Bericht uit Mali

Aart van der Heide. Vandaag is het zaterdag 5 januari, de verjaardag van mijn vader. Als hij nog zou leven, zou hij 110 jaar oud zijn geworden. Ik ben intussen in Ouagadougou, de hoofdstad van Burkina Faso waar de politieke situatie nog stabiel lijkt. Ik ben 1 januari hier aangekomen met de bus uit Bobodialaso. Opgewacht op het busstation door Berger die ik nog uit Gao ken toen ik daar voor de Amerikanen werkte tijdens de Toeareg opstand van de jaren negentig. Hij bracht me naar mijn hotel.

Deze brief is anekdotisch en de taal niet wetenschappelijk maar daarom niet minder waar. Het geeft weer wat ik hoor, zie en daarbij vergelijk ik het met alle fasen die ik ken in Mali sinds ik daar in 1985 aankwam. Ik probeer weer te geven wat personen die ik al jaren ken zeggen. Ik doe geen enquêtes die representatief zijn en ook geen participatieve waarnemingen. Ik beschrijf het op mijn eigen wijze en filter dus ook op mijn wijze. Het gaat slecht met het democratische paradijs wat dat ook geweest moge zijn. Toch is het gevoel van eenheid groot.

Tien jaar geleden heb ik Berger teruggevonden hier in Ouaga. Hij zat diep in de put. Weg bij zijn vrouw Alimata die alleen met hun dochtertje Ester leefde. Hij was ziek en arm. Nu heeft hij een eigen bedrijf. Hij levert personeel en goederen aan buitenlandse mijnbouwbedrijven. Hij boert heel goed. Hij betaalt het hotel voor me, gaf me een pak met bankbiljetten als zakgeld, heeft een terugreisticket voor het vliegtuig naar Bamako gekocht en laat me iedere morgen ophalen door zijn chauffeur. Toen ik vertrok kreeg ik een gloednieuwe smart-phone van hem. Ik ontmoette ook weer de oude Franse professor en dichter Jean Jacques Beylac. We hebben eergisteren in een dure Franse bistro gegeten met heerlijke wijn. Hij heeft veel verteld over de situatie, het gedrag van de Europeanen en vooral de diplomaten, de burkinaB’s, de hypocrisie. Hij is professeur en retraite en daarbij psychoanalyticus en dichter. We kwamen in het restaurant de premier secretaire van de Franse ambassade tegen. Een aardige man die niets van Ravel wist terwijl ik voor hem een gedeelte uit ‘l’enfant et les sortilege’ kon zingen. Had ik in Wageningen van Hans Mobach geleerd. Berger zei tegen me dat toen hij diep in de ellende zat ik de enige van zijn vrienden ben geweest die hem gezocht en gevonden heeft, betaald heeft voor zijn genezing en zijn dochtertje naar school heeft gestuurd. Nu hij rijk is laat hij zijn dank daarvoor ook tonen. Het deed me goed.

