Brief aan Minister Ploumen

Aart van der Heide. De Nederlandse Regering heeft na de staatsgreep van vorig jaar april door een groep officieren van het leger de hulp stop gezet. Deze stap is door vele Malinezen niet begrepen en door mij ook niet.

3 februari 2013

Mevrouw de Minister,

U hebt volledig kennis genomen van de situatie in Mali tijdens Uw bezoek aan dit land en ook na Uw bezoek. In Uw brief aan de Tweede Kamer van de Staten Generaal heeft U aangegeven hoe U tijdens Uw bezoek aan Mali geïnformeerd bent geworden en ook waarover. In deze brief heeft U tevens aangegeven welke mogelijke stappen zijn betreffende de hulp aan dit land.
De Nederlandse Regering heeft na de staatsgreep van vorig jaar april door een groep officieren van het leger de hulp stop gezet. Deze stap is door vele Malinezen niet begrepen en door mij ook niet. Het was alom bekend dat het regiem van de democratisch gekozen president Amadou Toumani Toure verre van democratisch verliep. Het was ook algemeen bekend dat onder zijn bestuur de corruptie tot ongekende hoogten was gestegen. Het was ook bekend dat onder zijn bewind noord Mali overspoeld werd met Al Quaida en andere terroristische elementen terwijl onder de democratisch verkozen presidenten het leger in feite verwaarloosd werd. Het is door enkele feiten ook bekend geworden hoe deze president bij een aantal duistere zaken in het noorden persoonlijk betrokken was. Het was algemeen bekend dat de basis voor deze toestanden al gelegd werd onder het bewind van de democratisch gekozen president Alpha Oumar Konare. Helaas heeft de Nederlandse regering hiervan nooit open afstand genomen en werd deze president in november 2011 nog door het Nederlandse staatshoofd ontvangen en geprezen vanwege zijn verdiensten voor de versterking van de democratie.
De jonge militairen die een einde gemaakt hebben aan dit corrupte bewind werden door de Nederlandse regering gestraft door het stopzetten van de hulp. Vele Malinezen hebben hun ingrijpen niet veroordeeld en een groot gedeelte heeft het zelfs begroet. Het is mij en vele andere buitenlanders daarom ook onbegrijpelijk dat zij, die een einde maken aan corruptie en ‘verkwanseling’ van het noorden in Mali, nu door de aanhangers en de promotoren van het democratische proces door o.a. onze regering, veroordeeld worden. Het is waar dat hun handelen niet grondwettelijk was maar het is ook waar dat de ongebreidelde corruptie en andere onduidelijke zaken ook niet grondwettelijk waren.
In Uw brief aan de Tweede Kamer geeft U aan dat U de toenmalige eerste minister Dr. Modibou Diarra duidelijk hebt gemaakt dat bij een eventuele oorlogvoering de mensenrechten en de rechten van vrouwen in het bijzonder, gerespecteerd moeten worden. Hij heeft U volgens Uw brief deze toezegging gedaan. Hij werd dezelfde avond afgezet vanwege interne meningsverschillen. Ik denk niet dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen Uw zorgen en zijn aftreden.
Ik heb uit verschillende bronnen vernomen dat U ondanks het stopzetten van de hulp – volgens mij een nogal onbegrijpelijke daad – opnieuw hulp wilt verlenen via gedecentraliseerde bestuursstructuren. Ik wijs U erop dat deze structuren zeer zwak zijn en dat ieder controle apparaat ontbreekt. Het controleren van deze structuren vanuit een centrale structuur in de hoofdstad Bamako – Uw ambassade – lijkt mij een heel moeilijke en bijna onmogelijke opgave.
U overweegt ook de voedselzekerheid van Mali via het Office du Niger te ondersteunen. Het Office du Niger heeft al vele jaren (40 jaren) vele miljoenen euro’s van vele donoren ontvangen. Het Office du Niger wordt meer en meer een landbouwgebied waar grote privéondernemingen boeren. Hiervoor heeft Mali een uitstekende bankensector ontwikkeld. Het is ook algemeen bekend dat in het Office du Niger geen arme boeren en hun gezinnen wonen. Deze vindt men in de gebieden die in het Malinese jargon de ‘zones extensives ‘ heten waar de overheid nauwelijks structurele hulp heeft verleend. In deze gebieden hebben vele NGO’s gewerkt maar deze hebben niet duurzaam kunnen werken aangezien donoren NGO’s slechts voor korte periodes financieren.
