Nalatenschap WK 2010 brokkelt verder af

Mathijs Noij. Aanstaande zaterdag begint de Africa Cup of Nations. Hiermee organiseert gastland Zuid-Afrika voor de tweede maal in drie jaar een groots voetbalevenement. De vraag echter wat de impact van het WK 2010 was is nog steeds niet eenduidig beantwoord. Nieuw onderzoek biedt weinig ruimte voor optimisme.

‘Wat brengt jou hier?’, vraagt de manager van mijn guesthouse in Durban wanneer ik arriveer. Wanneer ik hem uitleg dat ik hier ben voor de Soccerex conferentie, waar beleidsmakers en andere grote spelers uit de sport- en evenementenbusiness samenkomen, verandert zijn blik. ‘Wat moet jij nou weer tussen die lui die onze belastingcenten verbrassen?’

In de aanloop naar 2010 werd het Zuid-Afrikaanse WK door politici omschreven als een kans om het land definitief op de kaart te zetten. Vele kleine ondernemers die zich voorbereidden op het evenement werden in de spotlights gezet. De positiviteit, aangewakkerd door politici en FIFA-vertegenwoordigers, was alom aanwezig. Anno 2012 zijn veel Zuid-Afrikanen niet alleen trots over het verloop van het evenement, maar zetten ook steeds meer vraagtekens bij de duurzaamheid van het WK. ‘Welke overheid geeft vijf miljard uit aan stadions en hoogwaardige infrastructuur, terwijl ongeveer de helft van de bevolking in armoede leeft?’, is een veelgehoorde vraag.

Aan de prestatie die Zuid-Afrika leverde als WK-gastland zal het in ieder geval niet liggen. FIFA-voorzitter Joseph Blatter kende het land een negen als eindcijfer toe, terwijl ook de internationale pers geen reden zag tot kritiek die verder reikte dan vuvuzela’s en winterkou. De atmosfeer was bovendien geweldig. Een taxichauffeur in Durban kijkt vol melancholie terug: ‘het was een maand lang één groot feest, gekkenwerk. Mensen sliepen op straat omdat er geen bedden meer vrij waren’. Op de vraag of het WK de kosten waard was, haalt de man zijn schouders op.

Flinke kater
Het overschatten van het economisch nut en het onderschatten van de werkelijke kosten van een mega-sportevenement is een gebruik dat al veel langer door critici wordt gesignaleerd. Zo ook in Zuid-Afrika, waar de actuele kosten een veelvoud zijn geworden van het bedrag in het ‘bid book’. Bob Heere, sportonderzoeker aan de University of Texas en verbonden aan een grootschalig onderzoek naar het WK 2010, blijft zich hierover verbazen. ‘Het is mij nog steeds een raadsel waarom mensen denken dat een mega-evenement geld oplevert’. Hij vergelijkt het WK met een uit de hand gelopen feestje. ‘Nu het WK ten einde is, blijft Zuid-Afrika achter met mooie herinneringen, en een flinke kater’.

Hoewel het vaak extreem dure festiviteiten blijken, is de vraag naar het organiseren van mega-sportevenementen niet onderhevig aan een verminderde interesse, met name vanuit opkomende economieën. Behalve een groeiende economie hebben deze landen vaak te maken met een ongelijke samenleving en de daaraan gekoppelde problematiek. Hiervan zijn zowel het voormalige, als het aankomende gastland Brazilië, sprekende voorbeelden.

Er is echter geen bewijs dat een WK in een economisch groeiend land de kloof in inkomen tussen rijk en arm kan verkleinen. Kamilla Swart, professor aan de Cape Peninsula University of Technology in Kaapstad, doet vergelijkend onderzoek naar verschillende WK’s. ‘Het WK in Brazilië zal veel beter te vergelijken zijn met het Zuid-Afrikaanse WK, dan het Zuid-Afrikaanse WK met het Duitse WK. Dit komt door de gelijkenissen in context’.

