De thee van de dood


  1. Een fragment uit Transit

    Door Bas Vlugt. Als de zon opkomt, heb ik het juiste licht. Ik sta
    bij een verzameling Peul-hutten: iglo’s van rieten matten. De
    vrouwen zijn uitgelaten en nieuwsgierig naar mij en de camera.
    Steeds andere sieraden. Het haar kan in eindeloos veel variaties
    worden ingevlochten en versierd met grote geeloranje kralen
    van barnsteen, met munten, met kaurischelpen, met zilver,
    soms met echt goud, maar meestal imitatie. Peul-vrouwen
    zijn open en direct, soms op het brutale af.
    Een uur na zonsopgang is het licht zo wit geworden dat
    werken onmogelijk is – daar kan geen polarisatiefilter tegenop.
    De D100 probeert het wel, maar kan het niet goed corrigeren.
    Dat werken dat ik hier doe, gaat nergens over. Ik kan
    het net zo goed niet doen.
    Het is april en de droge tijd in de Sahel loopt op zijn eind,
    de temperaturen stijgen tot ver boven de veertig graden, de
    aarde kreunt en de mensen kreunen mee. Om de allerzwaarste
    uren door te komen gaan we in op de gastvrijheid van de
    Toeareg die ons in hun tent laten.
    Half één. Nog een half uur. De afgelopen dagen heb ik me
    erin bekwaamd om de hitte af te tellen. Daarmee weet ik
    paniek te onderdrukken. Het geeft me controle. De wetenschap
    dat het nog een half uur lang steeds warmer zal worden,
    maar daarna gegarandeerd niet nog warmer, maakt dat
    ik door die warmte heen kom.

    Ik lig languit op een comfortabel bed en probeer me te
    concentreren op het kamelenharen tentdoek boven me. De
    hitte daarboven komt van de zon. Als ik lang genoeg naar het
    tentdoek blijf kijken, kan ik zien dat-ie steeds weer door een
    ander gaatje in het grove textiel een straal weet te prikken.
    ‘Dat is mijn oom,’ zegt Seini als een oude Toeareg de tent
    binnenkomt. Desgevraagd blijkt het niet een echte oom te
    zijn maar een vaag familielid. In de Sahel is er niet veel voor
    nodig om frère, cousin of oncle te zijn. In een gebied waar
    polygamie en buitenechtelijke kinderen aan de orde van de
    dag zijn, is het overzicht al snel zoek. Als iemand een échte
    broer of zus aan je voorstelt dan wordt daar dan ook uit
    enthousiasme en ter verduidelijking même père, même mère
    aan toegevoegd.
    Kwart voor één. Nog een kwartier. Ik voel me slecht. De
    warme wind die de tent inwaait bijt rauw in mijn neustussenschot
    en verschroeit mijn voorhoofdsholte.
    ‘Het wordt nu iedere dag heter,’ zegt Seini. ‘Over een dag
    of drie is het het ergst. De hele Sahel komt dan tot stilstand.
    Mensen liggen kreunend op de vloer van hun hutten en tenten
    en wachten tot de zon is overgetrokken. Elke vorm van
    beweging is gekmakend. Volgende week wordt het alweer
    wat beter en daarna is het wachten tot de regens komen.’
    Het eten wordt opgediend. Een schaal spaghetti met geitenvlees.
    Het is oppassen met de hompen vlees, waar vlijmscherpe
    botsplinters uitsteken. Goed kijken wat voor stuk
    geit je pakt, orgaanvlees is geen traktatie.
    Alles goed blijven doen. Discipline. Eten, je moet eten.
    Brood, water, zout. Ik besprenkel mijn vlees met zout. Het
    knispert tussen mijn vingers. Nog meer zout.
    Eén uur. Dit is het. Nu een uur. Voorzichtig inademen.
    Niet te veel tegelijkertijd.

    Een van de Toeareg zet thee. Ik weet dat hij suiker heeft.
    Kijk, hij haalt het uit zijn mouw tevoorschijn. Het hele zakje.
    Ja, doe het hele zakje. Wellustig zakken de witte kristallen
    weg in de borrelende thee in het blauwe, emaillen potje.
    Vocht lekt uit het tuitje en doet de kooltjes onder het potje
    sissen.
    Met een grote boog in het glas en dan weer terug in het
    theepotje. In het glas en terug. Met één hand. In het glas en
    weer terug in het potje. Proeven. En opnieuw. Proeven en
    opnieuw. Geef het. Geef het aan mij.
    Daar is het. Gepresenteerd op een zilveren blaadje. De thee
    van de dood
    . Het hete glaasje in mijn handen. Zwarte thee als
    vloeibaar goud. Het bitterzoet doet mij over het hele lijf rillen.
    En verricht het wonder. Mijn haperende lichaam slaat
    aan als een motor. Het begint weer zweet naar buiten te
    pompen. Het leeft. Ik leef.
    Half twee. Nog een half uur.

    Ga naar het weblog van Bas Vlugt

    www.basvlugt.nl

    http://www.basvlugt.nl/images/private/bas_vlugt_transit.gif


Reacties

  1. Afbeelding van Elvira van Noort

    Elvira van Noort
    42 berichten
    Lid sinds juli 2007
    Grahamstown


    Hoi Bas!

    Dit fragment uit je nieuwe boek is super! Ik kom naar Nederland (28 november) en zal zeker een exemplaar aanschaffen.

    Groetjes,
    Elvira

    Elvira van Noort

  2. Afbeelding van Bas

    Bas Vlugt
    83 berichten
    Lid sinds mei 2007
    Haarlem


    Dat zijn bemoedigende berichten!


  3. Afbeelding van Cas

    Caspar Naber
    12 berichten
    Lid sinds juli 2007
    Rotterdam


    Heej Bas!

    Inderdaad, die Peul-vrouwen zijn helemaal zoals je ze beschrijft....en de hitte kon ik voelen. Wat zeg ik, eventjes lag ik zelfsmee te zweten in die tent en rook ik het vlees. Kortom: meesterlijke beschrijving van de couleur locale in de bekende vlotte schrijfstijl....dat gaat helemaal goed komen met dat boek....en dan hebben we het nog niet eens over het onderwerp....

    Dat belooft een mooie dag te worden donderdag!
    Gr. Cas

    Cas