Johannesburg - Lehututu. Dag1: A Night at the Airport
- Geplaatst op maandag 17 maart 2008 - 18:33

15 maart 2008, door Bas Vlugt. Half maart is een uitstekende tijd om een congres te houden in zuidelijk Afrika. Het is de laatste maand van de regentijd en daarmee waarschijnlijk de slechtste maand van het jaar om op safari te gaan.
Het concept van safari is simpel. In het hoogseizoen - het einde van de droge tijd - is de Afrikaanse savanne compleet verdord. Omdat wild doorgaans iedere dag moet drinken, is het gedwongen om naar de laatste poelen te gaan waar nog wat water in staat. Het enige dat toeristen hoeven te doen, is een kijkje te nemen bij deze poelen, en ja hoor, daar staan de buffels, olifanten, zebra's, giraffen, gnoes en impala's al klaar. Ook leeuwen, jachtluipaarden en hyena's weten dat hun favoriete hapjes zich bij die paar laatste poelen ophouden en komen de feestvreugde verhogen.
Half maart is in zuidelijk Afrika dus laagseizoen, een prima moment voor een congres over venture capital in Afrika. De conferentie waarvoor ik ben uitgenodigd is in Gaborone, Botswana, maar omdat de vluchten naar Gaborone vol zijn, vlieg ik op Johannesburg, vanwaar het slechts een halve dag rijden is per auto.
Omdat ik gek ben van Afrika en er na het congres nog wat tijd over is, heb ik uitvoerig mijn mogelijkheden bekeken en besloten dat ik een bezoek ga brengen aan Lehututu, een gehucht in het midden van de Kalahari, waar de weg ophoudt. Kortom: één van de uithoeken van deze aarde. Wat nazoeken op internet leert dat er in Lehututu helemaal niets te doen is - iets waar ik naar uitkijk.
De klimaatgrafieken van Johannesburg en Gaborone leren niet alleen dat er in maart veel regen valt maar dat de temperaturen ook heel hoog zijn. Ik maak me op voor een korte en hevige reis en ook voor een nieuw fenomeen: een andere kaart leert dat dit mijn eerste volledig malaria-vrije reis in sub-Sahara Afrika zal zijn. Dat scheelt weer een hoop gedoe met pillen, paranoia en psychoses.
De vlucht met KLM is eindeloos lang maar het vliegtuig weet uiteindelijk de landingsbaan van het vliegveld van Johannesburg toch te vinden.
Het vliegveld is in verbouwing. Vanaf de pier gaat het eerst door hallen waaraan Schiphol een puntje kan zuigen, daarna door de oude aankomsthal, die het Afrika van lang vervlogen tijden ademt, zoals je dat op de luchthavens van zoveel andere Afrikaanse landen nog steeds aantreft.
En dan sta je buiten. Het regent dat het een aard heeft en het is niet veel meer dan 10 graden. Een taxi brengt me naar Hotel Metcourt, dat op de luchthaven ligt.
Het hotel is duidelijk overboekt want waarom zou ik anders de suite krijgen, waar ik de beschikking heb over twee slaapkamers, een bad, een douche, twee toilets, een hal en een werkkamer. Maar goed, je kunt maar in één pot tegelijk pissen.
Het Metcourt Hotel blijkt onderdeel te zijn van het complex van Emperor's Palace, een plaats die mijn voorstellingsvermogen te buiten gaat. De Zuid-Afrikanen hebben hier op hun vliegveld een complete overdekte stad gebouwd, vormgegeven in klassiek Italiaanse kitch. Na een lange vlucht met weinig te eten en daarna een paar biertjes, ben je toch al gedesoriënteerd maar het Emperor's Palace slaat alles.
Nadat ik op wapens ben gecontroleerd, loop ik door gezellige straatjes onder een blauwe geschilderde hemel met vrolijke wolkjes. Voor de kinderen is er een echte achtbaan, er is een plein met café's en terrassen, rondom een fontein met daarin een enorme David.
Maar waar het allemaal om draait, is het casino. Een eindeloze hoeveelheid speelmachines waar Zuid-Afrika zich daadwerkelijk als regenboognatie manifesteert: alles wat Zuid-Afrika aan volkeren heeft, zit hier naast elkaar te gokken.
In een klein theater speelt een band en ook hier is het regenboog wat de klok slaat. Niet alleen in het publiek maar ook op het podium. De band bestaat uit drie zwarten en een blanke. Er worden Engelstalige liedjes gespeeld maar af en toe ook iets in Xhosa, wat met luid gejuich wordt begroet. Daarna zegt de gitarist iets in Afrikaans, wat weer met instemming door anderen wordt verwelkomd.
Er wordt gedanst en gedronken en wat is Zuid-Afrika schokkend goedkoop. De euro is sterk en de rand is zwak. In welk casino krijg je een groot glas Carlington Black Label voorgezet voor 1,30 euro? Een brandy-cola is niet veel duurder.
Ik raak in gesprek met Milo, een jonge Zulu-vrouw. Ze woont in Durban en leeft van een klein handeltje. Ze koopt kleding in Johannesburg, reist naar Durban waar ze de kleding met een beetje winst verkoopt.
Ik koop een fles bier voor haar. Milo heeft geen goede dag. Ze heeft in het casino haar geld verspeeld en hangt nu maar een beetje rond.
'Hoe oud ben je?', vraag ik.
'25.'
'Ben je getrouwd?'
Ze schudt haar hoofd.
'Afrikaanse mannen zijn niet goed', zegt ze. Waar heb ik dat eerder gehoord?
'Slaan ze?'
'Ja, dat ook. Hoe oud ben jij?'
'42.'
Ze gelooft me pas als ik mijn paspoort laat zien.
'Dat is een mooie leeftijd, 42', zegt ze.
'Wat vind je er mooi aan?'
'Dat is oud. Als je 42 bent en je bent gezond, dat is fijn. Ik zou ook wel 42 willen worden.'
Ik haal nog twee flessen Black Label.
'Wil je kinderen?', vraag ik.
Milo glimlacht voor een moment. 'Over 5 maanden krijg ik mijn eerste kind.'
'En de vader?'
Milo maakt een gebaar naar de horizon. Vertrokken.
'Hoe kan dat nu?'
'Iedereen maakt fouten. Ik heb een vergissing gemaakt.'
Ik laat Milo achter en zoek mijn hotelkamer op, als man op leeftijd. Een man die de levensverwachting voor zwarte Zuid-Afrikanen al ruim is gepasseerd.
Nog even kijk ik achterom en werp een blik op Milo, zonder geld, zwanger, een fles Black Label aan haar mond.
Ik ben in Afrika.
Ga naar Dag 2: A Ride to Remember
www.basvlugt.nl

_footer
Home | Over ons | Contact | Nieuwsbrief | RSS | Adverteren | Algemene voorwaarden | Privacy beleid | Doe mee!
Copyright Africa Interactive 2011 | info@afrikanieuws.nl | AfricaNews.com
Powered by React - www.react.nl

