Afrikaanse koffie en een wekfles met benzine


  1. Benin - Ontbijtje op het plein van Abomey. Cafétaria Le Jourdan staat in grote blokletters op de gevel. Het uit houten planken en golfplaat opgetrokken bouwsel bevat een bar en is maar liefst zes krukken rijk. Het is dan ook de grootste gelegenheid van het centrale plein.

    Aan de muur hangt de menukaart. Daarmee is deze toko heel wat mans. Het is een Afrikaanse menukaart, oftewel hoofdzakelijk een wensenlijstje van de eigenaar. Deze gerechten zou hij graag aan zijn bargasten verkopen, als hij de ingrediënten in huis had. Vandaag is er alleen pasta met vleessaus, of brood met ei te koop. Morgen misschien wel weer wat anders.

    Op het tweepits campinggasstel bakt de barman een eitje, smeert een broodje en kookt wat water voor een kopje nescafé met melkpoeder en heel veel suiker. Het is benauwd binnen. Door de open deur en ramen waait af en toe een briesje naar binnen, maar die kan de benauwdheid onder het golfplaten dak niet verdrijven. Toch zitten aan de bar twee gasten, want ondanks de benauwdheid is het gezelschap aangenaam.

    De open deur biedt uitzicht op het centrale plein van Abomey, waar een geit een groot groen blad naar binnen werkt. Dan begint hij aan een plastic zakje. Geen wonder dat geiten hier zo populair zijn. Ze zijn een gratis vuilnisophaaldienst. En je hoeft ze niet te voederen, want ze eten alles wat ze tegenkomen. Zo groeien ze gratis groot totdat ze zelf een lekker hapje zijn.

    Het plein staat vol met oude auto's. Het doet denken aan een keurig autokerkhof. In Nederland heeft zo'n kerkhof nog wel een paar honderd euro over voor je afgedankte auto. De onderdelen kan hij immers weer verkopen. Voor deze auto's zou hij niks meer geven. Alle onderdelen zijn al drie keer hergebruikt. Het is dat je deze auto's af en toe daadwerkelijk ziet starten en weg ziet rijden, anders zou je zweren dat ze het al begeven hadden.

    Een man in een vale blauwe blouse loopt met een grote glazen pot naar zijn roestige Peugeot. De pot lijkt een soort vijflitergrote wekfles met een kurk erop. Hij is gevuld met een donkerbruine vloeistof; net zo smoezelig van kleur als de auto zelf. De man haalt de dop van de benzinetank, haalt een trechter tevoorschijn, en giet de vloeistof naar binnen. De auto slokt het gretig op.

    Even testen of ie het nog doet. Kuchend en proestend komt de motor op gang. De man experimenteert een minuut of twee met het gaspedaal. In het cafeetje verandert de lucht in een giftige zee van verstikkende roet en uitlaatgassen. Ja, hij doet het nog. Met een tevreden blik gaat de chauffeur met zijn lege wekfles weer verderop.

    Ook ik verlaat het van uitlaatgassen vergeven rookhol. Op zoek naar transport naar de volgende stad. Misschien is het wel met deze Peugeot. Dat zou mooi zijn, want daarvan weet ik in elk geval zeker: Hij heeft voldoende benzine en hij doet het.