De Wandelaar - deel 1 - Talking Tuareg
- Geplaatst op vrijdag 19 maart 2010 - 15:42De zandduinen langsheen de Niger nodigen niet allemaal uit tot kamperen. Velen zijn bezaaid met cramcram (cenchrus biflorus); een plant waarvan de zaden als volhardende klittenband aan je schoeisel, kleren en huid blijven plakken. De weerbarstige granen uit je vel trekken, brengt onvermijdelijk gejank en gejammer met zich mee. West-Afrikaanse nomaden als Peul en Toeareg mijden de met cramcram gecontamineerde zandvlaktes en kiezen fijn zand zonder struiken om hun bivak op te slaan. Zo ook de wandelaar. Hij is varend over de stroom onderweg naar Timboektoe. Hij heeft zijn tent opgerold en neemt afscheid van de spierwitte zandheuvel die hem een rustige nacht heeft gegund.
De zon kristalliseert boven het verre einder. Geiten mekkeren op de vlakte achter de duinen. Twee Fulani jongens verschijnen bovenop de duinrug. Hun groene, met gouddraad doorweven gewaden wapperen in de ochtendwind. Stok in de hand – mes aan de riem. Nieuwsgierig naar de boot met blanken hebben ze hun geitenkudde achtergelaten. Ze lachen verlegen en zwaaien een afscheid dat de rest van de dag hun gespreksonderwerp zal zijn. Als de pinasse van wal steekt keren de geitenhoeders zich naar hun kudde. In het midden van de rivier buigt onze schuit noordwaarts. De jongens draaien zich nog eenmaal om. Van op het hoogste punt zwaaien ze een laatste keer, synchroon als broers.
De Niger en haar doorweekte omgeving beweegt niet enkel herders en karavaanleiders tot een nomadisch bestaan; ook vissende volkeren als de Bozo reizen met de vloedlijn mee. Hun lemen huizen – kleine dorpen – gezinsdomeinen, blijven maandenlang tot de spreekwoordelijke enkels in het water staan; om later weer actief te worden. Velen onder hen leven een groot gedeelte van het jaar in hun pirogues.
Alle Grote Leraren hebben gepredikt dat de Mens oorspronkelijk een ‘zwerver in de gloeiende en dorre wildernis van deze wereld’ was – de woorden zijn van Dostojewski’s Grootinquisiteur – en dat hij om zijn menselijkheid te hervinden alles waaraan hij gehecht is moet achterlaten en op pad moet gaan. (+)
Nadat de wandelaar in Timboektoe de gebruikelijke protocol afwerkt bij de huizen van grootwandelaars als Ibn Battuta, Gordon Laing en René Caillier, bestijgt hij het schip van de woestijn om enkele uren ten noorden van de mythische stad neer te strijken in het kamp van een Toeareg karavaanleider. De zuidgrens van de Sahara; onmetelijkheid begint; struiken worden kleiner, versmachten in het zand. “Wij spreken niet in termen als steden of nederzettingen,” verklaart onze gastheer bij het kampvuur, “maar de residenten van de kampen in de buurt beschouwen we toch als dorpsgenoten omdat we tijdelijk uit dezelfde bron water putten.”
De meeste nomaden maken aanspraak op het ‘bezit’ van hun migratieroute (in het Arabisch Il-Rah, ‘De Weg’), maar in de praktijk maken ze slechts aanspraak op tijdelijke weiderechten. Zo versmelten tijd en ruimte: een maand en een stuk weg zijn synoniem. (+)
“Onze jongens nemen we van kleins af aan mee op de route naar Taoudenni, de grote zoutvlakte in het midden van de Sahara. Het is de zwaarste trek die we kennen; waterpunten liggen ver uit elkaar; duinen verplaatsen zich, wat navigatie moeilijk maakt. De besten worden gidsen. Ze kunnen de sterren en het zand lezen. We reizen ’s nachts, stoppen niet. Een zieke kameel wordt achtergelaten, haar zoutlast begraven we tot de volgende passage.”
Maar de trek van een nomade is – in tegenstelling tot die van de jager – niet van hemzelf. Het is eerder een georganiseerde reis voor dieren wier instinctieve richtingsgevoel is afgestompt door domesticatie. Trekken vereist ervaring en het nemen van risico’s. Een mens kan, zoals Job, in één seizoen geruïneerd worden; zoals de nomaden van de Sahel of de veebedrijven van Wyoming in de Grote Witte Winter van 1886-7. (+)
Het is zinloos om een zwervend mens raad te vragen over de bouw van een huis. Het werk zal nooit afkomen. (+)
“Ik ben niet bang dat het nomadische leven van de Toearegs door de moderne staat wordt opgeslokt. Sommige van onze kinderen gaan inderdaad naar hun scholen en komen terug met diploma’s. We moedigen dit aan. Hierdoor kunnen ze op meerdere paarden wedden. Maar één daarvan zal steeds de woestijn blijven. Zonen van vrienden zetelen nu in het parlement in Bamako. Ze hebben er een huis. Maar meerdere maanden per jaar reizen ze met ons door de Sahara. Wij zijn de enige die de zandzee kennen. En die zal immer blijven bestaan.”
(+) Uit de Moleskine notities van Bruce Chatwin.
Er wordt meer gewandeld op http://www.frankfocus.com.
_footer
Home | Over ons | Contact | Nieuwsbrief | RSS | Adverteren | Algemene voorwaarden | Privacy beleid | Doe mee!
Copyright Africa Interactive 2011 | info@afrikanieuws.nl | AfricaNews.com
Powered by React - www.react.nl