Voordat ik naar Burkina ging was ik in Mali waar ik 13 december vorig jaar aankwam en jullie willen natuurlijk weten hoe het daar was. Het gaat niet goed. In Bamako en zelfs in Segou voel je overal de spanning die er heerst door de onzekerheid van de mensen. Wat gaat er gebeuren. Ik moest mijn werk afmaken, schrijfwerk, maar de onderhuidse spanning was zo groot dat het me niet lukte. Bij aankomst in Burkina was de spanning weg en kon ik weer gewoon werken. Iedereen in Mali is onzeker over de toekomst. De gouden jaren lijken voorbij. Het noorden, dus de helft van het land, wordt nog steeds bezet door islamitische groepen die er terreur schijnen uit te oefenen. In het zuiden is een interim regering aangetreden die eigenlijk geen macht heeft. De werkelijke macht schijnt toch te liggen bij de militairen in Kati die in maart jl. de vorige president naar huis hebben gestuurd. Ze hebben intussen de eerste minister afgezet omdat die te veel een eigen koers voer en daarbij ook nog eens 5 miljard CFA, gekregen van Marokko en Algerije, op een privé rekening heeft gezet. De afzetting vond plaats op een avond nadat hij overdag nog onze nieuwe minister Mevrouw Ploumen had ontvangen. Zij wil het land graag helpen maar heeft toch haar vingertje opgeheven en gezegd dat de mensenrechten moeten worden gewaarborgd en vooral de rechten van vrouwen. Ook moeten de militairen van haar weer de kazernes in en moet een democratisch gekozen regering het land gaan besturen. Had ze dat ook maar gezegd tegen ATT de afgezette president waarvan nu steeds duidelijker wordt hoe hij democratisch gekozen een wanbeleid voerde en daarbij hij en zijn entourage uiterst corrupt waren. Nederland gaat door met geld geven en eigenlijk weten ze niet waaraan. Het begint er steeds meer op te lijken dat onze ambassadeurs hun genoegdoening moesten halen en hun carrière zeker stellen uit het bedrag dat zij hebben mogen uitgeven aan goede werken. Ik heb de huidige ambassadeur mogen ontmoetten. Dat heet een audiëntie. Ik vond de ontmoeting met hem nogal teleurstellend. ‘De politieke crisis was de schuld van alle Malinezen’, ‘Het onderwijs was erg verbeterd want nu gaan er 75% van de kinderen naar school’. Kortom, nogal kort door de bocht. Ik vraag me af waarom zijn mening nogal standaard is. Nederland blijft hulp geven aan het Office du Niger het irrigatiegebied dat al miljoenen heeft ontvangen en steeds meer een gebied van grote agro-ondernemers wordt. Dat is prima maar noem het dan niet een gebied waar de voedselzekerheid voor de armen verbeterd wordt want dat moet gebeuren in de gebieden waar kleine boeren afhankelijk zijn van de regenval of in het Frans ‘les zones extensives’ waar alleen ONG’s werken en daar komen en gaan. Laat deze agro-ondernemers geld bij de banken lenen want daar zijn banken voor. De Nederlander die in noord Mali gegijzeld zit sinds november 2011 is nog niet vrij. De vele arme gezinnen op het platteland die nooit van de hulp hebben geprofiteerd, hebben dus nu ook schuld aan de crisis volgens de Nederlandse ambassadeur en ik hoop dat hij dat zo niet meende. De wildgroei van het privéonderwijs dat alleen maar slechte kwaliteit levert is dus ineens een verworvenheid terwijl het staatsonderwijs er nog slechter aan toe is. Ik hoor al mijn vrienden en vroegere collega’s hierover klagen. Iedereen doet op dit moment zijn kinderen op de weinige goede maar dure privéscholen en dat zijn eigenlijk privéondernemingen. Ik hoor nog veel meer slechts over de gezondheidszorg. Een bevriende arts in Segou liet mij een foto zien van een gezondheidspost waar een bordje hangt dat de arts tot 12.00 uur ’s middags aanwezig is. Daarna is er dus geen arts meer maar is zijn privékliniek wel open. Albert de Duitser uit Segou vertelde mij dat volgens schattingen Mali de laatste twintig jaren ongeveer 1 miljard euro per jaar heeft gekregen in de vorm van ontwikkelingshulp vanwege het feit dat ze de democratie hadden ingevoerd. Bamako is intussen uitgegroeid tot een miljoenenstad waar de prachtigste villa’s worden gebouwd en verder heel dure auto’s rondrijden. De hoop was dat door het vele geld dat binnen kwam op zijn minst het onderwijs en de gezondheidszorg verbeterd zouden zijn maar dat is niet het geval volgens de vele vrienden die ik spreek en oud collega’s die ik ontmoet. Ik hoor van de Haagse ambtenaren altijd anders.