Dit is niet verwonderlijk want in een egalitaire samenleving als de Duitse zullen de investeringen van een WK veel sneller ten goede komen aan een groter deel van de bevolking. In het sterk gesegregeerde Zuid-Afrika echter is met name geïnvesteerd in infrastructuur en stadions. Hierdoor zullen alleen de bevolkingsgroepen die toegang hebben tot deze faciliteiten profiteren van de directe investeringen. Hiermee draagt het WK bij aan de toenemende ongelijkheid binnen het land. Hedendaags, bijna twintig jaar na de transitie naar democratie is de ongelijkheid in Zuid-Afrika groter dan ooit. Tot nog toe blijkt de uitbanning van apartheid alleen economisch profijtelijk voor de rijkere Zuid-Afrikaan, en het is zeer twijfelachtig dat de winsten uit het Zuid-Afrikaanse WK wél doordruppelen naar de arme bevolking.

Trots
Toch moet in het geval van Zuid-Afrika het oog verder reiken dan economische nut, of het dichten van een kloof binnen de samenleving. Het WK was een middel tot wat beleidsmakers image branding noemen. ‘Zuid-Afrika 2010’ moest een merknaam worden die zowel in binnen- als buitenland met succes geassocieerd wordt. Bovendien zou zestien jaar na de val van het apartheidsregime definitief een nieuwe weg ingeslagen worden. Weg van internationale isolatie zet Zuid-Afrika de poort naar de wereld open, was de gedachte.

Deze jaren als internationale paria staan vele Zuid-Afrikanen nog vers in het geheugen. Het feit dat dit land zich nu gemanifesteerd heeft als waardig gastheer vervult velen met trots. Swart: ‘er waren grootse zorgen of Zuid-Afrika klaar zou zijn voor het WK, in het bijzonder met betrekking tot criminaliteit’. Ze vult aan: ‘één vervelend incident had de positieve beeldvorming rondom het WK teniet kunnen doen’. Dat deze beeldvorming van groot belang is voor een toeristisch land als Zuid-Afrika staat buiten kijf. Toch erkent Swart dat het WK geen oplossing biedt voor Zuid-Afrika’s interne problematiek. ‘Veel Zuid-Afrikanen zijn ervan bewust dat de nieuwe infrastructuur en stadions niet ten goede komen aan hen, maar dat neemt hun trots over het succes van het evenement niet weg.’

Het onderzoek naar het WK 2010 waaraan Heere bijdraagt bevestigd dit gevoel van nationale trots. Deze studie, uitgevoerd door de universiteiten van Texas en Florida en verschillende Zuid-Afrikaanse universiteiten, maakt de sociale impact van het mega-evenement inzichtelijk. Waar impactstudies zich veelal beperken tot het economisch nut, legt deze studie sociale facetten bloot. Hieruit komt bovendien naar voren dat het succesvol verlopen WK de gemiddelde Zuid-Afrikaan het gevoel heeft gegeven dat het buitenland positiever naar het Afrikaanse land kijkt. Missie geslaagd dus, zou je zeggen.

Maatschappelijke betrokkenheid
‘Maar de grote vraag is wat je hieraan hebt’, benadrukt Heere. ‘Het blijkt dat ondanks deze positieve percepties, de maatschappelijke betrokkenheid is gedaald, wat zich bijvoorbeeld uit in een lagere bereidwilligheid tot een vrijwillige bijdrage aan de maatschappij en minder tolerantie ten opzichte van de medeburger.’ Bovendien blijkt uit de studie dat het vertrouwen in de nationale regering is afgenomen. Heere concludeert: ‘ook wat betreft het sociale aspect van de nalatenschap, levert het WK weinig op’.

Juist deze sociale factoren spelen een grotere rol in het creëren van draagvlak voor het organiseren van een mega-evenement, nu economische argumenten steeds vaker ongegrond blijken. Het fundament van het draagvlak voor het Zuid-Afrikaanse WK brokkelt hiermee verder af. Het begint er steeds meer op te lijken dat Zuid-Afrikaanse ondernemers en politici zich over de rug van de samenleving wilden bewijzen door het maken van deze miljardeninvestering. Wat dit heeft opgeleverd is een hoger zelfbewustzijn onder de bevolking, en infrastructuur en stadions die je nergens anders in Afrika vindt. Daar tegenover staat een hele hoge som publiek geld en een samenleving die nog net zo gespleten is als voor 2010.

Maar daar zullen de Zuid-Afrikanen niet aan denken de komende weken, want de stadions zullen weer gevuld zijn voor de Afrika Cup. Het is weer tijd voor feest, zolang het duurt.

Dit artikel is tot stand gekomen dankzij het project Beyond (y)our World van lokaalmondiaal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>