Jinka is Parijs
- Geplaatst op zaterdag 24 oktober 2009 - 08:51Of hoe men kan snakken naar water en tomaten
Jinka, de administratieve hoofdplaats van de South Omo Zone, wordt door tenminste één reisgids voor Ethiopië vergeleken met Parijs. De auteur, met een duidelijk gevoel voor romantiek en een hang naar westerse geneugten, zal deze opmerking waarschijnlijk genoteerd hebben nadat hij of zij na een paar dagen stofhappen in de nabij gelegen Omo Vallei, er zijn eerste douche in dagen mocht meemaken. Het is waar dat Jinka naast zijn benzinepompen, een reeks acceptabele hotels en een bank, er ook nog een zanderige airstrip op nahoudt. De laatste lijndienst vanuit Addis Abeba hield echter enkele jaren geleden op te bestaan. Toen een paar weken terug een collega van me er een gecharterde Cessna liet landen om een gekwetste toerist te repatriëren, bleek dit zo speciaal dat ik een sms-je ontving met de boodschap: vliegtuig geland op strip in Jinka – feest in dorp.
... en daar is geen water
Het met Parijs vergeleken Jinka ligt exact 157 Km verder van de bewoonde wereld dan het plaatsje waar ik voorlopig resideer. De weg er naartoe is er één die de laatste vier jaar permanent onder constructie is en tijdens hevige regenval op tenminste twee plaatsen onberijdbaar. Op één onbetrouwbare lijnbusdienst na, bestaat het enige transport er naartoe uit overladen Isuzu vrachtwagens, bestuurd door qat kauwende kamikaze chauffeurs die de lokale bevolking Al Qaida noemen. Hoewel Karat-Konso (mijn huidige verblijfplaats) dus dichter bij de rest van de wereld ligt en in alle seizoenen zonder problemen bereikt kan worden door min of meer fatsoenlijk transport, is er geen haar op mijn hoofd dat er aan denkt het te vergelijken met iets dat in de verste verte maar lijkt op de Franse hoofdstad. In de lichtstad verwacht je namelijk basisvoorzieningen als stromend water, verse groenten en elektriciteit. In Karat-Konso was er hier, vanwege een langdurige en immer voortdurende droogte, op enkele leveringen en generatormomenten na, geen sprake van.
Strawberry Fields forever
Tijdens de eerste week van mijn onderzoek naar het Konso volk – die in het teken stond van het officieel maken van mijn research bij de lokale bureaucratie en enkele interviews met prominente Konso – kon de afwezigheid van deze basisvoorzieningen me weinig deren. Water werd af en toe aangeleverd, waardoor er met het rantsoen van twee emmertjes kon worden gedoucht en doorgespoeld. Na enkele dagen kikkererwtenpastei, koude spaghetti en meegebrachte sardines mocht ik mijn vitaminepeil al eens opkrikken met een rijke groentesoep of een frisse tomatensalade bij een lager gelegen (met dus meer kans op water) ecologisch boerderijtje dat de welluidende naam Strawberry Fields draagt. Wat betreft internet: die kwam en ging, net als het mobiele telefoonnetwerk en de elektrische stroom. Deze laatste ongemakken loste ik op door alert te zijn. Als ik maar één lichtje in het avondlijke Karat-Konso zag aanknippen, spurtte ik naar mijn kamertje om mijn batterijladers in te pluggen en me vervolgens zo snel mogelijk aan te melden bij het meisje van het internetcafé. Of er connectie mogelijk was viel telkens weer af te wachten.
Tribal quest
De tweede week maakten we van de nood een deugd. De nood impliceerde dat ik bepaalde onderzoeksdaden niet kon stellen vanwege de nog steeds niet aangekomen officiële papieren. De deugd was dat een goede vriendin van me op bezoek was en de stammen van de beneden Omo vallei wel eens wilde bezoeken. Een tocht naar deze regio paste ook in mijn programma omdat een bescheiden hoofdstuk in het geplande Konso boek immers aan de buurvolkeren was voorbehouden. De prijs voor de huur van een degelijk uitgeruste terreinwagen ging mijn budget te boven maar een gecharterde taximinibus moest de klus kunnen klaren. En dat deed het. Het Toyota busje, dat in haar echte leven Konso en leden van andere zuid Ethiopische volkeren van en naar de markt shuttlet, bracht ons zonder al te veel problemen naar plaatsen als Turmi, Omorate, Dimeka en Key Afer waar we stammen als Hamar, Dassanech, Tsemay en Banna bezochten.