Mijn goede vriend Namory zat in grote nood. Zijn jongste dochter had haar eindexamen met hele goede resultaten gehaald. Ze heeft dat ook op een privéschool gedaan met hulp van een aantal van mijn vrienden, dus geen cent van de officiële Nederlandse ontwikkelingshulp. Ze wilde medicijnen studeren. Hoewel Bamako een goede doktersopleiding heeft is het moeilijk daar op te komen want beurzen gaan vooral naar degenen die het dichts bij het vuur zitten. Hij heeft een lening van 3000 Euro bij de bank moeten opnemen en via via een beurs bij de Marokkaanse ambassade moeten ‘kopen’ om zijn dochter naar Marokko te laten gaan. Ze is daar intussen aangekomen en zit op de universiteit. Dit soort verhalen hoor ik overal. De mannen en vrouwen die rijk zijn geworden onder het democratische bewind hebben hun kinderen allemaal in de VS en Canada zitten. Niemand van hen wil dat zijn of haar kinderen het onderwijs in Mali volgt. Toen ik in 1985 in Mali aankwam was het onderwijs redelijk goed. Hoewel weinig kinderen naar school gingen werden er toch vele goede mensen afgeleverd. Nu is het een grote puinhoop. Dat zijn niet mijn eigen woorden. Maar dat is het niet volgens onze ambassadeur want volgens hem ging toen alleen de elite naar school en nu iedereen. Nog steeds de Nederlandse donor-darling koesteren of zoals een Nederlandse ambassadeur in Angola mij eens zei – het troetelkind van de Nederlandse OS – beleid goed praten terwijl wij intussen veel beter weten. Boekestijn krijgt toch gelijk toen hij mij zei dat de enige manier om dat boven water te krijgen is het instrument van een parlementaire enquête want dan moeten ze met hun billen bloot. Ook de schijnonafhankelijkheid van het IOB komt dan aan de orde. En Malinezen zijn niet op hun achterste gevallen. Toen de vorige ambassadeur aantrad en zij de ministers voor kennismaking ontmoette, wees ze ook met haar vingertje. De ministers maakten toen meteen rechtsomkeer. Maar ja, zei kwam uit een net ARP gezin en dan spreek je de taal van het rentmeesterschap.

Velen zullen nu zeggen dat ik moet oppassen met dergelijke uitspraken want het maakt je niet geliefd. Ik weet dat maar ik ben geen meeloper. Ik wil intellectueel eerlijk blijven. Ik weet dat klokkenluiders in Nederland altijd het onderspit delven. Toch doe ik dit want wil de discussie aangaan maar wil ook dat het Haagse politieke establishment verantwoording zal afleggen. Zij zijn immers volksvertegenwoordigers.

