Huilen over Burundi


  1. Recensie van Bellen blazen in Burundi, door Marit Törnqvist, uitgeverij Querido, 2007.

    Ha, dacht ik toen ik dit boek zag, een kinderboek over Afrika van een Zweedse schrijfster! En ik had meteen een Pipi-Langkous-associatie.

    Fout.

    Marit Törnqvist is maar half Zweeds, de andere helft is gewoon Nederlands, en Bellen blazen in Burundi is geen kinderboek, maar bedoeld voor volwassenen. Het ziet er wel als kinderboek uit, door de illustraties (van de hand van de schrijfster), de bladspiegel (veel wit) en het lettertype (groot).

    De inhoud zou echter wat zwaar te verteren zijn voor kinderen. Tönqvist is op verzoek van Artsen Zonder Grenzen gaan kijken in één van de landen waar die organisatie actief is, en dat is dus per definitie in een probleemgebied. Het werd Burundi, omdat daar de ergste crisis inmiddels voorbij is; Tönqvist wilde zichzelf geen nog actieve oorlog aandoen. Want veel gezien van de wereld of van Afrika heeft ze nog niet, dat geeft ze zelf toe. Dan is Burundi heftig genoeg. Meer dan dat, zelfs.

    Op één van de laatste pagina's van het boek kan Tönqvist niets anders dan huilen-huilen-huilen, om alle ellende die ze heeft gezien: oorlogs- en AIDS-wezen, stervende kinderen, doodzieke ouders, miskramen, extreme armoede, wanhoop en uitzichtsloosheid. En dan nog meer zieken en stervenden, en een besef van hoe erg oorlog is.

    Je zou kunnen zeggen dat het de Artsen-Zonder-Grenzen-inkijk in Afrika is: een heleboel ziekte en andere ellende, en daar middenin artsen die zo goed en zo kwaad als het gaat levens redden. Dat is één beeld van Afrika, maar wel een erg eenzijdig beeld. Zowel van Afrika als van de verhouding tussen Afrika en westerlingen. Afrikanen zijn ziek en zielig; westerlingen maken hen beter, of ze nemen, zoals Tönqvist, potloden mee zodat ze met zieke kinderen kunnen tekenen. Het is letterlijk en figuurlijk zwart-wit: zielige Afrikaan, westerse weldoener.

    Tönqvist krijgt nog wel een belangrijk inzicht tijdens de reis. Ze realiseert zich na een poosje dat ze zich niet alleen tussen de slachtoffers bevindt, maar ook tussen de daders. Ook dat brengt haar van haar stuk, maar het is wel het enige moment waarop ze ophoudt de Burundezen alleen maar als zielige slachtoffers te zien. Want verder is het dus alleen dat: zielig, medelijden, en ook wel afschuw, angst (om een besmettelijke ziekte op te lopen) en machteloosheid. Vandaar dat ze moet huilen-huilen-huilen.

    Tsja. Van mij hoeft dat niet zo nodig meer, dat beeld van Afrika, als hopeloos continent waar stammen elkaar in de haren vliegen (het enige wat we lezen over de oorlog is dat het ging tussen Tutsi's en Hutu's). Waar de mensen alleen maar zielig, ziek en arm zijn. Waar wij alleen maar om kunnen huilen of liefdadig voor kunnen zijn. Het standaard goede-doelen-verhaal, dus, eigenlijk. Want dat is duidelijk: om zulk goed werk doen voor die zielige mensen, heeft Artsen Zonder Grenzen natuurlijk geld nodig.

    Ik denk ook dat eigenlijk iedereen die een béétje meer betrokken is bij het continent z'n buik vol heeft van deze eenzijdige beelden en verhalen. Wat dat betreft is Bellen Blazen in Burundi dan dus weliswaar geen kinderboek, maar wel een boek voor beginners. Als je je nog niet veel in de rest van de wereld verdiept hebt, kan dit boek je ogen openen voor het leed elders. Als het zo werkt - prima. En als dat Artsen Zonder Grenzen aan wat extra centjes helpt - ook prima. Maar voor de gemiddelde lezer van Afrikanieuws denk ik: laat maar.