Jan de Vries: Lamin


  1. De eerste keer dat ik Lamin ontmoette wist ik nog niet dat hij Lamin heette. Had ik het moeten raden, dan had ik met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de goede naam gezegd. Lamin en Gambia zijn bijna synoniem.
    g28.jpg

    Ik had net een kort maar hevig gevecht geleverd met het slot van de glazen schuifdeur van ons appartement. Op het slagveld zag ik een losse sleutel, een losse ring en een losse, houten sleutelhanger waarin ons kamernummer D28 met zorg was uitgesneden.
     
    Op dat moment verscheen Lamin, uit het niets. Hij bood aan om de drie-eenheid te herstellen. Hij reeg de sleutel en de hanger aan de ring en beet die met zijn tanden dicht. Ik vroeg hem waarom hij dat niet met de grote knijptang deed die hij in zijn hand had en die daar volgens mij veel meer geschikt voor was. Die is voor elektriciteit, zei hij. In Gambia is niet alles wat het lijkt.
    De volgende dag meldde dezelfde jongen zich als onze kamerjongen. Hij stelde zich voor als Lamin. Toen hij zag dat ik dacht: dat zeggen ze dat allemaal, zei hij dat hij de oudste zoon van het gezin was. Voor hem was daarmee het bewijs geleverd dat hij een echte Lamin was. Wij waren overtuigd.

     
    Where are you from, was zijn routineuze vraag. Holland? Daar zou hij graag naar toe gaan, want daar was het lekker koud. In Gambia waren de zomers zo heet dat hij niet kon slapen. Niet binnen en niet buiten. We vroegen Lamin of hij wist wat kou was. Dat wist hij niet, maar hij hield er wel van.
     
    Hij vroeg of wij kinderen hadden. Ik vertelde hem dat ik twee zonen heb en dat Marlies geen kinderen heeft. Hij vroeg haar of zij een kind wilde. Het was pas onze eerste volle dag in Gambia. Nee, nee, zei Lamin. Wij begrepen het niet. Hij deed geen oneerbaar voorstel, maar hij had nog een klein broertje en dat zou Marlies wel kunnen krijgen. Ze sloeg het aanbod beleefd af.
     
    Lamin vertelde dat hij als oudste jongen van de familie een zware verantwoordelijkheid had. Hij moest voor zijn jongere broertjes en zusjes zorgen. Hij studeerde aan een toeristische opleiding, maar nu werkte hij zes dagen per week als kamerjongen. Om praktijkervaring op te doen en om geld te verdienen zodat hij over een paar maanden weer verder zou kunnen leren. Leren is belangrijk, zei hij, want alleen zo kwam je vooruit in het leven. Hij hoopte het nog eens te manager te schoppen. Waarvan wist hij nog niet.
     
    Hij maakte lange dagen, zei Lamin. Elke morgen stond hij om half zes op om te gaan bidden in de moskee. Daarna liep hij naar de weg in de hoop dat er een bushtaxi langs zou komen. Soms ging dat vlug, maar soms stond hij wel een half uur te wachten. Om zeven uur moest hij in het hotel aan de slag. Tot een uur of vier.
     
    Hoe lang bleven we eigenlijk, vroeg Lamin. Een week, zeiden we. Dat vond hij veel te kort. Hij kon niet geloven dat we geen geld hadden om langer te blijven. Maar als dat zo was dan had hij de oplossing. Op zijn compound was nog wel een kamer over. Daar konden wij gemakkelijk nog een week bivakkeren. For free, dat sprak voor zich. We waren terug in Gambia.
     
    Klik hier voor de weblog van Jan de Vries
     
    Klik hier voor meer fotografie van Jan de Vries