Mijn eerste zondag in Bamako word ik door Namory gebeld. Hij is op de bruiloft van een dochter van Cheick Toure die nu chef de cabinet van de minister van landbouw is en vraagt mij of ik ook wil komen want Mory Sininta, de oudere broer van Mama die in 1991 is overleden, vroeg naar mij. Mory was onder Moussa Traore de procureur general van de republiek, een van de hoogste juridische posities en onder Alpha was hij lid van het Court Constitutionel, of wel bij ons de Hoge Raad. Ik spring in een taxi en wordt bij aankomst hartelijk ontvangen door Cheick en vooral door Mory. Er zitten veel hoge jongens zoals Moussa Leo, de voormalig directeur generaal van het Office du Niger, en Sidibe de voormalige directeur van de Operation Riz enz. Allemaal rijk geworden door de ontwikkelingshulp. Het weerzien met Mory is aller hartelijkst. Hij vraagt mij en Namory enkele avonden later te komen eten. Het is een prachtige bruiloft. De vrouwen zitten in hun veelkleurige gewaden onder de tent buiten op straat. Er zingt een griot. De mannen zitten binnen in de salon, allen in prachtige boubous. Ik voel dat ik een van hen ben geworden. De donderdagavond erop gaan we bij Mory eten. Fanta de vrouw van Mory heeft heel veel eten gemaakt. Gebraden kip, gebakken vis, rijst, sla en cola. Ik voel me helemaal thuis en heb het idee dat ik weer in de veilige en gezellige omgeving van mijn ouderlijkhuis in Elburg ben. Zo hartelijk zijn ze. We praten over het einde van de wereld op 21 december, de volgende dag. Ik zeg Fanta dat als de wereld echt vergaat, ik kan zeggen dat mijn laatste maaltijd van Fanta was en het een heerlijk afscheidsmaal was. De volgende dag is het 21 december maar de wereld vergaat niet. Mory belt me en grapt dat hij al in het paradijs is aangekomen en ik zeg hem dat hij maar terug moet komen. Ik moet ook bij Daniel Diallo eten. Weer een grootse maaltijd. Michel Diawara komt ook en daarna gaan we te voet naar Jean Coulibaly en zijn vrouw Madeleine de rechter. Ik ken deze mensen nog uit mijn Segou tijd. Wat een hartelijkheid. Daniel brengt me terug en de volgende dag brengt Cheick de zoon van Namory mij met zijn Mercedes naar Segou. Bamako was goed maar overal hangt de spanning. Er komt geen geld meer binnen via de ontwikkelingshulp. Veel mensen zijn werkeloos geworden. Menig hotel is gesloten. Er komen helemaal geen toeristen meer. In Segou eet ik weer bij dokter Barry. Ook hij is somber over de toestand. Nog somberder is Kaly de verpleger en vriend van Cees en Bernadette uit Amersfoort. Hij heeft twee kinderen op de universiteit en weet niet hoe hij het moet betalen. Hij wil zijn oudste zoon naar Dakar sturen omdat daar de rechten opleiding goed is en er niet constant gestaakt wordt zoals in Bamako. Zelf heeft hij een opleiding fysiotherapie kunnen volgen dankzij de steun van Bernadette en enkele vrienden. Dokter Barry werkt voor een Zwitsers project en klaagt al jaren over de slechte gezondheidszorg en de mentaliteit van de verplegers en zijn collega artsen. Hij weet heel goed dat er veel geld binnenkomt maar dat dat heel slecht besteed wordt. Ik hoor dan vaak in Haagse kringen dat de evaluaties aangetoond hebben dat alles verbeterd is maar wie evalueert er voor hem? Ik herinner me nog het verhaal van Edmond D. die voor de ambassade geëvalueerd had einde vorige eeuw in het kader van een IOB evaluatie. Hij werd door de ambassade volgens hem zelf gedwongen bepaalde conclusies uit het rapport te halen. Zo komen de rapporten met goede resultaten tevoorschijn en kan het Nederlandse parlement verteld worden hoe goed de hulp gedijt.

Hierbij kom ik op het begrip waarheidsvinding en het manipuleren van resultaten.

Hoe gaat het nu in noord Mali? Ik kan er niet heen ondanks het feit dat ik er jaren heb gewerkt. Ibrahim uit Gao en Alpha uit Ansongo sturen mij mails. Er zijn enkele groepen die de steden bezetten en daarbij de sharia hebben ingevoerd. Een schande dat het Malinese leger heeft zitten slapen hoewel er steeds meer bewijzen komen dat de vorige president met deze groepen heeft samengespannen. Hij werd er dik voor betaald. Een goed geïnformeerde Duitser vertelde mij dat de vrouw van ATT Lobo die in november 2011 nog aanzat aan het staatsbanket in Den Haag, onlangs in Parijs euro’s bij zich had die daarna getraceerd werden als euro’s die de Duitse regering aan de kapers had betaald om enkele Duitsers vrij te kopen. Dit gebeurde bij een controle op het vliegveld. Deze bewering liegt er niet om. De vorige president had dus een gedeelte van het losgeld gekregen. De Duitsers waren zo slim om de nummers van de biljetten te noteren.

