grens is er een van maar liefst 8 kilometer lengte. De huisjes en golfplaten krotten staan van langs de weg tot ver op de heuvels, er moeten hier een aantal duizenden mensen wonen maar zelfs een naambord voor de township kan er niet vanaf.

    De grens! Formulieren invullen en stempels in paspoorten. En dan kan ik terug naar mijn boodschappenwagentje, die in de wind en regen staat ingeklemd door twee joekels van vrachtwagens met enorme wildroosters op hun motorkappen en ik voel me stoer.

    Vraag het iedereen die het gedaan heeft, rij vanuit Zuid-Afrika Botswana binnen en je slaagt een zucht van verlichting. Wat het is, ik weet het niet. Het is bijna niet benoembaar. Maar in Botswana hangt ontspanning in de lucht. Misschien is alleen al het idee dat je niet meer in Zuid-Afrika bent genoeg.

    In het donker rij ik Lobatse binnen. Ik heb me er bij neergelegd dat de regen vandaag niet meer ophoudt. Het is nu nog 80 kilometer naar Gaborone. Ik rij het op mijn gemakkie, veel harder dan 60 ga ik niet meer. Ik word verblind door tegenliggers met groot licht, de stuipen op het lijf gejaagd door tegenliggers zonder licht, weet op tijd een kudde geiten te omzeilen, kan net op tijd remmen voor een overstekende ezel, ga vol door een aantal kuilen in de weg, raak soms de belijning op de weg compleet kwijt maar weet hoe dan ook heelhuids Gaborone te bereiken.

    Daar rij ik eerst een half uur rond zonder ook maar een flauw idee te hebben waar ik heen moet. Uiteindelijk weet ik bij een benzinestation een taxi-chauffeur aan de haak te slaan, die voor me uit rijdt naar het hotel. Trillend op mijn benen waggel na binnenkomst naar de bar en laat me een enorm glas brandy-cola inschenken.

    Ga naar Dag 1: A Night at the Airport

    Ga naar Dag 3: Gabs, Bots

    www.basvlugt.nl