Een boek over het Konso volk in Ethiopie


  1. Of ik een boek over het Konso volk van zuid Ethiopië wilde schrijven, vroeg Ato Dinote me. Mijn vriend en gids sinds het begin van mijn tours of duty in dit interessante land trok bij het stellen van zijn vraag zo een ernstig gezicht dat ik een grap of cynische woordspeling maar meteen uitsloot. “Ik meen het Frank”, vervolgde Dinote, “Ik ga straks op pensioen als drijvende kracht achter het museum en informatiecentrum. Nieuwe en jonge mensen nemen deze taak van me over. Onze federale en regionale ministeries in samenwerking met de toerismeorganisatie van de VN hebben voor een degelijke structuur gezorgd waarin ik nog snel mijn kennis van de Konso heb kunnen doorgeven. Een nieuwe lichting staat klaar. Het wordt tijd dat ik de fakkel doorgeef.” Vreemd genoeg bespeurde ik bij deze oude mannen biecht weinig of geen weemoed en treurnis. Dinote straalde tijdens zijn kort betoog een gedrevenheid uit die je eerder verwacht bij jonge idealistische freshmen met een eindeloze toekomst voor de boeg. Zijn jeugdig enthousiasme verklaarde hij zelf: “Na mijn pensioen zal ik me als zelfstandige expert op het gebied van het Konso volk vestigen. Toeristen kunnen me inhuren als gids en antropologen als consultant.” “En waar pas ik in dit hele plaatje?”, vroeg ik langs mijn neus weg. “Wij gaan samen een boek schrijven, Frank”, klonk het dreigend serieus.


    Veel had ik nog niet over de Konso gepubliceerd. Eerlijk gezegd, van mijn hand was nog helemaal niets over dit cushitische volk in officiële druk verschenen. Ik had wel eens een audiëntie bij de spirituele leider van één der Konso clans beschreven in mijn blog op AfrikaNieuws. En op diezelfde website beschreef ik ooit de clandestiene sfeer die heerst op en rond het binnenplein van het Edget Hotel in het kruispuntplaatsje Konso. “Ik heb gehoord van je publicaties over de Mursi en de Timkat viering. Ik weet dat je het graag doet. Ik heb de kennis, jij de pen en het netwerk”, verdedigde Dinote zijn verzoek, “en straks heb ik ook de tijd.” Die zal ik dan moeten maken, dacht ik. Eigenlijk was ik onmiddellijk wild enthousiast over het plan dat mijn Ethiopische vriend me voorstelde maar mijn Vlaamse bescheidenheid weerhield me ervan te snel een uitbundig YES te scanderen.

    “Wat voor boek had je in gedachten?”, vroeg ik. Dinote had er blijkbaar over nagedacht: “Het belangrijkste is dat, voor ik het loodje leg, alles wat ik over het Konso volk weet, opgeschreven en gepubliceerd wordt. De vorm van het boek, daar ga jij over. Misschien iets in de trant van wat de Engelsen een coffee table book noemen. Glossy, foto’s, thematische hoofdstukjes, je weet wel, een mooi, groot boek.” Dat Dinote de Konso expert bij uitstek was, daar twijfelde ik niet aan. Eerder had hij meegewerkt aan de Bradt Travel Guide en fungeerde hij als gids voor het wereldberoemde fotografenduo Angela Fisher en Carol Beckwith. UNESCO liet Dinote het opmeten van de Konso landbouwterrassen leiden in verband met hun gooi naar het werelderfgoed statuut. Met Dinote in huis was de helft van de research voor een boek over de Konso al binnen. “Ik doe het”, antwoordde ik, “uiteraard ga ik eerst wat voorbereidingsonderzoek doen, maar dit jaar nog zal ik een zestal weken naar hier afzakken om met jou een ruwe blauwdruk van het boek klaar te stomen. Hiermee kunnen we naar een uitgever trekken. Als we groen licht krijgen volgt een tweede sessie van zes weken om de research af te ronden. Daarna komt het schrijfwerk en de samenstelling.” Dinote grijnsde: “Hier ga je geen spijt van krijgen Frank, het ergste wat ons kan overkomen is dat we enkel maar a very good time hebben.” Een jeugdig enthousiasme maakte zich van me meester. Besmettelijk waarschijnlijk.

    Uitgevers die geinteresseerd zijn om dit project mee te ondersteunen kunnen contact zoeken met de auteur op volgend e-mail adres: mail@frankfocus.com. Meer tekst en uitleg over Ethiopie en andere Afrikaanse bestemmingen kan je vinden op http://www.frankfocus.com.