Op mijn busreis van Segou naar Bobo Dialasso stop ik in Koutiala. Daar staan Moimouna en Aminata op me te wachten, de voormalige huishoudsters van Domien en Simone en van Lyda. Het blijkt dat ze ook voor Mirjam en Elske hebben gewerkt. Ook deze vrouwen hebben geen werk meer, zijn alleen en moeten overleven. Ze willen graag een stukje grond kopen om daar een huisje op te bouwen om zo af te zijn van betaling van huur. Ik begrijp hun probleem en stel de Nederlanders voor een potje te maken om deze dames op die manier te helpen. Iedereen is arm geworden ondanks het feit dat het land de laatste twintig jaren meer dan 20 miljard euro aan hulp heeft ontvangen. De hulp heeft dus eigenlijk weinig zoden aan de dijk gezet behalve dan dat de Moussa Leo’s en de Sidibe’s nu in grote landcruisers rondrijden en in grote villa’s wonen. Dus er is een nieuwe elite opgestaan die daarbij hun kinderen aan Amerikaanse en Canadese universiteiten kan laten studeren. Het is dus een valse duurzaamheid of beklijving zoals ze het bij buitenlandse zaken noemen. Het land krijgt nu weinig geld uit het buitenland en de vetpot is dus opgedroogd. Albert zei enkele jaren terug al dat het goed zou zijn enkele jaren zonder hulp te leven om op die manier grote schoonmaak te houden. Voor de armen maakt dat niets uit want die waren toch al arm en blijven arm. Voor de elites wel en natuurlijk voor onze donoren ook. Veel geven geeft je een goede naam en daarvoor gaven wij toch? Het woord rentmeesterschap dwarrelt door mijn hoofd ook al is het een Bijbelse term maar de Malinese politici en elites zouden zich daarvan eens meer bewust moeten worden. In Bamako is het woord politicus intussen equivalent aan zakkenvuller. Niangado, de oud-directeur van het IER, zei het me al in juli dat ‘nos politiciens n’ont que pensé à soi-même et leur poches» terwijl de donoren waaronder ook Nederland deze verheven hadden tot een godsdienst. Namory vertelt mij later hoe hij tegen het fenomeen zucht naar geld, of de ‘greed’ zoals de Amerikanen zeggen, aan kijkt. In hun traditionele maatschappij was alles van iedereen.

Hoe moet het nu verder? Er is weinig hoop. Er komen 450 Europese soldaten om het Malinese leger te trainen. Het Malinese leger wil het noorden zelf bevrijden maar hebben onder de vorige president zelf deze elementen binnengelaten met hun wapens. Het land Niger heeft de lieden die uit Libië gevlucht waren ontwapend maar ik hoorde een Malinees zeggen dat ze met wapens op het paleis in Koulouba werden ontvangen. De vorige president schijnt daar goed aan verdient te hebben. De steden in het noorden kunnen zonder problemen heroverd worden maar de woestijn controleren zal heel moeilijk worden. De Europese troepen zullen onder bevel van een Franse generaal staan. De Franse president schuwt dit avontuur. De Amerikanen willen geen nieuw Irak of Afghanistan. De Nederlanders zullen zeker mee willen doen omdat wij vinden dat we het heel goed gedaan hebben in Irak en in Kunduz. Jammer genoeg spreekt geen enkele Nederlandse militair Frans en de Malinese soldaten geen woord Engels. Ik hoop dat onze ministers Timmerman en Ploumen hiermee uiterst voorzichtig zullen omgaan nu er nog steeds een Nederlander gegijzeld wordt die na meer dan een jaar nog niet vrij is. Bij terugkomst in Bamako hoor ik van Ibrahim van de mensenrechtenorganisatie DEMESO dat de festiviteiten op oudejaarsavond niet door konden gaan omdat er inlichtingen waren dat Alquaida elementen aanslagen op Bamako aan het voorbereiden waren. Er is minder verkeer in Bamako en ik hoor dat veel mensen geen benzine meer kunnen betalen. De auto’s zijn ook spot goedkoop geworden. Dus echt crisis.

