Een wonder op de planken


  1. Cornelli Cosso
    Lomé, 18 juli 2009. Het spettert letterlijk als de vrolijk beschilderde steltlopers opkomen. Ze zwaaien met brandende fakkels en worden flink opgezweept door het eentonig geroffel op borsthoge trommels. Aan het eind van de fakkeldans onthult een spandoek de groepsnaam Amlima, wat wonder betekent in de landstaal éwé.
    amlima togo
    Het bijzondere van Amlima, die uit een twintigtal dansers bestaat, is dat zij een enorm repertoire bezit aan zang en dansstijlen uit zwart Afrika. De Nunana, erfenis van de voorouders, komt in negentig minuten voorbijgedanst in akpèssè, van agbadja naar zangbéto. Onderweg wordt een bezoek aan de voodoopriester gebracht, die zelf ook op stelten, de behandeling tot tevredenheid van de patient uitvoert. Om dat te vieren is er een feestje, in de lucht.

    Voor deze multitalenten is tegelijkertijd dansen en drummen niets speciaals. Bijzonder is de groepsdans hierbij. Iedere dans heeft zijn eigen choreografie en kleding en aan de reacties uit het publiek is te merken dat men dat wel waardeert. De carnavalskostuums bijvoorbeeld, hadden zonder aanpassing uitgeleend kunnen worden voor het meelopen in de parade. Voor de gemaskerde figuren in ruisende raffia geldt hetzelfde. Fotografen rennen heen en weer.

    "De kleding en de dans zijn allemaal zelf bedacht," vertelt de trotse Sigbelo, stichter van de groep. "Het is keihard werken geweest."
    Dat zal niemand ontkennen. De muzikanten staan vrijwel permanent op het podium. De rest van de groep wisselt in hoog tempo van samenstelling.

    De artiesten zijn onvermoeibaar. Zo vrolijk lachend als ze opkwam, zo vrolijk en abrupt eindigt Amlima ook.
    Dan barst het applaus los.