Gewassen en goedgekeurd
In de Omo Vallei, waar vanwege de hitte, de droogte nog harder toeslaat dan op de koelere Konso hooglanden, hadden we de aanwezigheid van een verkwikkende douche op voorhand reeds uitgesloten. De rivieren, die tijdens de regenperiodes kolkende stromen kunnen worden, waren kurkdroog, en met de hand gegraven kuilen in het midden ervan toonden aan hoe diep de valleibewoners naar water moesten zoeken om zichzelf en hun vee te drenken. Groot was dan ook onze verbazing toen we in het stoffige Turmi een nieuwe lodge aantroffen die ons niet enkel een fris stortbad beloofde maar er ook een bescheiden tuintje met verse tomaten op nahield. Een meters diepe boorput was hier verantwoordelijk voor. Misschien geen Parijs maar toch al een voorstad, bedacht ik me.
Par (ad) ijs
Enkele dagen later klommen we net voor Jinka de valleirand op en reden het land van het Ari volk in. Het contrast met het Konso hoogland of de Omo Vallei kon niet groter zijn. Hier geen verdorde sorghumvelden of doornige acaciastruiken maar wel overvloedige maïstuinen en dikke bananentrossen. Hier geen droge beddingen of opdwarrelend poederstof maar wel stromende riviertjes en vruchtbare klei. Iets voor Jinka wees ik mijn reisgenote op een daverend metalen gebouw met een heel hoog industriële revolutie gehalte. Het was de megagenerator die de hoofdplaats van de South Omo Zone vrijwel constant van elektriciteit voorziet. In het simpele hotelletje waar we incheckten kwam er water uit de kraan en konden we letterlijk en figuurlijk onze batterijen opladen. Een schaduwrijk terrasje iets verder serveerde naast koud bier een salade waarin de kleur rood overheerste. De mobiele telefoonmast naast de meestal werkeloze airstrip was voor alle zekerheid getooid met een fel rood licht. De vergelijking met Parijs drong zich toch op.
The Big Apple
We staken de kurkdroge Omo Vallei nog één keer door alvorens onze klim tot op de Konso hooglanden aan te vatten. Mijn reisgenote moest weer naar Europa en ik aan het werk. De situatie in Karat-Konso was nog belabberder dan voorheen. De afwezigheid van de man met de truck had gezorgd voor een complete drooglegging. Geen schone kleren, een stinkend lijf en darmklachten (te veel tomaten?) plus het gebrek aan water maakte dat ik mijn vriendin op haar weg naar Addis Abeba zou begeleiden tot een stadje honderd kilometer verderop. “Ik ga kakken en douchen in Arba Minch,” meldde ik mijn Konso vrienden droogjes. “En met mij vis gaan eten en vervoer naar Addis regelen,” voegde mijn medereizigster er aan toe. Arba Minch is een universiteitstadje dat zich op 1300 m boven de zeespiegel, aangenaam tegen de Rift Vallei wand aannestelt. Het ligt bovenop een klif die uitkijkt op een bergachtig zadel dat de meren Abaya en Chamo van elkaar scheidt. Afrikaspecialist Philip Briggs meent dat het moeilijk voor te stellen is dat er ergens op het continent een mooiere setting voor een dorp of stad kan bestaan. De douche werkte prima, de nijlbaars smaakte heerlijk en het vervoer voor mijn vriendin werd geregeld. De volgende dag reed ik terug naar mijn werkterrein. Ik verliet het vruchtbare Rift Vallei bassin en beklom de droge Konso hoogtes. Als Jinka Parijs is, verdient Karat-Konso de vergelijking met één of andere woestijnnederzetting en mag Arba Minch New York City zijn, bedacht ik me, voor ik de derde week van mijn Konso onderzoek inzette.
Meer Ethiopië en Afrika hier en hier.
_footer
Home | Over ons | Contact | Nieuwsbrief | RSS | Adverteren | Algemene voorwaarden | Privacy beleid | Doe mee!
Copyright Africa Interactive 2011 | info@afrikanieuws.nl | AfricaNews.com
Powered by React - www.react.nl