Het rommelt in de gehele Sahel. Overal worden blanken in gijzeling genomen. In de Sahel zijn 8 fransen gegijzeld. In Burkina is de Franse ambassadeur een generaal. Alle families van de Franse ambassade stafleden zijn naar huis gestuurd hoor ik van Jean Jacques. In Mali blijkt dat ook het geval te zijn. In Mali zijn alle Duitsers in dienst van de Duitse overheid naar Duitsland gestuurd uit voorzorg want een gekaapte Duitser in dienst van de overheid zal veel moeilijkheden geven. Ook Nederlanders riskeren gekaapt te worden. De Nederlandse overheid zal weinig voor je kunnen doen behalve dan de post doorsturen via neutrale organisaties. Het is bekend dat de Nederlandse regering slecht opkomt voor haar burgers in het buitenland in tegenstelling tot de Duitse, Franse en zeker de Amerikaanse overheden. Wijlen minister van Mierlo heeft de kamer beloofd dit te zullen verbeteren. Wel heeft de Nederlandse ambassadeur alle Nederlanders op oudejaarsavond in de residentie uitgenodigd om daar oudejaarsavond te vieren met oliebollen, spelletjes als sjoelen en mens-erger- je-niet. Ook ik was uitgenodigd maar was niet in Bamako. Toch aardig van hem.

In Segou ontmoette ik de voormalig eerste minister onder ATT, Ahmed Mohamed Ag Hamani, een lange man, blanke huid en in grand boubou. Hij was ook ambassadeur in Brussel. Het gesprek was boeiend. Na anderhalf uur praten ging hij want hij moest bidden. Hij kwam uit Bintagougou bij Goundam waar ik vroeger voor SOH de schoolkantines begeleide. Hij maakte mij duidelijk dat het probleem in het noorden niet een Toeareg probleem was. De meeste Toearegs zijn gevlucht en zitten in kampen in Mauritanië en Burkina. Slechts een kleine groep Toearegs heeft zich bij de Alqaidagroepen aangesloten en vallen onder het predicaat bandieten, bezig met het kapen van blanken en het smokkelen van cocaïne. Een hele wijze man. Hij heeft mij in Bamako uitgenodigd. Ik vertelde hem aan het einde va n ons gesprek dat men in Europa voor een dergelijke lezing zeker 30.000 Euro betaalt. Hij had een prachtig visitekaartje met ‘S.E. ancien premier ministre’ erop. Hij kan niet naar Tombouctou ook vanwege de veiligheid. Dat zegt genoeg hoewel hij een Toeareg is.

