Eindelijk een boek voor fijnproevers!


  1. Recensie van De bidsprinkhaan, door André Brink (Meulenhoff, 2006).

    Dit boek is een verademing! De afgelopen jaren heb ik een heleboel gelezen over Afrika. Daar waren wel vaker goed geschreven boeken bij, maar de overgrote meerderheid vond ik vooral inhoudelijk interessant - of niet, maar in ieder geval was daar als liefhebber van goede literatuur niet veel eer aan te behalen. Sterker nog, ik ergerde me wel eens, bijvoorbeeld aan de slordige eindredactie waardoor mijn ogen steeds bleven haken achter spelfouten en misplaatste komma's. Ik kan me daar wel overheen zetten, en er is door die Afrika-boeken uit allerlei hoeken en gaten een wereld voor me open gegaan. Maar de literatuurliefhebber in mij kwijnde weg.

    Hoe anders is dat met De bidsprinkhaan. Dat boek is in eerste instantie een literair meesterwerk. Zo zeer zelfs dat ik moest schakelen: ik had mezelf een heel hoog leestempo aangewend, en daardoor miste ik in het begin van dit boek een aantal saillante feiten. André Brink is namelijk een meester in weglaten en alleen maar suggereren. En als je dan ook nog eens hier en daar wat mist door erdoorheen te raggen, vallen er te veel gaten in het verhaal. Het boek heeft het dus nodig om aandachtig gelezen te worden, en de tijd te nemen om de gaten zelf in te vullen.

    Inhoudelijk is het boek ook bijzonder. Het schetst het leven van een KhoiKhoi in het Zuid-Afrika van de 18e eeuw. Deze man, Kupido Kakkerlak, wordt geboren bij een moeder die in onvrije dienst van een blanke is. Hij kent het oorspronkelijke 'bosjesmanleven' dus niet meer, maar nog wel de cultuur en gebruiken, vooral het magische wereldbeeld. Hij is een bijzondere jongen. Als hij meegaat op jacht, wordt er bijvoorbeeld veel meer gevangen dan anders.

    Hij heeft op iets latere leeftijd ook opvallend veel succes bij de vrouwen, totdat er bij eentje letterlijk vonken overspringen. Met haar trouwt hij en het stel gaat wonen in een dorp waar een wel heel charismatische zendeling actief is, die het opneemt voor de inheemse bevolking. Dat leidt tot de bekering van Kakkerlak, en hij schopt het zelfs zelf tot zendeling.

    Dan sterft zijn beschermheer en blijkt de kerk toch een heel stuk racistischer dan Kakkerlak wist: op zijn afgelegen zendingspost wordt hij aan zijn lot overgelaten. Dat gaat niet goed natuurlijk, al slaat Kakkerlak zich er aardig doorheen.

    Dit verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Kakkerlak (begin en einde) en van één van de missionarissen (midden). De twee perspectieven zijn als puzzelstukjes die samen het hele verhaal vormen. Het plaatje kristalliseert zo langzaam uit, en dat alles in een magistrale vertelstijl.

    Het verhaal laat zien hoe moeilijk het contact tussen zwart en blank is geweest, hoe veel er mis ging, en hoe zeer de inheemse bevolking dacht door het contact het eigen lot ten gunste te keren - wat vaak op een teleurstelling uitliep. Kakkerlak kiest vol enthousiasme voor het nieuwe geloof, maar bljift uiteindelijk met niets over: hij is te zwart om serieus genomen te worden als missionaris, maar te christelijk om nog een echte Khoi te zijn.

    Zulke verhalen als dat over Kakkerlak, gebaseerd op historische bronnen, daar moeten er talloze van zijn. Gelukkig heeft Brink dit verhaal ter hand genomen. Het is genieten van de eerste tot de laatste bladzijde. Maar dat dus wel voor fijnproevers!