U geeft in Uw brief ook aan verdere democratiseringsprocessen te willen financieren, maar ik vraag U hierbij heel voorzichtig mee om te gaan aangezien tijdens de democratiseringsperiode van 1993 tot 2012 vele zaken zijn fout gelopen en niet de levensverbetering heeft gebracht die Uw regering ook altijd aan de Tweede kamer heeft voorgehouden. Een promovendus uit Leiden die veel onderzoek heeft gedaan naar de ontwikkeling van de moderne democratie in Mali schreef mij in september 2012: ‘De modeldemocratie heb ik in een aantal artikelen aan flarden geschoten. Het was slechts een rook gordijn waarachter een ongebreidelde corruptie plaats vond en de nationale veiligheid in de uitverkoop werd gezet’. Ik was dit geheel met hem eens maar nog erger vond ik het dat Uw ministerie deze zaken nooit duidelijk aan de orde heeft gesteld en dat uw ministerie doorging met het financieren van dit en andere experimenten.
Mevrouw de Minister, ik vraag U daarom de hulp niet stop te zetten, maar die sectoren van de samenleving te helpen die dat werkelijk nodig hebben.
De eerste noodzaak in Mali die ik persoonlijk bij velen – het volk, dus de doelgroep waarover Uw ministerie altijd spreekt – gevoeld heb tijdens mijn laatste bezoek, is het faciliteren van een ‘waarheidscommissie’ die onderzoek gaat doen naar de feiten die het democratische experiment hebben doen mislukken en ook waarom dit bewind de nationale veiligheid in de uitverkoop heeft gezet. Deze vragen moeten eerst beantwoord worden voordat een nieuwe richting wordt opgegaan. Deze vraag bestaat ook bij vele organisaties en mensen in Mali.
Verder vraag ik U voorzichtig te zijn met iedere vorm van hulp die U verbetering van de voedselzekerheid via het Office du Niger noemt waar grote agro-ondernemingen floreren en die al veertig jaar veel hulp hebben gehad. Steun die gebieden, waar kleine boeren afhankelijk zijn van regenlandbouw.
Ook vraag ik U voorzichtig te zijn met de z.g. betalingsbalanssteun. Deze steun werd o.a. door Uw regering bejubeld maar vele hoge ambtenaren in Mali hebben mij altijd duidelijk gemaakt dat deze hulp niet gecontroleerd kan worden.
Mali heeft nog steeds hulp nodig maar geef hen de hulp die wij kunnen geven – afhankelijk van waar Nederland goed in is – maar laat hen vooral zelf formuleren wat ze nodig hebben. Stop de politiek die begon te lijken op het geven van een blanco check die Mali zelf kon invullen.
Ik spreek uit ervaring want ik heb lang in dit land gewerkt en gewoond (1985 – 2008). Daarbij heb ik noord Mali persoonlijk, door werkzaamheden sinds 1987 goed leren kennen en vooral tijdens de Toearegrebellie van 1990 – 1995 daar geleefd en gereisd. Ik ben recent – drie weken geleden – teruggekeerd uit Mali en heb contacten met vluchtelingen uit noord Mali zowel in Mauritanië als in Mali zelf. Geef alleen die hulp die werkelijk helpt.
Ik kan U meer persoonlijke ervaringen via mijn geschreven stukken toesturen maar ook U persoonlijk van informatie voorzien, indien U hier om vraagt.

Hoogachtend
Aart van der Heide

2 reacties op “Brief aan Minister Ploumen

  1. redactie, bedankt voor het plaatsen. Ik heb deze brief 4 februari gestuurd maar nog geen reactie van de minister gehad noch een officiele bevestiging van ontvangst. Ik hoop dat deze sociaal democratische minister zich toch de mening van burgers aantrekt.

  2. Bedankt Aart voor het schrijven van deze brief en bedankt Afrikanieuws voor het plaatsen ervan. Wij kunnen je ‘noodkreet’ van harte onderstrepen. Zelf woonden we 8 jaar in Mali en keren er nog regelmatig naar terug, waaronder de afgelopen twee weken …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>