Waarom is de Sahel voor ons onveilig aan het worden ondanks het feit dat de westerse landen miljarden aan hulp hebben gegeven en nog geven? Na de vele gesprekken wordt het me duidelijk. De maatschappij daar heeft zich ontwikkeld met internet, vele grote gebouwen, luxe auto’s, chique restaurants en een geweldige bevolkingsgroei. De hulp heeft er ook voor gezorgd dat de voedselproductie verbeterde om al deze monden te voeden. Er is meer gezondheidszorg en onderwijs maar vaak van slechte kwaliteit en onbetaalbaar voor de armen. De rijst uit het Office du Niger is nog steeds duurder dan de geïmporteerde rijst uit Thailand. Heel veel mensen dromen ervan naar Europa te gaan maar ze weten niet wat ze daar zullen vinden. Veel mensen gaan nu naar Amerika of Canada. Er zijn grote groepen armen die al die rijkdom zien en er niet van profiteren. Dat schept haat en frustratie. De rijkdommen die de presidenten en oud ministers hebben vergaard – plat gezegd gestolen en op buitenlandse banken gezet – zijn enorm. Ik zie en hoor dat in Mali maar officiële cijfers ontbreken jammer genoeg. De democratie en mensenrechten tolereren daarbij ook dat allerlei salafistische en wahabitische groepen uit de Arabische landen hun geld ronddelen. Arme mannen kunnen daarbij gemakkelijk gerekruteerd worden voor een politieke islam die alles wat westers is kapot wil maken. De democratie moet dat tolereren. Dit maakt dat overal in de samenleving deze elementen actief zijn en rekruteren. Daarom wordt het erg onveilig voor westerlingen. Ondanks het feit dat het de politieke islam is krijgen deze armen wel een identiteit die ze onder het democratische bewind niet kregen want ze konden niet mee eten uit de ruif. Het klinkt simplistisch maar ik krijg steeds meer bewijzen dat het wel zo is. Zelfs in het Malinese leger gebeurt dit want de Alquaida elementen hebben contact met mensen uit het leger. Als het maar geld oplevert. Ik heb hier altijd mensen getroffen die een heel vredelievende en tolerante islam beleden maar dit verandert. De westerse waarden waarvan de ontwikkelingshulp er ook een is, worden nu bevochten. De ontwikkelingshulp heeft dus behoorlijk gefaald zei een bevriende Malinees me. Je kunt geen ontwikkelingshulp bedrijven vanuit een luxe residentie waar geen arme binnen mag komen zei een ander mij. Een wrange waarheid. De Sahel is dus een ziek lichaam geworden met een kankergezwel dat moeilijk te controleren is en een chemotherapie heeft ook weinig zin. Dit is de prijs voor de vrijheid en de democratie. Ik kon daarom niet naar Mopti want de kanker zit daar ook onder de militairen. Je kunt zo uit je hotel gesleept worden en dat riskeer ik liever niet. Het fijne leven in Mali is dus voorbij. Heel jammer, want het was altijd zo veilig en vredig. Is dit nu ontwikkeling? Aan het einde zie ik weer de gezichten van Kaly, Hawa, Barry, Namory, Cheick, Mory, Fanta, Daniel, Aminata, Moimouna allemaal somber want niemand van hen weet wat de toekomst brengen zal. Ze dachten dat democratie voor hoop stond maar is nu wanhoop geworden. Ik weet ook niet hoe het nu verder moet en kan iedere avond met Air France terug naar Nederland terwijl ik al die mensen met de betrokken gezichten moet achterlaten. Een bevriende Malinees zei me heel wijs: laat ons onze eigen problemen oplossen, en dat is misschien wel het beste.

Ik kom net uit de stad waar alles heel normaal lijkt. Ik zie Africa24 en in hun journaal wordt melding gemaakt van groepen rebellen op weg naar Douentza dus niet ver van Mopti. Ik hoorde dat ook al op RFI. De taxichauffeur vraagt zich af of het leger zit te slapen. Ik had onze ambassade voor de kerst verteld dat ik naar Mopti wilde maar ik heb niets meer van de ambassade gehoord behalve dan de uitnodiging voor de oliebollen en spelletjesavond in de residentie. Ik weet dat de fransen goed ingelicht zijn en ga voor veiligheidsinformatie maar naar de website van hun ambassade. De website van de Nederlandse ambassade vermeldt nog steeds hetzelfde als vorig jaar. Ik eet ’s avonds bij de Toearegs uit Gargando. Hamata is erg ongerust en hij raadt mij aan niet te lang in Mali te blijven. Ze hadden net hun huizen met een watertoren en vee opgebouwd in Gargando en dat is nu weer allemaal kapot. Ook hun toekomst is onzeker. We zien Zakiatou die ik in Mauritanië heb gesproken op de tv bij de onderhandelingen in Ouagadougou. Vanmorgen waren er stakingen van leerlingen in Bamako en politie met traangas. Hamata belt me even later en zegt me dat ik niet te lang moet blijven. Toure is het daar niet helemaal mee eens en zegt me dat ik ‘savonds en ’s nachts niet door de stad moet gaan rijden. Zijn Amerikaanse collega Nancy had van de Amerikaanse ambassade de raad gekregen ’s avonds en ’s nachts in het hotel te blijven. De mannen met lange baarden zijn geïnfiltreerd hoor ik weer. Bandieten spannen samen met politie en soldaten. Neem dus geen risico. Veel geruchten en een aantal moeten toch waar zijn. Iedereen is onzeker en niemand weet wat waar is. Toure zegt me ook nog dat mijn vrienden Alpha en IBK geen echte democraten waren. Ik ben het niet helemaal met hem eens zeker niet wat IBK betreft. Ik weet dat Alpha een super handige jongen was die alle donoren om zijn vinger wond. Later zegt hij ‘jullie Nederland’ maar ik vraag hem dan wie in Nederland? Dat weet je best. Ja, dat weet ik ook wel.

