Brief naar huis


  1. ‘Lieve pa en ma’, prijkt bovenaan een verder blanco vel. De donkere kringen van zweetdruppels vertellen een verhaal van vergeefse moeite. En dat terwijl er zoveel te schrijven zou moeten zijn. Zeker nu. Matapila leeft immmers weer. De honger van de afgelopen maanden lijkt weer even voorbij. De oogst is van de velden. De maïs ligt in zakken opgeslagen en de vers uitgegraven pindaoogst ligt op de golfplaten daken in de zon te drogen. Gestilde honger maakt het dorpsleven zoveel aangenamer. De donkere blik is verdwenen en het zijn weer stralende gezichten die het dorp vullen.

    Toch blijven de woorden in mijn pen steken, en dat terwijl er zoveel valt te schrijven. Of zijn het de Nederlandse woorden die elke beschrijving van zomaar een leuke dag in een dorp in Malawi zo hol doen klinken?

    Geklop op de deur onderbreekt mijn gepeins. Het is Mr Banda de metselaar van een dorp verderop. Ik laat hem binnen en biedt hem een glas water aan. Beleefd informeren we naar het welzijn van elkaars familie, maar dan komt hij plots terzake. Of ik niet een keer bij hem langs kan komen? En of dat wellicht nu meteen even kan.

    Rond Mr Banda’s huis staan enkele potten gevuld met kleurrijke bloemen. Iets ongebruikelijks, wat het huisje bijna een wat Nederlandse aanblik geeft. We worden binnengelaten door Mr Banda’s vrouw. Ze gaat iets door haar knieën wanneer ze me groet, een voorbeeld wat gevolgd wordt door haar dochter. Mr Banda zet zijn pet af en gebaart me te gaan zitten aan de tafel die de kleine kamer vrijwel opslokt.

    Terwijl Mevrouw Banda een glas water voor ons neerzet verkent mijn blik de ruimte. Ongevraagd voorziet Mr Banda het van commentaar. Over het katachtige dier dat zoveel kippen had gestolen maar waarvan de huid nu als trofee aan de muur hangt. En over Mr Banda’s jonge jaren als migrant in Lilongwe, naar aanleiding van een zwart-wit foto waarop een deftig geklede jongeman naast een auto staat.

    Mevrouw Banda komt weer binnen met een grote zak in haar handen. Ze neemt een handvol pinda’s uit de zak en legt ze voor ons op tafel. Mr Banda schuift ze naar mij toe en begint er zelf een paar te doppen. Ik volg zijn voorbeeld en zeg dat de pinda’s bijzonder goed smaken. Op deze beleefdheid wordt prompt de zak op tafel gezet. De pinda’s zijn voor mij, als dank voor een brief die ik enkele weken geleden bij familie van Mr Banda in Lilongwe had afgeleverd. Wel zou hij de plastic zak graag weer terug ontvangen voegt hij er voor de zekerheid aan toe.

    Zoals gebruikelijk loopt Mr Banda met me op tot aan de rand van het dorp. Dan schudden we handen en bedanken elkaar nog eens nadrukkelijk. Ik vervolg mijn weg alleen. Een heerlijk gevoel valt over me heen, wat alleen nog maar versterkt wordt door de pastel gloed van de namiddag zon. Het is een gevoel van gewoon een leuke middag. Ik denk weer aan de brief die nog steeds op m’n tafel ligt. Plots heb ik zoveel te schrijven. Zoveel te vertellen over wat het gewone leven in Matapila toch telkens weer zo bijzonder maakt.

    Eenmaal thuis verdampt de inspiratie bij het zien van het lege vel met bestemming Holland. De woorden van zoeven lijken weer mijlen ver. Ik schuif het schrijfmateriaal op zij en pak een hand pinda’s uit de zak van Mr Banda. Het was gewoon een leuke middag, niets bijzonders.