Ik zal mevrouw Ploumen een brief sturen waarin ik zal reageren op haar brief aan de Tweede kamer. In Afrika is in ontwikkelingskringen participatie van de bevolking een belangrijk doel dus waarom bij ons niet? Ze lijkt me een verstandige vrouw al hoewel zij volgens mij nooit in het ambtelijk milieu in Den Haag heeft gewerkt.

Nog extra informatie. De laatste dagen heeft voor een stroomversnelling gezorgd. De jihadisten hadden Kona bij Mopti ingenomen. Jutta heeft halsoverkop Sevare bij Mopti moeten verlaten. Ik krijg mijn informatie vooral via RFI en de BBC. Ibrahim en Toure laten hun landcruisers thuis want zijn bang voor overvallen. Donderdagavond is een spannende avond in Bamako. Niemand weet wat er aan de hand is. De stroom valt uit in de wijk waar ik woon. De onzekerheid bij iedereen neemt toe. De ambassade stuurt ons een mail over de situatie maar dat had ik ook al op de BBC gehoord. Ik ga vrijdag gewoon naar mijn werk. Bij de bank worden we allemaal gefouilleerd. Ik ga even bij Maitre langs de notaris die gewoon rustig in zijn kantoor zit. Hij biedt mij een lekkere koffie aan. ’s Middags haalt professeur Yattara, de gevluchte christen uit Gao, mij op. Ik zeg hem dat hij nu een IDP is. Ik krijg de lekkere maaltijd Alabadja opgediend en zet hem met zijn vrouw en 6 eigen en 3 geadopteerde kinderen op de foto. Toure en ik gaan ’s middags naar het ICCO-kantoor en praten over onze publicatie. ’s Avonds eet ik in de Mistral en we kijken gezamenlijk naar de toespraak van de interim president. Hij kondigt de noodtoestand af en bevestigd dat Frankrijk steun zal geven. Iedereen is opgelucht. President Hollande van Frankrijk wordt overal geprezen voor zijn wijze besluit ondanks het feit dat er 8 fransen door de jihadisten gegijzeld worden. Traore de interim president is een wijze en rustige man. Hij wordt steeds populairder en ik vermoed dat hij lang president zal blijven. Later ontmoet ik de broer van Souleymou Boubey Maiga het voormalige gevreesde hoofd van de geheime dienst onder Alpha. Ik vraag hem hoe het met zijn jongere broer Arbon gaat die nu parlementariër is. Hij belt hem en we maken voor de volgende dag een afspraak. Ook zal ik de volgende dag Robin Poulton en zijn vrouw Michel weer treffen. Ik werkte in de jaren negentig voor Robin toen hij een groot programma bij USAID beheerde. Ik was zijn man die in het rebellerende noorden bivakkeerde. Bamako wordt weer rustig. De Franse militairen zijn er al en volgende week komen de militairen van de buurlanden helpen het noorden te bevrijden. Ik vrees voor het leven van de gegijzelde Nederlander. Ik zie in de stad auto’s met Franse vlaggen. Ik besluit naar huis te gaan en boek een vlucht voor maandag avond. Dinsdag kan ik dan weer bruin volkorenbrood met komijnekaas eten en Toure plaagt me dat ik dan weer in mijn paleis in Elburg als een bourgeois kan leven. Hij gaat dinsdag naar Addis Abeba en moet het Mali project presenteren op een internationale conferentie over ondervoeding. Ik heb gelukkig alle statistieken nog in mijn computer en maak enkele prachtige staafgrafieken met verschillende kleuren voor hem en formuleer de conclusies. Hij is er heel erg blij mee en ik zeg hem natuurlijk dat in 2013 een Nederlander dit nog voor hem moet maken. Hij antwoord, Aart, je bent toch één van ons. Ja, dat voel ik ook zo en dat doet me goed.

Bamako, 12 januari 2012

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>